30 jaar KRC Genk: verhalen over de eerste Europese wedstrijd en de eerste bekerfinale

06/06/18 om 15:30 - Bijgewerkt om 15:30

In 1988 fuseerden de Limburgse mijnclubs KFC Winterslag en Thor Waterschei tot KRC Genk. Naar aanleiding van die 30e verjaardag ligt sinds deze week het boek 'Forza Racing - Mijn ploeg. Voor altijd.' van Rudi Smeets in de winkel. Sportmagazine.be mag u een selectie aanbieden, over de eerste Europese wedstrijd en de eerste bekerfinale in 1998.

30 jaar KRC Genk: verhalen over de eerste Europese wedstrijd en de eerste bekerfinale

Branko Strupar (R) tegen Apolonia © Belga Image

De Zigeuner

De merkwaardigste Europese wedstrijd van KRC Genk is misschien wel de allereerste: de heenmatch van 13 augustus 1998 tegen het Albanese Apolonia Fier in Tirana, de hoofdstad van het land. Over het sportieve aspect valt niet veel te vertellen. Racing won met 1-5, dankzij goals van Strupar, Hendrikx, Oulare (twee) en Horvath, waardoor de return nog slechts een formaliteit was.

De omstandigheden zijn echter het herinneren waard. Het begon al bij de scouting, waarvoor trainer Aimé Anthuenis, ploegafgevaardigde Tony Greco en bestuurslid Robert Raes naar het arme Balkanland trokken. Journalist Rob Mertens van Het Belang van Limburg reisde mee voor een reportage over de tegenstander.

'Een halfuur voor de aftrap van het vriendschappelijke duel tegen Flamurtari zaten de voorzitter, de coach en de secretaris nog samen met de Genkse delegatie te tafelen op een terrasje in Vlorë aan de Adriatische Zee', herinnert hij zich. 'Aimé begon zichtbaar nerveus te worden, omdat het twintig minuten rijden was tot aan het stadion. Maar de voorzitter stelde hem op zijn gemak: de wedstrijd begon niet zolang hij er niet was. Uiteindelijk werd de aftrap veertig minuten later gegeven dan gepland. Echt bizar werd het toen ik merkte dat onze chauffeur een pistool naast zich had liggen. "Voor het geval we een accident meemaken. Dan lossen we dat zo op", zei de man, zonder zijn gelaat te vertrekken.'

Toen de hele ploeg overkwam bleek dat het geen sinecure was om de ex-communistische republiek binnen te raken. Vooral de Afrikaanse spelers werden streng gecontroleerd, maar enkele blauw-witte shirts en ballen maakten het personeel als bij toverslag heel wat inschikkelijker.

De tocht naar hotel Rogner in het centrum van Tirana nam ongeveer een halfuur in beslag. De pakweg dertig jaar oude autobus had zijn beste tijd gehad. Boven een raam gaf een zilverkleurig plaatje meer informatie over de verrassende herkomst van de bus: bedrijf De Zigeuner uit Diepenbeek. De wilde verhalen over corruptie, meer bepaald de duistere verhandeling van afgedankte West-Europese voertuigen, waren blijkbaar niet volledig verzonnen.

Onderweg volgde de bevestiging. Op de smalle, hobbelige asfaltweg vol putten en bulten slalomden Mercedessen uit de jaren zestig roekeloos tussen de gammele bromfietsen, fietsen en ezels met boerenkarren. Overal stulpten betonnen deksels uit de grond: bunkers die de toenmalige Albanese president Hoxha in het hele land liet optrekken, zo'n 750.000 in totaal.

De overwinning werd om veiligheidsredenen in het hotel gevierd. Naarmate de alcoholconsumptie steeg, werd de sfeer uitbundiger. Uiteindelijk moest iedereen het zwembad in, mét kleren. Zelfs voor de Belgische ambassadeur werd geen uitzondering gemaakt. Het is een van de verhalen die nog geregeld worden opgerakeld door de mensen die erbij waren.

Met vijfenveertig op de foto

'Club Brugge stond met elf man op de ploegfoto, wij met misschien wel vijfenveertig. Het duurde vijf minuten eer die foto was genomen', herinnert Pierre Denier zich van de eerste bekerfinale, die plaatsvond op 16 mei 1998. Een levendige familieprent versus een verzorgd teamplaatje, het visuele contrast tussen Club Brugge en KRC Genk kon niet groter zijn. Het verschil in hunkering, beleving en focus kwam vrijwel vanaf de eerste minuut tot uiting tijdens de match. De Limburgse honger was zo groot dat Club werd overklast.

De sterren stonden nochtans niet gunstig. Strupar was geschorst en Oulare had al een hele poos last van een enkelblessure. Wat moest dat worden, zonder het koningskoppel? Trainer Aimé Anthuenis zag zich genoodzaakt om af te stappen van zijn gebruikelijke veldbezetting. Hij koos voor een vijfmansmiddenveld met Guðjónsson als meest vooruitgeschoven man achter Oulare. De IJslander moest met snelle infiltraties door het centrum de afwezigheid van Strupar opvangen. Stroy, die in de competitie maar twee keer in de basis stond, fungeerde als buffer voor de defensie in de plaats van Delbroek, die een rij achteruitschoof om de geschorste Kimoni te vervangen. 'Stroy schrok zich een ongeluk toen ik hem zei dat hij zou spelen', zegt Anthuenis.

Genk nam een extra wapen mee naar het toen nog niet afgewerkte Koning Boudewijnstadion: de supporters. Het beschikbare aantal kaarten was ruim onvoldoende voor de vraag in Limburg. Alle bruggen boven de autoweg richting Brussel waren versierd met vlaggen in de clubkleuren. Duizenden supporters vertrokken al in de vroege voormiddag en maakten van de hete Heizelvlakte een Limburgse enclave.

Het Genkse vak zat pakweg twee uur voor de aftrap tjokvol, de aanhangers van Club Brugge zochten pas enkele minuten voor het eerste fluitsignaal hun zitje op. Even voor het halfuur was het blauw-witte legioen het delirium nabij. Hendrikx legde de bal af op Oulare, die snoeihard uithaalde met zijn rechter en doelman Verlinden kansloos liet. Een minuut later verdubbelde de Guineeër de voorsprong en nog voor de rust zette Guðjónsson met een stuiterende bal de 3-0 op het bord.

'Tijdens de rust kwam van het bestuur van Club Brugge geen kat naar de receptie', blikt toenmalig voorzitter Remi Fagard terug. 'Daar stond een tafel van misschien wel acht meter lang met taarten, alsof het een bruiloft was. Niemand die een stukje kwam nemen. Jean-Luc Dehaene was slechtgezind en blijkbaar durfden die van Club Brugge hem niet alleen te laten zitten.'

Na de pauze zette Peeters na een lange, energieke rush de eindstand op het bord. Bij het affluiten door scheidsrechter Ancion volgde de gebruikelijke bestorming van het veld, waar de bubbels kwistig in de avondlucht werden gespoten. Tijdens de terugtocht naar Genk werd er in de bus zo stevig gedronken dat -dixit Souleymane Oulare - vrijwel iedereen dronken was. Heel wat spelers kropen op het dak van de bus, de staf hield een oogje in het zeil om ervoor te zorgen dat ze er niet afdonderden. In de stad brak een volksfeest los.

Onze partners