Cédric Van Branteghem: 'Er bestaat buitenlandse interesse voor de Memorial'

16/08/16 om 16:03 - Bijgewerkt om 16:06

Cédric Van Branteghem, de toekomstige toernooidirecteur van de Memorial Van Damme, wil duidelijkheid: kan de meeting ook na 2020 nog doorgaan op de Heizel of niet? 'Desnoods wijken we uit naar een ander land. Er hebben buitenlandse steden gepolst.'

Cédric Van Branteghem: 'Er bestaat buitenlandse interesse voor de Memorial'

Cédric Van Branteghem © Belga

Vanaf morgen in Knack: interview met Cédric Van Branteghem over de Belgen in Rio en de toekomst van de Memorial Van Damme.

Cédric Van Branteghem was het jeugdidool van de Borlée-tweeling, werd later hun collega bij de Belgische estafetteploeg, maar binnenkort zullen we hem vooral kennen als de nieuwe toernooidirecteur van de Memorial Van Damme, waar hij binnen afzienbare tijd Wilfried Meert opvolgt. Van Branteghem maakt zich zorgen over de toekomst van de meeting die hij binnenkort leiden zal. Zoals de zaken er nu voorstaan, is de Memorial vanaf 2020 dakloos. Er zou op de Heizel een nieuw voetbalstadion komen waarin geen plaats is voor atletiek.

'Maar ik ben optimistisch dat de organisatie ook na 2020 doorgaat,' vertelt de Gentenaar. 'We hebben een ijzersterke operationele machine, een goeie structuur en fantastische partners. Desnoods wijken we uit naar een andere stad, of zelfs naar een ander land.'

Er bestaat buitenlandse interesse?

Cédric Van Branteghem: Men kent onze infrastructuurproblemen, en het buitenland heeft altijd met bewondering naar het succes van de Memorial gekeken. Er hebben buitenlandse steden gepolst, maar met dit te zeggen wil ik geen signaal geven. Het is niet: geef ons onze zin of we zijn weg. Zo voer je geen onderhandelingen op dit niveau.

Maar dat we niet weten waar we aan toe zijn, steekt. De wind verandert om de zoveel maanden van kant. Er waren momenten dat het zeker leek dat het Koning Boudewijnstadion zou blijven bestaan, er waren tijden dat men ons onomwonden zei: zoek iets anders. Er zijn politici die ons garanties gaven, er zijn er die ons liever uit Brussel zien vertrekken. Die snappen dan blijkbaar niet hoe belangrijk de Memorial Van Damme, het grootste sportevenement van België, is voor de uitstraling van ons land.

Het ziet ernaar uit dat het nieuwe voetbalstadion niet rond geraakt. Misschien blijft alles gewoon zoals het was.

Van Branteghem: Zelfs als er geen nieuwe voetbaltempel komt, bestaat de kans dat ze het Koning Boudewijnstadion afbreken, begrijpen wij. Er blijken vergevorderde plannen te bestaan voor projectontwikkeling.

Geen nationaal stadion meer maar een zoveelste winkelcentrum?

Van Branteghem: Dat valt te vrezen. Voor de Belgische sport zou het een vreselijke klap zijn.

Biedt Brugge een uitweg? Senator Pol Van den Driessche (N-VA) wil een atletiekpiste aanleggen in het Jan Breydel-stadion, wanneer Club zijn eigen stadion bouwt.

Van Branteghem: Sowieso willen wij liefst in Brussel blijven. Het is de hoofdstad van Europa, vlot bereikbaar met de luchthaven, en veel van onze partners hebben er hun hoofdkwartier. Als Brussel niet kan, luisteren we uiteraard graag naar alternatieven. Brugge klinkt als een interessante proefballon, maar het dossier werd nog niet ten gronde onderzocht. Het hoeft niet per se een even grote locatie te zijn als het Koning Boudewijnstadion. Een stadion van minimum 30.000 zitjes is levensvatbaar voor de Memorial. (Jef Van Baelen)

Onze partners