Gigot (AA Gent): 'Verdedigen werd door Kompany een kunst'

11/04/17 om 12:00 - Bijgewerkt op 12/04/17 om 10:18

Samuel Gigot blijkt voor AA Gent dé meevaller van de wintermercato. De timide Fransman ontbolstert op het veld tot een zelfbewuste, fysiek aanwezige verdediger, met dank aan de bokssport, zijn rugbyspelende broer Tony en... Vincent Kompany.

Gigot (AA Gent): 'Verdedigen werd door Kompany een kunst'

Samuel Gigot in de gymzaal: 'In mijn jeugdjaren had Avignon een aantal gevaarlijke wijken. Als je dan wat body hebt, ben je geen gemakkelijke prooi.' © FOTO'S KOEN BAUTERS

Samuel Gigot (23) kreeg geen voetbalopleiding bij een gerenomeerde club, maar bij een klein clubje in de buurt van zijn geboortestreek Avignon. Hij was een sobere, niet overdreven getalenteerde verdediger, vertelt hij in Sport/Voetbalmagazine: 'Tussen mijn twaalfde en veertiende twijfelde ik eventjes. Door mijn papa overwoog ik even over te schakelen op boksen. Hij vond dat ik me op een voetbalveld te veel liet doen. Korte tijd combineerde ik die twee sporten en kweekte zo wat meer spiermassa. In mijn jeugdjaren telde Avignon een aantal gevaarlijke wijken. Als je dan wat body hebt, ben je geen gemakkelijke prooi.'

'Mijn broer Tony speelde rugby. Ook die sport boeide me. Je lichaam teisteren en tonen wie uiteindelijk de sterkste is. Mijn broer is mijn voorbeeld, de topsporter naar wie ik nog altijd opkijk. Veel talent, mentaal sterk. Jaloers was ik nooit, veeleer gelukkig met zijn parcours. Hoger dan hem geraak ik toch nooit. (grijnst) Hij vertrok al op zijn veertiende naar een speciale topsportschool in Chalon-sur-Saône, daarna zelfs naar Toulouse. Dat is hét nationale trainingscentrum, min of meer vergelijkbaar met Clairefontaine in het voetbal. En op zijn zeventiende vertoefde Tony al in Londen. Dat verdient alleen maar respect."

'Voetbal beheerste altijd mijn leven. Mijn profiel was lang dat van een centrale verdediger. In Avignon speelde ik constant centraal, nooit rechts. In de jeugd was ik wat molliger, niet van de snelsten en nonchalant. Fabio Cannavaro en de Braziliaan Ronaldo waren mijn idolen. Die laatste adoreerde ik, ik ging zelfs naar de kapper voor zijn coupe. Je weet wel, alles geschoren, enkel wat haar vooraan. Ik hield van verdedigen, baas zijn over je rechtstreekse tegenstander. Bewondering had ik ook voor de sierlijke Vincent Kompany. Zijn foto van tijdens zijn eerste jaren bij Manchester City staat nog altijd op mijn iPad. Verdedigen werd door Cannavaro en Kompany een kunst: fysieke présence, persoonlijkheid tonen, iets uitstralen. Maar ik zie ook John Terry graag bezig. Een beest in de duels, altijd de sterkste willen zijn. Dat heeft ook wel iets.'

(Frédéric Vanheule)

Lees het volledige interview met Samuel Gigot in onze Plus-zone of in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 12 april.

Onze partners