De mijnjaren van Vital Borkelmans: 'Als men ze morgen weer opent, sta ik er opnieuw'

01/11/17 om 21:24 - Bijgewerkt om 21:23

In het nieuwe boek Eeuwige optimist vertelt voormalig assistent-bondscoach Vital Borkelmans vrijuit over zijn leven voor, tijdens en na het voetbal. Sport/voetbalmagazine biedt u een voorpublicatie aan: 'Ik zag elke dag wel ergens een ongeluk gebeuren.'

De mijnjaren van Vital Borkelmans: 'Als men ze morgen weer opent, sta ik er opnieuw'

© BELGAIMAGE

Op zijn zeventiende tekende Vital een contract als mijnwerker-voetballer. In de vroege jaren tachtig waren er in Limburg vier clubs met een sterke binding met de steenkoolmijnen: Thor Waterschei, FC Winterslag, FC Beringen en Patro Eisden. Daar werd het voetbal gecombineerd met een job.

Kappen met pik en sjup

'Je volgde beneden een opleiding om boven een functie te krijgen. Maar ik trok naar beneden om er te blijven. Het fascineerde mij. Ik was amper negentien, maar ik voelde aan dat ik levenservaring kon opdoen. Iedereen kende mij daar want die duizenden mijnwerkers supporterden ook voor Patro. Als ik begon met mijn job, riepen ze: "Borkeltje, niet te zot doen want zondag volgt een belangrijke match." Maar ik wilde niet bevoordeeld worden ten aanzien van mijn collega's. Ik stond met mijn neus op veel gevaarlijke dingen: ik zag elke dag wel ergens een ongeluk gebeuren.'

'Ik kreeg de leuke job van mijnmeter: van 8 tot 16 uur moest je met pik en sjup beginnen kappen. Ik deed het onderhoud van de transportbanden. Je reed acht kilometer met het treintje tot aan de steenkoollaag en die moest dan worden ontgonnen. Ik stapte twee tot drie keer per week te voet naar boven, dat was ook een vorm van training voor mij.'

Ik denk elke dag aan mijn dode kompelvrienden

Die mijn betekende dus heel veel voor Vital. Zowel in zijn persoonlijk leven als in zijn voetballoopbaan.

'Ik ben er heel trots op dat ik deze ervaring mocht hebben, want ze veranderde mij. Ik heb hier vrienden gemaakt voor het leven, maar ook verloren. Ik heb kompels weten sterven. Ik denk elke dag terug aan de ontploffing van 1984: zeven doden. Ik kan hen niet vergeten.'

'Met mijn vriend Viggo had ik om 16 uur net mijn shift afgerond. In dezelfde gang ontplofte twee uur later het gas. Ik was op dat ogenblik aan het trainen met Patro - het veld lag op wandelafstand van de mijn - en ik keerde onmiddellijk terug. Ik zie nog elke dag die beelden: duizenden mensen voor de mijn. Ouders, kinderen, vrouwen, broers en zussen. Ze stonden daar angstig te wachten op nieuws van de mensen die onder de grond zaten. Als er iemand werd gered: applaus. Koude rillingen krijg ik er nog van. Dan werd het droevige nieuws meegedeeld dat zeven van ons bezweken waren.'

'Een ontploffing geeft kompels geen enkele kans: de CO2 snijdt vooraf je adem af en je stikt. Dan volgt de vonk en ontploft het. Daarom dragen we een lamp: het gele vlammetje wordt dan blauw. Het verstikt want de lucht verdwijnt en dat betekent 'gevaar'. Daarom zijn de muizen beneden onze beste vrienden. Ze kruipen in je broek. Laat je eten niet liggen, want ze stelen het. Maar als ze dood op de grond liggen dan weet je dat je op de loop moet.'

'Ik woonde alle begrafenissen bij. Snikkend tussen en met duizenden kompels-kameraden. De koning en enkele ministers boden hun medeleven aan. Dat is mooi, maar tegelijk vroegen we ons af waarom zij slechts kwamen ná de rampen. Ze hielden weinig rekening met de veiligheidseisen die de mijnwerkersbond al vooraf had ingediend.'

'De angst voor de dood wijkt nooit in de mijn. Je moet die kunnen beheersen. Ik heb mensen gezien die twee keer breder en groter waren dan ik maar die panikeerden wanneer ze voor het eerst beneden kwamen. En onmiddellijk naar boven wilden: angst, pure angst! Ik leerde die verdringen. Je loopt en kruipt door de pijlers van pakweg één meter en tien centimeter. Daarin zitten mensen zes uur te werken. Het instortingsgevaar is voortdurend aanwezig want de mijn doet zijn goesting.'

Als men morgen de mijn heropent, sta ik daar opnieuw

Vital werd depressief van de herinnering aan deze ramp. Bij elke verjaardag kreeg hij het moeilijk. Hij liet zich er uiteindelijk voor behandelen door een therapeut.

'Toen ik bij SV Waregem voetbalde zocht ik contact met de Nederlandse therapeut Thijs Wijngaarde, tevens een ex-profvoetballer van AS Oostende. Die heeft me geholpen om het drama een plaats te geven. Hij leerde me over de kracht van positief denken. Ik beleefde toen een harde tijd want tot twee jaar na mijn laatste dag in de mijn hoestte ik stof uit mijn longen.'

'En toch zweer ik je: als men morgen de mijnen terug opent, dat sta ik daar opnieuw. Ik teken meteen. Waarom? Kompels zijn maten voor het leven. Je vertoeft samen meer dan zevenhonderd meter in de diepte. En onder de grond is iedereen zwart. Er is geen haat naar mekaar toe omdat mensen elkaar nodig hebben. Ik zeg altijd: dit is de beste teambuildingsessie die een bedrijf zich kan indenken. Stuur je mensen naar beneden en laat ze daar eens een dag met elkaar werken. Je kunt immers nergens naartoe. En je zit kilometers van de uitgang. De solidariteit die daar heerst, vindt men nergens.'

Een waffel met een politiematrak op een rug. Dat kwam niet goed hè...met die flikken!

Diezelfde solidariteit bestond bij stakingen. Dat hebben de ordediensten geweten.

'Ze zagen ons niet graag komen hè, die jongens van de politie en de rijkswacht. Ze scheten voor ons in hun broek. Dat het er hard en onrechtvaardig aan toe ging, ervoer ik al de eerste keer.'

'Er was een staking bij het bedrijf Siemens in Lanklaar, dat een band had met de mijn. Ik reed ernaartoe en zette mijn auto aan de kant. Ik stond te kijken. Ik deed niets. De politie zette een charge in en toch kreeg ik ook een waffel met een matrak. Ik droeg een leren jas, maar op mijn rug stond toch een blauwe streep. Ik speelde toen bij Patro en de meeste mijnwerkers kenden mij. Ze hadden het gezien en ze voerden toen op hun beurt een charge uit ... dat is niet goed gekomen met die flikken hè. Dat is niet goed gekomen.'

'Bij een betoging reden we in een autokolonne van Maasmechelen naar Genk. De BOB volgde destijds in het klassieke grijze R4'tje elk opstootje. Ze reden honderdvijftig meter voor ons uit. Tot een Turk met een Opel Manta Sport er genoeg van kreeg. Hij gaf plots volle petrol en ramde de R4. Hij nam vervolgens zijn papieren, sleutelde zijn nummerplaten van de wagen en zette het op een lopen. Hij liet zijn auto gewoon achter. Iedereen claxonneren natuurlijk!'

Griekse, Poolse, Turkse en Belgische 'malletten' door elkaar

In de mijn beleven de mensen de dingen samen. En toch dreigt er elk moment gevaar. Dat ontdekte Vital op de eerste en op de laatste dag van zijn ondergrondse job in Eisden.

'Ik ging om acht uur in de ochtend naar beneden met de vader van Manu Karagiannis, die daar dynamiet liet ontploffen. En 's middags wisselden we onze malletten. Dat waren de brooddozen. Hij had Grieks eten bij. Dus de ene dag at ik Grieks, de volgende Turks en nog een dag later Pools. Zo genoot ik vier jaar van het dagelijkse leven in de mijn.'

De mijnjaren van Vital Borkelmans: 'Als men ze morgen weer opent, sta ik er opnieuw'

© /

'Ik leerde er de waarden die ik belangrijk acht en zou toepassen op het voetbal: hard werken, alles geven voor mijn ploeg. Plichtgevoel. Solidariteit met de medespelers. Niet alleen op het veld maar ook ernaast. Ik ontfermde mij altijd over de buitenlandse spelers en hun gezin. Ik besefte dat voetbal écht plezant is en geen opoffering, want ik had in de mijn de andere kant van de medaille gezien. Ik ging altijd tot de laatste snik.'

'En dan volgde mijn laatste werkdag want ik had getekend voor SV Waregem. Ik nam taart en drank mee naar beneden. Iedereen applaudisseerde. Het pakt me nog altijd als ik het vertel want ik voel de tranen opwellen. En voor hetzelfde geld overleefde ik die dag niet. Ik zat samen met mijn groep het afscheid te vieren toen onze trein ontspoorde. Ik ben echt miraculeus aan de dood ontsnapt. Die mijn was voor mij het echte leven, maar de dood loert op elk moment om de hoek.

Eeuwige optimist van Raf Willems komt uit op 4 november, is uitgegeven bij Willems Uitgevers en kost 20 euro. Meer info vindt u hier.

François Colin interviewt Vital Borkelmans op 4 november op de Boekenbeurs. Borkelmans signeert die dag ook van 16 tot 18 uur op stand 126, die van 11uitgevers. Meer info vindt u hier.

Onze partners