Charles Barette: de Brusselse scheidsrechter die democratisering van Belgisch voetbal op gang floot

23/09/17 om 08:00 - Bijgewerkt op 22/09/17 om 20:55

Oorspronkelijk was ook de meest 'volkse' sport van ons land duidelijk op de elite gericht. Binnen die context maakte de Belgische voetbalwereld kennis met Charles Barette, een scheidsrechter die de maatschappelijke verhoudingen voorgoed zou omkeren.

Charles Barette: de Brusselse scheidsrechter die democratisering van Belgisch voetbal op gang floot

Charles Barette © Beeld Wikipedia

De oorsprong van het voetbal in België ligt in de elitaire kostscholen. Hier liepen in de tweede helft van de 19de eeuw veel zonen van Britse migranten school. Deze jongelui brachten het spel mee als deel van hun cultuur. In het huidige Verenigd Koninkrijk, de bakermat van het moderne voetbal, was de sport rond 1850 reeds breed verspreid geraakt over de samenleving.

Deze vorm van schoolvoetbal was ook in België echter al gauw zo succesvol dat leerlingen ook buiten de schoolmuren tegen een bal begonnen te trappen. Nergens was deze evolutie duidelijker dan in Brussel, destijds de voetbalhoofdstad van ons land. Een van de bekendste locaties hier was die van Ten Bosch. Dit braakliggend terrein langsheen de huidige Louisalaan was omgeven door een aantal hoog aangeschreven scholen. Het was dan ook hier dat eind de jaren 1880 de eerste volwaardige Brusselse voetbalclub onder het doopvont werd gehouden: Brussels Football Association. Dat zette een nieuwe kettingreactie in beweging, overal in de hoofdstad werden voetbalclubs opgericht. In de regel gebeurde dit door leerlingen van de scholen waar de sport eerder zijn ingang had gevonden. Zij hadden kennisgemaakt met het spel en wilde dit nu blijven spelen na hun schoolcarrière.

Exclusief

Het gevolg van deze ontstaansgeschiedenis was dat het voetbal als maatschappelijk fenomeen in oorsprong erg exclusief was. De sport werd door de eerste generatie Belgische beoefenaars beschouwd als een uiterst elitair fenomeen. De elite interpreteerde voetbal in de eerste plaats als een educatief ideaal, een middel dat bepaalde waarden aanleerde die alleen hen eigen waren. Ook deze opvatting was overgewaaid van over het Kanaal en is duidelijk terug te vinden in invloedrijke maatschappijstudies uit deze periode.

Het bekendste voorbeeld hiervan is de theorie van de 'Opzichtige Vrije Tijd' van de Amerikaanse econoom Thorstein Veblen. Zijn redenering, die in 1899 voor het eerst werd gepubliceerd, was dat hoe verder een samenleving zich ontwikkelt, hoe meer onderscheid in activiteit er zichtbaar is tussen de verschillende maatschappelijke lagen. De hogere klassen dienden zich volgens hem bezig te houden met niet-industriële taken, waaronder dus ook sport viel.

Het is binnen deze denkkaders dat het ontstaan van de Belgische Voetbalbond moet worden begrepen. In de nazomer van 1895 kwamen een aantal van deze elitaire pionierclubs samen met als doel een nationale competitie in te richten. Hieruit ontstond de Union Belge des Sociétés de Sports Athlétiques (UBSSA), de voorloper van de huidige Voetbalbond. Uit de bronnen van destijds blijkt dat binnen de Bond geen enkele noodzaak werd gevoeld om dit exclusief karakter aan te pakken.

Dat is op zijn zachtst gezegd erg opvallend te noemen. In diezelfde periode was er in de gehele Belgische samenleving immers net een tegenovergestelde dynamiek steeds dominanter aanwezig. De elite was zich ervan bewust geworden dat de steeds groeiende massa onmogelijk langer kon worden genegeerd en grootscheepse hervormingen niet langer konden uitblijven.

Volkse vereniging

Het diepgeworteld geloof in het exclusiviteitsmodel bleef echter niet zonder gevolgen. Door de te verwachten groei aan populariteit kwam deze claim op alleenrecht van de elite immers steeds meer onder druk te staan. Het belangrijkste gevolg van deze eerste populariteitsopstoot was de oprichting van voetbalclubs die op geen enkele manier gebonden waren aan de elite. Zij stonden met andere woorden open voor eenieder die zich wilde aansluiten.

Veruit het bekendste voorbeeld hiervan is Union Saint-Gilloise. Deze vereniging werd in 1897 opgericht door een aantal lokale schoolleerlingen. Hoewel het hierbij niet om arbeiderszonen ging, was het profiel van deze eerste generatie Unionisten in geen geval te vergelijken met die van hun rechtstreekse rivalen uit de stad. Hun breed verspreidde bijnaam 'de Apachen', meer dan waarschijnlijk verwijzend naar een Parijse groep straatjongens en jonge delinquenten, is hiervan het beste bewijs.

De club ontwikkelde zich in de daaropvolgende jaren doelbewust tot een vereniging voor en door het volk. De geel-blauwe formatie stelde het spel en niet de maatschappelijke connotatie voorop. Dat bleek een ontegensprekelijk succesrecept. Union schoot meteen na de vorige eeuwwisseling als een komeet naar de top van het Belgische voetbal. De eerste titel kwam er in 1904, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog stond deze teller al op zeven.

De verder groeiende status van de Apachen als topclub zorgde er ook voor dat Unionisten hun intrede deden binnen de bestuurlijke organen van de Bond. Een van de eersten onder hen was de Brusselse schoenmaker Charles Barette. Hij was vrijwel van bij het begin verbonden bij Union en was er tussen 1898 en 1908 zelfs voorzitter. Het was binnen die hoedanigheid dat deze schoenmaker, gespecialiseerd in het maken van leren sportschoenen op maat, lid werd van de Algemene Vergadering van de Voetbalbond.

Dat betekende echter nog maar het begin van zijn carrière binnen de voetbalwereld. Nadat hij 1903 als een van de eersten in ons land geslaagd was voor het praktisch examen voor scheidsrechter, ontwikkelde hij zich als snel tot 's lands hoogst aangeschreven ref en ook internationaal behoorde hij al snel bij de top. In 1913 werd hij zelfs verkozen tot erelid van de Italiaanse scheidsrechtersfederatie, een ontegensprekelijk bewijs van zijn status.

Democratisering

De komst van figuren als Barette binnen de hogere echelons van de Voetbalbond zorgde er ook voor dat zij hun 'voetbalvisie' steeds meer konden doordrukken. De eens zo machtige voetbalelite kwam hierdoor meer en meer buitenspel te staan. Het debat rond het zogenaamde (semi-)professionalisme vormt hierbij het duidelijkste voorbeeld. Deze discussie draaide om het toelaten van vergoedingen voor spelers, in ruil voor hun prestaties op het veld. Door velen van de founding fathers van de Bond werd dit beschouwd als de ultieme ondergang van hun voetbalmodel.

De nieuwkomers stelden daartegenover dat het tot dan toe geldende verbod op vergoedingen voor spelers een fundamentele vorm van ongelijkheid creëerde binnen de sport. Deze bestaande regelgeving zorgde er voor dat enkel de gegoede klasse zich kon toeleggen op voetbal, want voor de gewone man stond voetballen gelijk aan tijd die niet kon worden besteed aan broodwinning en dus inkomstverlies. Bovendien kon het niet worden ontkend dat de topspelers ook in deze periode reeds aanzienlijke hoeveelheden kapitaal genereerden met hun prestaties en was dit economisch dus een zeer moeilijk te verdedigen situatie.

De uiteindelijke aanvaarding van het (semi-)professionalisme in het Belgische voetbal door de Bond kwam er in 1913, nadat de publieke opinie zich duidelijk tegen de starre houding van de Bond had gekeerd. Deze mijlpaal creëerde de context voor de totale democratisering van het Belgische voetbal, die na 1918 in een nieuwe stroomversnelling kwam.

Deze evolutie was echter nooit hetzelfde geweest zonder de geleverde strijd van figuren als Barette binnen de Brusselse voetbalelite. Hij zorgde als Unionist van het eerste uur mee voor de eerste, cruciale barst in het elitaire karkas dat aanvankelijk rond de sport gebeiteld zat. Later ontpopte hij zich dan zelfs tot het symbool bij uitstek van de maatschappelijke evolutie die het voetbal had doorgemaakt rond de vorige eeuwwisseling.

Van een fenomeen dat in oorsprong werd geïnterpreteerd als een uiting van onderscheid, was het in minder dan twintig jaar tijd geëvolueerd tot een verschijnsel dat sociale mobiliteit juist mogelijk maakte en maatschappelijk onderscheid zo net ondermijnde.

Lees de volledige thesis van Bavo Boutsen

Onze partners