De markantste statistieken van de poulefase op Euro 2016

24/06/16 om 14:32 - Bijgewerkt om 14:41

Dat het een bijzonder EK is, had u al door...

De markantste statistieken van de poulefase op Euro 2016

Axel Witsel © Belga Image

Voor het eerst sinds Euro 1996 in Engeland is geen enkel land erin geslaagd zijn drie groepsmatchen te winnen. Frankrijk, Duitsland, Polen en Kroatië deden het best met 7 op 9. Duitsland en Polen, respectievelijk winnaar en runner-up van groep C, zijn overigens de enige twee landen die nog geen enkel doelpunt incasseerden op dit toernooi.

Het blijft ook na de volledige groepsfase opmerkelijk hoe weinig er gescoord wordt. In de eerste 36 wedstrijden van het EK vielen 69 doelpunten, een gemiddelde van amper 1,92 per match (het laagste cijfer voor een poulefase sinds 1992) of één per 47 minuten.

Ook markant: van al die doelpunten werd 65 procent in de tweede helft gemaakt en maar liefst 27,5 procent in de laatste tien minuten. Zeven doelpunten vielen in blessuretijd.

Cristiano Ronaldo

Cristiano Ronaldo © Belga Image

De trefzekerste landen in de groepsfase zijn, met elk zes doelpunten... Hongarije en Wales. De Magyaren maakte er drie tegen Portugal, twee tegen Oostenrijk en één tegen IJsland. De Britten wonnen met 3-0 van Rusland, scoorden twee keer tegen Slovakije en vonden één keer het net tegen Engeland. Nog een straffe prestatie van Wales is dat het als eerste EK-debutant sinds Zweden in 1992 zijn groep wist te winnen.

De meeste doelpogingen kwamen van de Portugezen: 69. Daarvan waren er 22 tussen de palen (voor 4 doelpunten), gingen er 28 naast en werden er 19 afgeblokt. De Rode Duivels staan op de derde plaats met 59 pogingen: 17 tussen de palen (eveneens goed voor vier doelpunten), 23 naast en 19 afgeblokt.

De aanvoerder van de Portugezen schoot Cristiano Ronaldo 30 keer in de richting van het doel van de tegenstander - meer dan wie ook op het EK - maar kreeg maar zeven ballen binnen het kader. Daarvan belandden er twee in doel tegen Hongarije (3-3), zodat 'CR7' wel de eerste speler in de geschiedenis werd die scoort op vier verschillende EK-eindrondes: 2004, 2008, 2012 en 2016.

Zlatan Ibrahimovic daarentegen, die andere wereldster in Frankrijk, schoot in zijn laatste groot toernooi met Zweden in drie wedstrijden... één keer op doel.

Wat de aanvoer van de doelpunten betreft, gaven slechts twee spelers meer dan één assist: Aaron Ramsey bij Wales en de Belgische aanvoerder Eden Hazard. Ook bij de meeste intercepties voert een Rode Duivel de ranking aan samen met een Welshman: de verdedigers Thomas Vermaelen en James Chester met elk 13.

Minder verrassend, maar daarom niet minder markant is dat Spanje de kampioen van de passing is: maar liefst 1876 geslaagde passes. En dat op 2023, goed voor een slaagpercentage van 93 procent. Het doelpunt waaraan het grootste aantal geslaagde passes vooraf ging, staat echter niet op naam van een Spanjaard, maar wel van onze landgenoot Axel Witsel. Voor zijn kopbalgoal tegen Ierland bleef de bal 28 passes lang in het bezit van de Belgen, de langste opbouw van een EK-doelpunt sinds 1980.

Nog een leuke statistiek is die van snelste man op het EK. Na speeldag één stond die titel op naam van de IJslander Kolbein Sigthórsson met 32 km/u, maar intussen heeft de Fransman Kingsley Coman dat record scherper gesteld, hij was 1 km/u sneller.

Een helder overzicht van alle cijfers, resultaten en klassementen vindt u hier. Live-verslagen van de wedstrijden, voor-en nabeschouwingen, de sfeerverslagen van ter plekke, opinie en duiding leest u dan weer hier

Onze partners