Geert Foutré
Geert Foutré
Geert Foutré is redacteur bij Sport/Voetbalmagazine.
Opinie

17/05/17 om 07:30 - Bijgewerkt om 09:58

'De 'nobody' Van Holsbeeck kan wel zijn achtste titel in veertien jaar Anderlecht vieren'

Geert Foutré staat stil bij de nakende 34e landstitel in de clubgeschiedenis van Anderlecht.

'De 'nobody' Van Holsbeeck kan wel zijn achtste titel in veertien jaar Anderlecht vieren'

Herman Van Holsbeeck © Belga Image

Komend weekend trekt Lierse op de laatste speeldag van play-off 2 naar Standard voor een duel zonder belang. Volgende week zal het twintig jaar geleden zijn dat Lierse op het veld van de Rouches kampioen werd. Het was de laatste keer dat een kleine provincieclub de titel vierde. Wat Lierse daarna overkwam, maakte duidelijk dat zo'n voetbalsprookje in de moderne profwereld, waar alles om geld en grote getallen draait, niet meteen voor herhaling vatbaar is.

Na het feest volgde snel de kater: Lierse had geen stadion en geen ploeg voor de Champions League, moest zich diep in de schulden steken om een bespeelbaar stadion te krijgen, was op een haar na failliet en degradeerde twee keer. De enige keer dat een kleine club nog eens dicht bij die krachttoer van Lierse kwam, was toen Zulte Waregem in 2012/13 op de laatste speeldag van play-off 1 even virtueel kampioen was op Anderlecht. Uiteindelijk zegevierde paars-wit toch. Mocht het kampioen geworden zijn, had Zulte Waregem er even beduusd voor gestaan als Lierse destijds, met de beste speler die vertrok (Thorgan Hazard) en een stadion waar geen CL gespeeld kon worden.

In de zomer waarin Lierse zijn titel vierde, ging bij het zieltogende RWDM een jonge manager een mission impossible aan om na het vertrek van Johan Vermeersch Molenbeek boven water te houden. Bij de onderhandelingen over de verkoop van Steve Laeremans een jaar later viel Herman Van Holsbeeck de dirigenten van Lierse op, die hem in 1999 binnenhaalden als manager. Het was in de Vlaamse Kempen, niet de natuurlijke biotoop voor een Vlaamse Brusselaar, even aanpassen, zegt Van Holsbeeck daar vandaag over.

Delen

Die 'nobody' van toen Herman Van Holsbeeck kan deze week wel zijn achtste titel in veertien jaar met Anderlecht vieren

Toen de bakkerszoon uit Sint-Lambrechts-Woluwe veertien jaar geleden naar het Astridpark werd gehaald als opvolger voor Michel Verschueren kenden weinigen hem. 'C'est qui ça, Van Holsbeeck?', klonk het bij zijn aanstelling.

Deze week kan die nobody van toen zijn achtste titel in veertien jaar met paars-wit vieren. Daar had zelfs binnen de Brusselse club net voor de jaarwisseling niemand ook maar één euro op durven verwedden.

Als het kampioen wordt, is dat sinds de titel van Lierse Anderlechts tiende succes in 20 jaar (1 op 2). Het zou sinds de invoering van het profvoetbal in 1974 de 18e titel zijn voor de hoofdstedelingen, de 34e in de clubgeschiedenis. Bij het opstarten van het play-offsysteem leek het zwaartepunt van het Belgische topvoetbal op te schuiven naar het oosten. 'Liège, nouvelle capitale du football', titelde de krant Le Soir na de tweede opeenvolgende titel voor Standard in 2009, maar in acht jaar play-offs speelden de Luikenaars amper twee keer om de prijzen: in 2010/11 en in 2013/14. Uiteindelijk bracht de play-off-formule de naoorlogse hegemonie van paars-wit in het Belgische voetbal niet aan het wankelen, aangezien de Brusselaars op hun vijfde titel in acht edities afstevenen.

Op Club Brugge, waar nostalgici met een blauw-zwart verleden zondag terwijl opmerkten dat de thuisaanhang de laatste jaren meer tegen anderen dan voor het eigen team lijkt te supporteren, kwamen de bezoekers op geen enkel moment in moeilijkheden. Anderlecht kon het zich zelfs permitteren om zijn duurste aankoop (Stanciu), zijn topschutter (Teodorczyk) en zijn meest ervaren speler (Deschacht) op de bank te laten. Van weelde gesproken.

Van het team dat in 2013/14 de laatste Brusselse titel pakte, stonden zondag in Brugge nog amper drie spelers op het veld: Youri Tielemans en Frank Acheampong in de basis, en Bram Nuytinck als invaller. Deschacht en Bruno die er destijds bij waren zaten op de bank, Najar was geblesseerd.

Blijft de vraag wie van de aanstaande kampioensploeg in september nog op het veld staat wanneer Anderlecht aantreedt in de Champions League. Wordt het een representatief team of een Anderlecht light-versie?

René Weiler zal straks, net als dit seizoen, weer een nieuw team moet bouwen. Dat is nu eenmaal het lot van de trainer in een topclub van een transitcompetitie.

Onze partners