Hugo Broos maakte de apocalyps mee in Algerije

16/10/14 om 14:20 - Bijgewerkt om 14:20

De passage van de trainer bij topclub JS Kabylie was kort maar krachtig.

Hugo Broos maakte de apocalyps mee in Algerije

Hugo Broos © Belga Image

Amper drie maanden was Hugo Broos (62) aan de slag bij JS Kabylie, een Algerijnse voetbalclub uit Tizi Ouzou. Dat is de op één na grootste stad van Kabylië, een bergachtige streek in het noorden van Algerije. Hij komt nog een keer terug op de tragische wedstrijd waarbij zijn spits Albert Ebossé een steen tegen het hoofd krijgt en sterft.

'We verliezen die wedstrijd met 1-2, maar er was geen man overboord', zegt de ex-trainer van onder andere Club Brugge, Anderlecht, Exc. Mouscron en SV Zulte Waregem. 'Onze eerste match hadden we gewonnen en het kampioenschap was nog maar net begonnen. Maar goed, het was een wedstrijd tegen een ploeg uit Algiers. Dat ligt politiek heel gevoelig. De rivaliteit is zoals die bij Club Brugge-Anderlecht of Standard-Anderlecht, maar dan heviger.'

'Op vijf minuten van het einde beginnen supporters projectielen op het veld te gooien, vooral stenen. De politie is aanwezig, maar reageert niet. Het wordt erger, het wordt een regen van keitjes en stenen...'

'Op het moment dat we teruggaan naar de kleedkamers, wordt het accordeonscherm dat dienst doet als tunnel, niet ontvouwd. Wanneer ik passeer, zie ik Ebossé op de grond liggen, buiten bewustzijn. Ik wil naar hem toe gaan, maar de politie houdt me tegen. In de kleedkamer zegt men mij dat hij een steen tegen het hoofd gekregen heeft. Ik denk aan een hersenschudding of iets gelijkaardigs.'

'Vijf minuten later komt men ons zeggen dat ze hem niet meer wakker krijgen en dat hij naar het ziekenhuis wordt overgebracht. Op het ogenblik dat ik met een bestuurder aan het discussiëren ben, krijgt die een telefoontje. Hij begint onmiddellijk te wenen: 'Neen. Neen. Neen! Het kan toch niet waar zijn? Ebossé is dood?'

Wat er daarna gebeurt, is de apocalyps. Alle mensen die nog in het stadion zijn, beginnen te roepen, te huilen, spelers vallen in mijn armen. Tot op het moment dat men ons zegt dat we naar het ziekenhuis mogen gaan. Heel de ploeg gaat ernaar toe. Wanneer we aankomen, barst het er van het volk, het is een chaos. Mensen zijn binnengedrongen in het mortuarium en nemen foto's van het lijk van Ebossé met hun smartphone. Daar circuleren vandaag nog exemplaren van op het internet. Ongelooflijk.'

Lees meer over:

Onze partners