De Madrileense derby: maken Simeone en co eindelijk komaf met minderwaardigheidscomplex?

02/05/17 om 16:43 - Bijgewerkt om 16:45

Geen club die zijn identiteit zo laat bepalen door zijn aartsrivaal dan Atlético Madrid. De enige remedie daartegen is een grote prijs winnen. Eerstvolgende halte: de halve finale van de Champions League, tégen Real.

De Madrileense derby: maken Simeone en co eindelijk komaf met minderwaardigheidscomplex?

© REUTERS

Atlético Madrid gaat als één van de populairste clubs van Spanje door het leven onder verschillende bijnamen: Los Rojiblancos of de roodwitten, Los Colchoneros of de matrassenmakers of simpelweg Atleti. Aan de oevers van de Manzanares-rivier waar Atlético nog enkele maanden zijn hoofdkwartier heeft, wentelen ze zich graag in de rol van El Pupas, vrij vertaald de vervloekten. Dit volks bijgeloof dateert uit 1974 toen Atlético de finale van de Europabeker der Landskampioenen verloor. Op de Heizel verspeelde Atlético in het slot een 1-0 voorsprong tegen Bayern München. In een tijdperk zonder strafschoppenseries gingen de gedemoraliseerde Madrilenen twee dagen later kansloos ten onder in de replay. Voorzitter Vicente Calderón verkondigde vervolgens in een waas van ongeloof en teleurstelling dat zijn club vervloekt was, een uitspraak die sinsdien zo vaak herhaald werd dat Atletico synoniem staat voor fatalisme.

Jarenlang fungeerde Atlético Madrid dan ook als het kleine broertje dat vol jaloezie en verachting opkeek naar het succesvolle Real Madrid. De Koninklijke is nog steeds op alle vlakken de primus van de stad. Real heeft meer geld, meer trofeeën, meer supporters, meer wereldwijde aantrekkingskracht, meer supersterren,... Kortom, op alle vlakken en in quasi alle tijdperken kwam Atlético op de tweede paats.

Vooral het seizoen 1999-2000 speelde een cruciale rol in die sportieve en mentale achterstand. Eén week nadat Atlético uit de Primera Divison was getuimeld won Real Madrid La Ocha, de achtste Europabeker uit zijn geschiedenis. Vier jaar na het wonderbaarlijke kampioenenjaar '96-'97, ging Atlético letterlijk ten onder aan corruptie, paniekaankopen en de megalomanie van voorzitter Jesús Gil. Wat de degradatie nog frusterender maakte, was de cruciale rol die voormalig jeugdproduct Raúl vervulde in het maagdelijk witte tenue van Los Blancos. De geboren Madrileen was het slachtoffer geweest van Gils beslissing om flink te besparen op de jeugdopleiding. De 13-jarige Raúl trok daarom naar het noorden van de stad waar hij uitgroeide tot een doelpuntenmachine voor Real. Opgeleid door Atlético maar succesvol bij Real, de loopbaan van Raúl was kortom een perfecte afspiegeling van de constante frustratie en pijn van de Atlético-fan.

Bijgeloof en fatalisme

Na twee jaar onderdak in het vagevuur van de Segunda División, waarin de toeschouwersaantallen opmerkelijk genoeg piekten, keerde Atlético terug bij de voetbalelite van Spanje. De obsessie met de Koninklijke beterde er echter niet op. Of beide rivalen elkaar ontmoetten in Bernabéu of Vicente Calderón, Atlético slaagde er tussen 1999 en 2013 niet in om ook maar één keer de grote buur te verslaan. De aanhang begon uiteindelijk de ontgoochelingen en de ondergeschikte positie aan Real te omarmen. Het melancholisch folknummer dat ter ere van het eeuwfeest in 2003 werd opgenomen, zingt de lof op het lijden dat samenhangt met Los Colchoneros.

Winst of verlies zijn voor de Atlético-fan immers quasi synoniemen: Een nederlaag is zelfs minder pijnlijk dan een overwinning, want verliezen zit nu éénmaal in het DNA van elke rojiblanco, zei een supporter ooit. Kortom: een Atlético-fan lijdt altijd. In die periode van droogte lanceerde de club zelfs een reclamespot waarin een jongen vraagt aan zijn vader waarom ze beide supporteren voor Atlético (https://www.youtube.com/watch?v=8CWQEcs5R7g).

De vader zoekt krampachtig naar een uitleg, maar moet finaal het antwoord schuldig blijven. Het bijgeloof en het fatalisme rond het Estadio Vicente Calderon heeft echter al te vaak een verlammend effect gehad op spelers en bestuur. Voor innovatie of zelfreflectie was nooit plaats, elke nederlaag of tegenslag werd toegeschreven aan decenniaoud bijgeloof.

Nochtans heeft Atletico doorheen zijn 114-jarige geschiedenis weinig reden tot klagen gehad. Historisch gezien is het de nummer drie van Spanje. Atlético bezit een rijkgevulde prijzenkast waar elke club jaloers op kan zijn, behalve Real Madrid uiteraard. Dit minderwaardigheidscomplex is kortom de rode draad doorheen de geschiedenis en de identiteit van alles wat te maken heeft met Atlético. Als de club gehuisvest zou zijn in eender welke andere Spaanse stad, zou het zich ongetwijfeld profileren als trotse winnaars.

De Koninklijke op zijn beurt smulde van zoveel frustratie en machteloosheid in het zuiden van de stad. Bovendien zag Real FC Barcelona, vertegenwoordiger van de Catalaanse politieke zaak, als de échte rivaal. De Madridistas staken dan ook maar al te graag de draak met de kleine buur die ook wel eens Patetico werd genoemd. De tiende verjaardag van de laatste rood-witte overwinning in 2010 werd spottend herdacht door de achterban van de Koninklijke. La pesadilla continua, de nachtmerrie duurt voort, luidde de boodschap.

Eén jaar en uiteraard twee overwinningen later verlangde diezelfde supportersgroep sarcastisch naar een waardige stadsrivaal voor een spannende stadsderby: "Se busca Rival digno para derby decente", las de levensgrote banner die opgemaakt was als een krantenadvertentie.

Geloof in eigen kunnen

Die arrogantie en onaantastbaarheid waren natuurlijk ook het gevolg van de oude sociale tegenstellingen tussen beide clubs. Real is de club voor de rijke, verheven elite. Atlético brengt dan weer het gewone maar hardwerkende volk op de been. De rood-witte aanhang krioelt volgens ex-doelman en huidig assistenttrainer German Burgos nog steeds van de bouwvakkers, taxirijders en churrosverkopers. Niet toevallig luidt de geuzennaam van de club Los Colchoneros, ofwel de matrassenmakers.

Real is de aristocratie uit het moderne noorden en symboliseert de macht en kosmopolitisme, Atlético vertegenwoordigt de lage samenleving uit het verouderde zuiden en symboliseert de onderdanige arbeidersklasse. Decennialang liep de rivaliteit parallel met deze sociaal-economische breuklijnen, maar vandaag de dag zijn de tegenstellingen minder scherp.

Vanaf augustus verlaat Atlético het arme en industriële zuiden en zet het zijn tenten op in een noordelijke buitenwijk, in de buurt van luchthaven Barajas. De harde kern aan beide zijden van de stad oriënteert zich ook allebei duidelijk politiek rechts. Uit statistisch onderzoek van de Spaanse overheid blijkt zelfs dat supporters van Atlético zich eerder in hogere en rijkere kringen bevinden dan de Madridistas .

Delen

Atlético mocht dan wel één jaar eerder de Europa League hebben gewonnen, iedereen besefte immers dat de Simeone-revolutie pas voltooid zou zijn met een triomf op de grote buur.

Met de komst van Diego Simeone als hoofdcoach in 2011 begonnen ook de decennialange machtsverschillen op het veld te verschuiven. Onder het motto 'Nunca dejes de creer', proclameerde de Argentijn een ongebreideld geloof in eigen kunnen en droeg de Argentijn zijn winnaarsmentaliteit over op de hele club. De Copa del Rey-finale in 2013 was cruciaal in de weg naar boven. Bij poging 26 slaagde Atlético er eindelijk in om de angstgegner opzij te zetten, mede dankzij het uitstekende keeperswerk van Thibaut Courtois. Dat Real de wedstrijd domineerde en drie ballen op de paal mikte, werd beschouwd als payback voor alle onverdiende en dramatische nederlagen uit het verleden.

Na die emotioneel geladen finale verandere Atlético plots van een melancholische verliezer naar een verbeten en trotste winnaar. Atlético mocht dan wel één jaar eerder de Europa League hebben gewonnen, iedereen besefte immers dat de Simeone-revolutie pas voltooid zou zijn met een triomf op de grote buur. In de daaropvolgende derbi madrileño dreef het Simeone's manschappen op veertien jaar van nutteloze frustratie en zelfmedelijden. Meermaals beet de Koninklijke dan ook in de Copa del Rey en in La Liga in het stof. Met name de beschamende 0-4 nederlaag in februari 2015 bewees dat Real misschien wel nog rijker, mediagenieker en groter maar niet zozeer beter is dan Atlético. Op Europees niveau was Real echter drie seizoenen op rij de overwinnaar op een diefje, uiteraard een bittere pil om te slikken voor Atlético. Het besef dat het geluk drie keer evengoed hun kant had kunnen opvallen, heeft het bijgeloof in de vloek van El Pupas hernieuwd.

De vloek leeft voort

De doembeelden uit het verleden kwamen voor de eerste keer opnieuw naar boven na de verloren Champions League-finale in 2014. In Lissabon incasseerde Atlético in de blessuretijd de gelijkmaker van Sergio Ramos, een dreun van jewelste die fataal bleek te zijn in de verlengingen. Die avond in Lissabon vertoonde ook angstaanjagend veel gelijkenissen met het verloren tweeluik in 1974, reden genoeg voor de fans om opnieuw te wijzen op het vervloekte lot. Eén week eerder had Atletico zich nochtans tot kampioen van Spanje gekroond in Camp Nou, mede dankzij een onterecht afgekeurd doelpunt van Lionel Messi. De spelersgroep leek zich echter weinig aan te trekken van het bijgeloof: kapitein Gabi sprak zijn troepen in het heetst van de teleurstelling toe met de boodschap dat de groep snel zou terugkeren naar het hoogste podium in het clubvoetbal. Eén jaar later hielden beide teams elkaar 180 minuten in bedwang tot de Mexicaan Javier Hernández de ban brak in de het slot van hun ontmoeting in de kwartfinale.

De derde nipte nederlaag vorig jaar heeft echter de grootste wonden geslagen in en rond het Estadio Vicente Calderón. Real won vorig jaar La Undécima, de elfde Europabeker, in een wedstrijd die werd beslist na strafschoppen en waarin Antoine Griezmann voor Atlético al een strafschop in de reguliere speeltijd had gemist. Kortom, het traditionele verhaal van Atletico: op een dramatische, quasi fatalistische manier een potentieel gewonnen stadsderby uit handen geven.

Delen

Om de demonen uit het verleden voorgoed te verjagen, is Atlético dus verplicht om door te stoten tot de finale op 3 juni in Cardiff.

Op de koop toe bezitten Los Colchoneros zo een negatief record: Geen enkele club speelde meer Europabekerfinales zonder één enkele eindstrijd te winnen. De vloek lijkt zo gewoon voort te leven.

De Koninklijke voelt zich dankzij die twee gewonnen finales nog steeds verheven boven zijn buren maar het ongenaakbare zelfvertrouwen uit het verleden brokkelt echter derby na derby af. Real beseft immers dat Atlético een toverformule bezit om het snelle flitsenspel een halt toe te roepen. De simpele 3-0 overwinning voor Real in de editie van november vorig jaar was dan ook een verrassing die deed terugdenken aan een lang vervlogen periode waarin Real zonder al te veel problemen drie punten kwam ophalen langs de Manzanares. Zinedine Zidane, die als Real-speler uiteraard nooit een stadsbery had verloren, slaagde er die dag in zijn spelers het gevecht op het middenveld te laten winnen, een tactisch kunststukje dat enkele weken geleden echter geen vervolg kreeg. In Bernabéu vochten beide teams een derby volgens de nieuwe stijl uit: een hardbevochten en gelijk opgaand duel dat uitdraaide op een gelijkspel.

Het behoeft geen uitleg dat het rood-witte deel van Madrid sinds mei meer dan ooit uit is op revanche. Het tijdperk-Simeone is ontegensprekelijk één langgerekt succesverhaal maar een nieuwe uitschakeling door Real zal een blijvende schaduw over zijn bewind werpen. Atlético Madrid is immers een club die zichzelf definieert door nederlagen in plaats van overwinningen. Om de demonen uit het verleden voorgoed te verjagen, is Atlético dus verplicht om door te stoten tot de finale op 3 juni in Cardiff. Geen enkele Rojiblanco wil dit jaar de beker met de grote oren zien verschijnen aan de fontein van Cybele op de Paseo del Prado, maar wel een steenworp verderop aan de fontein van Neptunus, de heilige plaats waar alle rood-witte triomfen worden gevierd. Zoniet lijken El Pupas voor eeuwig de grootste tegenstander van zichzelf te blijven.

Onze partners