Bob Jungels: de Luxemburgse Bradley Wiggins

09/05/17 om 19:30 - Bijgewerkt om 19:30

Bob Jungels veroverde in de Giro de roze trui op de Etna. Allerminst een verrassing, zeker niet voor Patrick Lefevere.

Bob Jungels: de Luxemburgse Bradley Wiggins

Bob Jungels © Belga

Het was het hoogtepunt van de Giro tot dusver, de zoveelste waaierputsch van Quick-Step in de etappe naar Cagliari. Het leverde ritwinst en roze op voor Fernando Gaviria, die - zo tweette een journalist - voor de rest van de Ronde de schoenen van Bob Jungels mag poetsen.

Het was immers vooral de Luxemburger die met indrukwekkende kopbeurten - een keer reed hij zijn zes ploegmaats knal uit het wiel - het peloton op afstand hield. De tien seconden voorsprong die hij zo verzamelde, bleken voldoende om, zoals Gaviria had voorspeld, op de Etnavulkaan het roze pakken. Een lavastroom van aanvallen bleef door de tegenwind, zoals voorspeld, immers uit.

Zo veroverde Jungels opnieuw de maglia rosa, een jaar nadat hij in zijn Girodebuut, op zijn 23e, al drie dagen de leiderstrui had gedragen. En vooral: als zesde in het eindklassement was gefinisht, op 8 minuten 31 van eindwinnaar Nibali, maar wel als enige -25-jarige in de top tien.

Een bewijs van de zéér grote motor in hem schuilt. Dat was Patrick Lefevere, met zijn neus voor talenten, ook al opgevallen toen de 22-jarige Jungels in 2015 al 27e werd in zijn eerste Tour, en in de slotweek vriend en vijand hem aanduidde als een van de meest frisse renners. Waarna de Quick-Stepmanager hem weglokte bij Trek.

Lefevere prees na de Giro vorig jaar zijn pupil, en benadrukte vooral zijn potentieel als ronderenner: "Bob is een prima tijdrijder, klimt behoorlijk en verteert lange inspanningen heel goed."

Jungels' grootste nadeel: door zijn lengte (1m89) weegt hij zo'n vijf à tien kilo meer (70 kg) dan de pure klimmers - een verschil dat je in het hedendaagse wielrenner niet alleen met hoge wattages te duwen kunt overbruggen.

Delen

Bob is een prima tijdrijder, klimt behoorlijk en verteert lange inspanningen heel goed.

Patrick Lefevere

Dat verklaarde de Luxemburger ook zelf voor deze Giro: "Mijn opdracht: schade beperken op de aankomsten bergop en tijd winnen in de 67 kilometer tegen de klok. En kalm blijven, geen onnodige krachten en energie verspillen, met oog op de loodzware derde week."

Aan de voorbereiding zal het niet liggen: Jungels verhuisde vorig jaar zelfs naar Zwitserland om meer in de bergen te kunnen trainen. In april ging hij ook drie weken op hoogtestage in Spanje en na de Waalse Pijl - waar de Quick-Steprenner al zijn hoogvorm showde met een lange solo in de finale - verkende hij de Girorit met de dubbele beklimming van de Stelvio.

Of dat zal volstaan om beter te doen dan zijn zesde plaats in het eindklassement van 2016? En om zoals zijn landgenoot Andy Schleck in 2007 - toen tweede na Danilo Di Luca, als bijna 22-jarige - op het podium te eindigen?

"Ik ben beter dan vorig jaar", benadrukt Jungels, die anderzijds ook beseft dat het deelnemersveld van de honderdste Giro een pak sterker is. Een paar dagen roze trui en over twee en een halve week in Milaan een nieuwe zesde plaats bemachtigen zou al fantastische prestatie zijn, op zijn 24e.

Binnen enkele jaren kan Jungels dan misschien in de voetsporen treden van zijn idool, Bradley Wiggins. Die turnde zich om van pure tijdrijder naar een fel vermagerde ronderenner -mede dankzij de corticosteroïde Kenacort - en won zo in 2012 de Tour. Een ronde met weliswaar veel tijdritkilometers, zoals Jungels die ook nodig zal hebben wil hij zijn droom ooit waarmaken.

Patrick Lefevere gelooft er alleszins in: "Bob heeft een grote carrière voor zich."

Onze partners