Hoe paars-wit opnieuw de macht greep

26/04/17 om 06:30 - Bijgewerkt om 07:24

Van Old Trafford naar het Constant Vanden Stockstadion: in vier dagen tijd wist Anderlecht zijn blazoen weer helemaal op te poetsen.

Hoe paars-wit opnieuw de macht greep

Anderlecht viert de zege tegen Club Brugge. Het overklaste de West-Vlamingen op alle fronten. © belgaimage

René Weiler is er het type niet naar om de eer op te eisen voor een triomf of zijn enthousiasme al te fel te laten blijken. Het is iets na achten zondagavond wanneer de Zwitserse coach tevreden, maar verre van zelfvoldaan, de perszaal van het Constant Vanden Stockstadion verlaat, terwijl bij zijn collega Michel Preud'homme de mondhoeken nog net iets lager hangen dan gewoonlijk. In de catacomben gaat het ook zonder de twee trainers nog even door over de fysieke dominantie van paars-wit in de uren daarvoor. Dat Anderlecht de topper al snel in een definitieve plooi kon leggen dankzij de technische superioriteit van zijn sleutelspelers, wordt niet in vraag gesteld, maar vooral de manier waarop het gedurende een hele wedstrijd een atletische overmacht tentoonspreidde tegen Club is stof voor gesprek.

Weiler relativeert, zoals hij steeds doet, die superioriteit en wijst voornamelijk op het psychologische aspect van zulke geladen wedstrijden. 'Het eerste doelpunt werkte bevrijdend, het gaf ons de nodige impuls om verder door te duwen, terwijl ook de Europese match van donderdag een positief effect had op de groep.'

Even later wordt de Zwitser buiten overvallen door tientallen supporters die een selfie met hem willen. Ze overladen hem met lof. Weiler neemt die dankbaar in ontvangst, leent zich met de glimlach tot het fotogenieke werk, maar valt nooit uit zijn rol als nuchtere Zwitser. Weiler zweert bij zijn adagium: in het voetbal kan alles snel veranderen, zowel in de ene als de andere richting. De vier dagen die aan die triomf tegen Club voorafgingen, en waarin de paars-witte achterban van verdeeld naar euforisch evolueerde, waren daarvan nog maar eens een bewijs.

Applaus van Mourinho

Amper twee maanden geleden is het, bij een verplaatsing naar KV Oostende, dat een deel van de harde kern van de Brusselaars besliste om tot een boycot over te gaan en hun ongenoegen over het sportieve beleid van hun geliefde club te uiten. De eerste tien minuten van de partij bleven ze weg. En kijk, nu staat Anderlecht op het punt om een 34e landstitel binnen te halen in een seizoen dat ook nog eens gekenmerkt wordt door een uitstekende Europese campagne.

De ontgoocheling na de uitschakeling tegen Manchester United in de kwartfinales van de Europa League maakte binnen de club snel plaats voor een gevoel van trots: het Europese blazoen werd opgepoetst in Old Trafford. Dat bewees het applaus van José Mourinho richting meegereisde Anderlechtfans en ook zijn bezoekje in de kleedkamer van paars-wit na de match. Het 'kleine' Anderlecht, dat het vergeleken bij de Europese groten met een zakgeldbudget moet stellen, heeft zich kunnen tonen tegen een van de machtigste clubs op deze aardbol.

Delen

Van Holsbeeck beleeft nu zijn revanche op zijn tegenhangers buiten én binnen de club, waar sommigen hem al van de troon wilden stoten.

Die ongelijke strijd tussen David en Goliath was trouwens zichtbaar op verschillende niveaus. Het volstond om vorige donderdag de aankomst van de spelersbus in Manchester mee te maken om de impact en grootsheid van het fenomeen 'Man U' te begrijpen. Doelman David De Gea wordt als een rockster toegejuicht wanneer hij van de bus stapt en jonge groupies gillen als ze een glimp van hem kunnen opvangen. Onder de nieuwsgierigen ook veel toeristen die komen supporteren voor de Red Devils.

Enkele tellen later arriveert de bus van Anderlecht, maar de lokale voetbalfans tonen geen enkele interesse. Onverschillig trekken ze naar hun verzamelplaatsen. Herman Van Holsbeeck kijkt het aan en discussieert met wielerlegende Eddy Merckx. Adrien Trebel en Mile Svilar sluiten de paars-witte colonne. Ze stralen stuk voor stuk een zekere trots uit, fier om er in dit stadium van een Europese competitie nog bij te lopen.

Een dag eerder hadden enkele leden van de pers en een vijftigtal genodigden verzamelen geblazen net buiten het centrum van Manchester, in een voormalig klooster dat getransformeerd werd naar een betoverende en majestueuze receptiezaal. Een tevreden voorzitter Roger Vanden Stock nam er het woord en stak een opvallend ontspannen discours af. Zowel naar vorm als inhoud. Zelfs Jo Van Biesbroeck, de rechterhand van Alexandre Van Damme bij AB Inbev en naar Anderlecht gehaald om de club verder te professionaliseren en te structureren als een modern bedrijf (onder meer het stadiondossier valt onder zijn verantwoordelijkheid), toont een dag later datzelfde jeugdige enthousiasme wanneer hij tien minuten voor de aftrap tegen Manchester United een selfie neemt met Old Trafford als decor. Het vloekt een beetje met zijn anders zo koele imago.

In de tribunes ontwaart Van Holsbeeck tussen de aanwezigen Marc Wilmots, kersvers bondscoach van Ivoorkust (dat onder meer ManU-verdediger Eric Bailly in de rangen telt). Gedurende de hele eerste helft zullen ze vrolijk met elkaar in gesprek gaan. In de tweede helft wordt Wilmots afgelost door Luciano D'Onofrio, zoals steeds met een petje op het kalende hoofd. Tussen hem en Van Holsbeeck blijft het evenwel bijna een hele tweede helft stil, ze kijken gebiologeerd naar het schouwspel dat zich voor hun ogen ontrolt. Eentje waarin Anderlecht gedurende lange tijd gelijke tred houdt met zijn prestigieuze gastheer.

Herman Van Holsbeeck in zijn kantoor.

Herman Van Holsbeeck in zijn kantoor. © BELGAIMAGE

Geslaagde transfers

Hij werd ook dit seizoen weer serieus op de korrel genomen door zijn eigen fans, de Anderlechtmanager. Ze verweten hem de teloorgang van de huisstijl en een gebrek aan sportieve visie, zeker wat betreft het jeugdbeleid. Maar Van Holsbeeck beleeft nu zijn revanche op zijn tegenhangers buiten én binnen de club, waar sommigen hem al van de troon wilden stoten.

Delen

'Als we straks kampioen worden, riskeer ik vijf topspelers kwijt te geraken.'

Herman Van Holsbeeck

Twee jaar geleden, op 4 november 2014, was het nog Michael Verschueren die aan de zijde van Luciano D'Onofrio het Emirates Stadium verliet, waar Anderlecht zonet een miraculeuze comeback had gemaakt tegen Arsenal (van 3-0 naar 3-3 in het laatste halfuur van de groepsmatch in de Champions League). De zoon van Mister Michel circuleerde op dat moment in de hoogste rangen van het Brusselse voetbalhuis.

Vandaag mag Michael Verschueren nog wel mee aan tafel schuiven bij de notabelen, maar veel heeft hij daar niet meer te zeggen: zijn ster is weer flink wat lager komen te staan binnen het paars-witte hemelstelsel. Van Holsbeeck zit daarentegen opnieuw steviger in het zadel dankzij de huidige hoogconjunctuur. Na twee seizoenen zonder titel, een eeuwigheid in Anderlechttermen, had de manager nog weinig foutenmarge dit seizoen. Hij gokte met een onbekende trainer. De manager wilde uit het vertrouwde kringetje breken en opteerde voor een schokeffect om de club weer op scherp te krijgen.

Al vroeg in het seizoen leek die keuze hem fataal te worden. Na de nederlaag op het veld van Zulte Waregem, waar de Brusselaars een desastreuze tweede helft afwerkten en Weiler enkele dubieuze tactische keuzes maakte, kreeg de Zwitserse coach een ultimatum voorgeschoteld. Het feit dat hij in die periode ook enkele ongelukkige uitspraken in de media deed, hielp zijn zaak weinig vooruit.

Vier dagen later onderging Anderlecht lange tijd het spel in Qarabag, maar was het Massimo Bruno die de verlossing bracht. In de slotminuten maakte de flankspeler de winning goal. Succes zit soms in kleine dingen.

De snoeiharde kritiek die Van Holsbeeck na de zomertransferperiode te slikken kreeg, is ondertussen helemaal gekeerd. Tegen Club Brugge toonden zowel Appiah, Spajic, Trebel, Chipciu, Hanni als Teodorczyk hun toegevoegde waarde voor de ploeg. Wie spreekt er nog over de mislukte transfer van Nicolas Lombaerts en de vreemde lastminutetransfer van Spajic?

Alleen 'de man van tien miljoen', Nicolae Stanciu, test het geduld van publiek en pers nog. De Roemeense spelmaker liet bijwijlen al fraaie technische hoogstandjes zien, maar blinkt voorlopig vooral uit in onregelmatigheid.

Keizerlijke Dendoncker

In de coulissen van het Astridpark zijn ondertussen de gesprekken gestart over de opties om de ploeg op dit niveau te houden volgend seizoen. 'Als we straks kampioen worden, riskeer ik vijf topspelers kwijt te geraken', laat Van Holsbeeck in zijn kaarten kijken. Dan wordt in de eerste plaats richting het duo Tielemans-Dendoncker gekeken en naar Kara Mbodji, die dankzij twee uitstekende prestaties tegen Man U en ondanks een zwakke knie toch weer punten scoorde bij de scouts uit de Premier League. Diezelfde scouts hebben ook Lukasz Teodorczyk op de radar, daar verandert een minder competitieslot weinig aan. Naast die vier is er in mindere mate ook interesse van enkele Engelse middenmoters voor Frank Acheampong, die met zijn snelheid brokken maakte op het Europese strijdtoneel.

Delen

Tielemans vertegenwoordigt alles waar Anderlecht voor staat: een echt Brussels ketje, perfect tweetalig, recht uit het eigen opleidingscentrum, een clubman die onder zijn wedstrijdshirt dikwijls een T-shirt draagt van het Mauves Army.

Amper 19 (bijna 20) en 22 jaar zijn ze, Youri Tielemans en Leander Dendoncker, maar ze gelden als dé kroonprinsen van onze Jupiler Pro League. Tegen Club Brugge etaleerden ze die dominantie nog maar eens, met het openingsdoelpunt als exponent van die ideale mix van techniek en kracht. Net zoals ze vier dagen eerder op Old Trafford hun visitekaartje afgaven aan Europa. Zowel Dendoncker, tegen Manchester United tweemaal op keizerlijk niveau, als Tielemans zijn klaar voor een stap hogerop.

Babyface Youri kreeg trouwens al het akkoord om te vertrekken, binnen enkele maanden vinden we hem terug in het buitenland. Na vier jaar als prof bij de Mauves heeft het jeugdproduct van Neerpede eigenlijk alles al gezien in onze Belgische competitie. Met twee landstitels in drukletters op zijn cv. Een uitgeleide langs de grote poort brengt hem straks in de eregalerij van het Astridpark. Tielemans vertegenwoordigt alles waar Anderlecht voor staat: een echt Brussels ketje, perfect tweetalig, recht uit het eigen opleidingscentrum, een clubman die onder zijn wedstrijdshirt dikwijls een T-shirt draagt van het Mauves Army.

In die zin heeft zijn voorganger Dennis Praet nooit hetzelfde statuut weten te bereiken in Brussel, ondanks maar liefst drie titels op zijn palmares en een Gouden Schoen. Praet zal nooit in dat pantheon der Anderlechtgroten figureren. Tielemans mist enkel nog wat aan persoonlijkheid - getuige daarvan zijn puberale pruilgezichtje bij het verlaten van Old Trafford vorige donderdag - maar je hoort bijna geen enkele stem die twijfelt aan zijn slaagkansen in het buitenland. Mede de verdienste van René Weiler, die het Brusselse goudklompje op fysiek vlak naar een hoger niveau wist te stuwen.

Zowel René Weiler als Herman Van Holsbeeck beseft dat het verlies van Tielemans en Dendoncker - door zijn volume meer nog dan Tielemans de sleutelspeler in het systeem van Weiler - zeer zwaar zal doorwegen volgend seizoen. Ook daar zal de vriendschap tussen Christophe Henrotay en Herman Van Holsbeeck ervoor moeten zorgen dat iedereen tevreden uit de nakende transferperiode komt. We kunnen ons toch moeilijk voorstellen dat Anderlecht volgend seizoen volledig teert op een middenveld bestaande uit Trebel en Mats Rits, die met zijn profiel van scorende allrounder weliswaar perfect in de filosofie van Weiler past. Zeker niet als daar Champions League bijhoort.

Onze partners