'Weiler was al enige tijd aan een doodstrijd bezig'

18/09/17 om 11:44 - Bijgewerkt om 11:43

Elke maandag blikt Jacques Sys, hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine, terug op het voorbije sportweekend. Deze week heeft hij het over drie trainers: Yves Vanderhaeghe, Ivan Leko en René Weiler.

'Weiler was al enige tijd aan een doodstrijd bezig'

© REUTERS

Anderlecht ontslaat René Weiler, was dat onvermijdelijk?

JACQUES SYS: Weiler was al enige tijd aan een doodstrijd bezig. De supporters keerden zich tegen hem, daar zijn ze op Anderlecht -en eigenlijk overal tegenwoordig, want zij worden als het patrimonium van een club beschouwd- zeer gevoelig voor.

Het bestuur bleef lang achter hem staan, wat wel knap is, maar je zag eigenlijk geen uitweg. Hoe zou hij dit nog kunnen omdraaien? Het voetbal was natuurlijk niet goed. Ook vorig seizoen niet, toen ze de titel pakten. Maar hij had wel de verdienste dat hij een chaotische kleedkamer op orde zette en een bepaalde nonchalance uit de ploeg kreeg. Op voetbalvlak zag je echter geen ontwikkeling.

De spelers bleven wel achter hem staan, op het veld zag je geen elftal dat zijn trainer buiten wilde, maar het was toch ook opvallend hoe weinig lof er voor Weiler kwam na het behalen van de landstitel. Doorgaans krijg je dan toch wat verwijzingen naar het uitstekende werk van de trainer, bij Anderlecht gebeurde dat amper.

Hij maakte ook vaak vreemde keuzes, zoals Kums als libero uitspelen op Bayern München. Wat je dan zeker niét moet doen, is achteraf op de persconferentie minachtend doen over die speler. Eenzelfde minachting die hij toonde tegenover de media, met wie hij een zeer troebele relatie onderhield. Al die factoren maakten dat het voor Weiler een heel moeilijk verhaal werd bij Anderlecht.

Club Brugge wipt dankzij winst tegen Mouscron weer naar de leiding, met een knappe 18 op 21. Toch blijkt Ivan Leko nog niet iedereen overtuigd te hebben, hoe komt dat?

SYS: Dat heeft vooral te maken met het matige voetbal. Club Brugge speelt niet goed, wat een vreemde paradox is met de nochtans mooie cijfers in de competitie. De supporters zijn de voorbije jaren onder Michel Preud'homme gewend geraakt aan passioneel voetbal, met een hecht blok dat hoog druk zet en er met power play altijd voor gaat. Dat hebben we dit seizoen nog niet gezien van Club. Leko straalt op zijn manier ook wel passie uit, maar het is anders -minder fanatiek- dan Preud'homme.

Dat verschil etaleerde zich ook al in hun carrières als speler. Leko was veeleer de rustige middenvelder die vanuit zijn middencirkel dirigeerde, Preud'homme was een en al verbetenheid in de goal.

Op persconferenties of in interviews valt het discours van Leko me bovendien wat tegen. Heeft het met zijn gebrekkige Nederlands te maken? Of met zijn minder dominante stem? Moeilijk te zeggen, maar hij dringt minder diep binnen bij de mensen dan Preud'homme. Wellicht heeft de perceptie van zijn werk ook daarmee te maken. Want het klopt dat de supporters hem nog niet in hun hart hebben gesloten.

Terzijde: bij STVV kraait geen haan meer naar Leko en doen ze het eigenlijk nog beter dan vorig seizoen. Het maakt dat je toch enig voorbehoud blijft hebben bij zijn trainerskwaliteiten.

Yves Vanderhaeghe stapte boos weg tijdens een tv-interview nadat hij een zoveelste vraag kreeg over zijn functioneren bij Oostende. Heeft hij een punt als journalisten daar niet steeds op moeten terugkomen en trainers in hun eer moeten laten?

SYS: Dat is een terechte opmerking. Ook de vragen op de persconferentie na een wedstrijd zijn vaak bedenkelijk. Alleen moet je dan niet weglopen van een interview, want dat getuigt eveneens van weinig eerbied naar de vragensteller toe en daarmee toon je als trainer net je zwakte.

Dat iemand als Vanderhaeghe, die bewierookt werd voor zijn openheid en toegankelijkheid, nu zo reageert, bewijst alleen maar onder wat voor stress hij gebukt gaat. Hij beseft dat hij in een penibele situatie zit -zoals ongeveer de helft van onze trainers in de Jupiler Pro League trouwens- want zijn ambitieuze voorzitter Marc Coucke stelde dat een evaluatie volgt na tien speeldagen. We zijn er nu zeven ver en de eerstvolgende wedstrijden zijn uitduels tegen Genk en Kortrijk. Niet makkelijk.

Toch zie je een ploeg die nog voor de trainer strijdt. Ook tegen Gent, dat nochtans een draak van een match was, langs beide kanten. Dat Oostende zo slecht speelt, heeft in de eerste plaats te maken met een totaal gebrek aan vertrouwen. De slordige passes zijn niet bij te houden, ook van zogezegde vedetten als Berrier en Canesin. Ik vond het dan ook raar dat supporters hun trainer uitfloten toen hij beide spelers wisselde tegen Gent.

Maar het ligt evenzeer aan een matig transferbeleid. Zivkovic, die constant geblesseerd is, als vervanger voor Dimata, blijkt een flop. Je zit met een twijfelende Lombaerts als topaankoop. En in doel ben je met Proto een puntenpakker kwijt. Kortom, Oostende heeft aan kwaliteit ingeboet.

Onze partners