Jonas Creteur
Jonas Creteur
Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine
Opinie

01/04/13 om 11:24 - Bijgewerkt om 11:24

De Ronde van Vlaanderen: gedroomde winnaar, middelmatige koers (bis)

Ja, twee keer won in Oudenaarde de beste coureur - en vaak geeft dat achteraf het meest bevredigende gevoel -, maar niet als de échte koers slechts 18 kilometer duurt, na een alweer veel te voorspelbare finale.

De Ronde van Vlaanderen: gedroomde winnaar, middelmatige koers (bis)

© Belga

Tom Boonen en Fabian Cancellara. Toen Flanders Classicsbaas Wouter Vandenhaute besliste om het Ronde van Vlaanderenparcours drastisch te veranderen, had hij voor de eerste twee edities van Vlaanderens Mooiste new look geen mooiere winnaars kunnen bedenken. De twee beste klassieke renners van hun generatie - zelfs bij de beste aller tijden - en bovendien charismatische, populaire vedetten die hun sport overstijgen. Grote euforie borrelde vorig jaar dan ook op toen Boonen won, en ook zondag misgunde geen enkele wielerfan Cancellara zijn tweede Rondetriomf.

Hun zeges mogen de tekortkomingen van het nieuwe lussenparcours echter niet verdoezelen. Uit schrik voor de inspanning te veel en het onbekende werd vorig jaar amper aangevallen tot de laatste beklimming van de Oude Kwaremont. Pas daar reden de drie besten (Boonen, Ballan en Pozzato) weg, waarna uiteindelijk 48 renners binnen de minuut eindigden - het hoogste aantal sinds de editie van 1971. Deze keer zouden de favorieten die niet Cancellara of Peter Sagan heetten, eerder de kont van het zadel lichtten om te anticiperen op een move van de Grote Twee. Maar nadat de Koppenberg het halve peloton te voet stelde en RadioShack dankzij een herrezen Stijn Devolder de koers controleerde, had alleen Jürgen Roelandts daarvoor genoeg verstand, lef én kracht.

Omega Pharma-Quick-Step, BMC en Team Sky, de drie grote sterke blokken, blonken verrassend uit in passiviteit. De benen afgesneden door de val van kopmannen Boonen en Geraint Thomas, de twee razendsnelle koersuren, een ijzige koude wind, maar vooral door te grote voorzichtigheid. "Ik zat nog met drie ploegmaats, het was niet aan mij om aan te vallen", zei Greg Van Avermaet in de Sporzastudio bij Karl Vannieuwkerke. Aldus de renner die in elke koers te kwistig met zijn krachten omspringt, maar op een moment dat hij wél iets moest en kon proberen (toen Roelandts ging), net zoals de Sylvain Chavanels van deze wereld bleef zitten. Begrijpe wie kan.

Hoewel het niets afdoet van de alweer sublieme prestatie van Fabian Cancellara, werd zo, ook tot de verbazing van de Helveet, de rolde loper voor hem en Sagan uitgerold. En dus herhaalde het scenario van 2012 zich. Met als enige, korte suspense: kan de Zwitserse rouleur de Slowaakse sprinter lossen? Het antwoord, na een tweede poging op de Paterberg: ja.

En toen was de middelmatige, saaie koers voorbij. Doodeenvoudige koerstactiek voor kijkers met korte aandachtsboog, uitgevoerd door een van de grootste hardrijders uit de geschiedenis. Een renner die als geen ander wielrennen kan herleiden tot een 'simpele' competitie waarin diegene die het hardst op de pedalen duwt wint.

Prachtig om zo'n staaltje topsport te zien, maar wat de koers echter populair en véél boeiender maakt dan marathonlopen, langeafstandstriatlon of zwemmen is strategie. De spannendste en mooiste wielerwedstrijden zijn die waarin het aandeel tactiek en het aandeel fysieke kracht elkaar in balans houden en als puzzelstukjes in elkaar vallen. Koersen waarin de besten automatisch bovendrijven, maar ook outsiders met sluwe, doordachte, tactische tegenzetten het pleit in hun voordeel kunnen beslechten.

Het nieuwe, te zware lussenparcours heeft in de eerste twee edities dat fascinerende aspect van het wielrennen (bijna) helemaal uit Vlaanderens Mooiste gezogen. De drie beklimmingen van de Kwaremont/Paterberg wierpen een sluier van schrik over het peloton en kerfden als messcherpe dolken diep in de rennersdijen. Daardoor was van een lang uitgesponnen, boeiende finale met onverwachte wendingen (herinner u de Nuyenseditie van 2011 of die van Devolder in 2008) geen sprake.

Nochtans is het net dat wat de Ronde in het verleden vaak onderscheidde van bijvoorbeeld Milaan-Sanremo en de Amstel Gold Race, klassiekers waarvan je zo goed als alles ziet als je een half uur voor de finish de tv aanzet. Ja, twee keer won in Oudenaarde de beste coureur - en vaak geeft dat achteraf het meest bevredigende gevoel -, maar niet als de échte koers slechts 18 kilometer duurt, na een alweer veel te voorspelbare finale.

De enige voordelen van het nieuwe parcours (en de vele viptenten) is dat de chaotische volksverhuizing binnen de perken blijft en dat het winst genereert - volgens de jaarrekeningen van Flanders Classics vorig jaar één miljoen euro. Daar is op zich niks mis mee, maar het neemt niet weg dat déze Ronde de echte Ronde niet meer is.

Wouter Vandenhaute vertelde in het Radio 1-programma Peeters & Partners dat hij zich niet als de eigenaar, maar als de 'hoeder' van Vlaanderens Mooiste beschouwt. Als dat zo is, en als in 2014 ook de derde new look-editie tot twintig kilometer voor het einde tv-kijkers in slaap wiegt, dan moet hij opnieuw aan de omloop sleutelen - misschien zelfs al volgend jaar.

Niet dat de Muur daarom weer moet worden opgevist - met een aankomst in Oudenaarde is dat moeilijk - maar driemaal Oude Kwaremont en Paterberg is te veel van het goede, zoals ook met de Koppenberg moet geschoven worden.

"De kans is reëel dat de Ronde op dit te zware en brede parcours op een groepssprint eindigt", vertelde Sep Vanmarcke, een streekrenner die op kerstdag nog eens de drie lussen had verkend, ons eind december. Dankzij de power van een Zwitserse tempobeul bleef dat dit jaar uit. Zo niet, dan hadden op het podium evengoed Alexander Kristoff, Mathieu Ladagnous en Heinrich Haussler - de nummers vier tot zes van zondag - kunnen staan. Benieuwd of Vandenhaute dan ook breeduit had gelachen.

Jonas Creteur

P.S. Dirk Demol bewees als chef van RadioShack zondag opnieuw dat hij misschien wel de slimste ploegleider van het hele pak is - alle respect daarvoor -, maar is er dan niemand die aanstoot neemt aan zijn aanwezigheid in het peloton? Johan Bruyneel wordt uitgespuwd als mastermind van het gesofisticeerde dopingprogramma van Lance Armstrong en de US Postal/Discovery Channelploeg, maar Demol was al die tijd zijn rechter- én linkerhand. De kans dat de West-Vlaming van niets wist, lijkt miniem. En toch mag hij - schuldig of niet - zonder enig onderzoek van de UCI of de Belgische wielerbond vrolijk zijn rol blijven spelen. Alleen in het wielrennen is zoiets mogelijk...

Onze partners