Tourrit 18: laatste kans voor Belgen

25/07/18 om 20:51 - Bijgewerkt om 20:53

Een vlak intermezzo voor de laatste bergrit en tijdrit geeft de Belgen alsnog een kans op een ritzege. Tenzij de vermoeide en geblutste sprinters toch nog zin zouden hebben.

Tourrit 18: laatste kans voor Belgen

© BELGA

Donderdag 26 juli - Trie-sur-Baïse -> Pau - 171 km

Wanneer tijdens een saaie rit, zoals deze, de camera's inzoomen op een afbeelding van een hand in een veld langs de weg, dan is dat niet toevallig.

Het maakt deel uit van de jaarlijkse wedstrijd Les agriculteurs aiment leTour, voor de achtste keer georganiseerd door de nationale landbouwersvakbond FNSEA (Fédération Nationale des Syndicats d'Exploitants Agricoles). Het wil zo de rijkdom van de Franse landbouw in de verf zetten, telkens rond een bepaald thema. Vorig jaar was dat Des montres vues du ciel (uurwerken gezien vanuit de hemel).

In deze Tour dus een hand, als symbool van solidariteit en meelevendheid. In 36 departementen zullen plaatselijke boeren die afbeelden, telkens mooi in beeld gebracht door de Franse tv, via gps-coördinaten doorgegeven aan de helikopter. Een jury, met onder meer voorzitter Bernard Hinault, Christian Prudhomme en Christiane Lambert, voorzitter van de FNSEA, zal later op het jaar een laureaat kiezen.

Varkensfestival

Misschien zullen de boeren van Trie-sur-Baïse, de startplaats van deze rit, als variatie op het thema ook een varken afbeelden. Het dorpje ten noorden van de Pyreneeën, gelegen op 300 m hoogte, is niet alleen bekend om zijn bastide uit de veertiende eeuw, maar ook om La Pourcailhade of La Fête du Cochon. Daarin staat het varken in alle mogelijke wedstrijden centraal. Dit jaar wordt het festival georganiseerd op 12 augustus, met de Tour tweeënhalve week eerder als voorproefje.

Al de dag na de presentatie van het parcours in oktober ging Christian Prudhomme naar Trie-sur-Baïse, genoemd naar Jean de Trie, de maarschalk van Toulouse uit de veertiende eeuw, en naar de rivier La Baïse. De Tourbaas sprak er over de noodzaak om etappes ook te laten starten in kleine, landelijke gemeenten, omdat de ontvangst, het enthousiasme en de inzet van de inwoners daar het grootst is.

Prudhomme had het ook over de onvergetelijke ontvangst in Trie-sur-Baïse bij de start van de derde etappe van de Route du Sud 2012. Een bergrit met aankomst in Arras-en-Lavedan, gewonnen door Nairo Quintana.

De toen pas 22-jarige Colombiaan had, in zijn debuutjaar bij Movistar, even ervoor al de koninginnenetappe in de Dauphiné gewonnen en reed in de Route du Sud de concurrentie op minuten.

Bovendien op een te grote fiets, want pas het jaar erna zou Quintana, na lang aandringen, een tweewieler met de juiste maten krijgen. De ritzeges verleidden Movistarmanager Eusebio Unzué echter niet om de jonge Nairo naar de Tour te sturen, al mocht de Colombiaan wel starten in de Vuelta, waar hij 36e werd.

Tussendoortje

Na zijn zege op de Col de Portet zal Quintana met een nog grotere glimlach starten in Trie-sur-Baïse. Opnieuw winnen wordt echter onmogelijk. Het lichtglooiende parcours loopt immers in noordwestelijke richting, parallel met de Pyreneeën, door de Landes en de Gers.

Om op het einde, onder met nog een klimmetje van vierde categorie op twintig kilometer van de eindstreep, af te buigen naar het zuiden. Voor een finish in Pau, waar een laatste, vlakke rechte lijn van 550 meter lang wacht.

Opmerkelijk, zo'n vlakke etappe op dit moment van de Tour. Soms wordt er wel een op de laatste vrijdag, voor een afsluitende tijdrit op zaterdag, ingelast, maar als tussendoortje in een copieus viergangenmenu in de Pyreneeën (op vrijdag volgt nog een bergetappe, op zaterdag een zware tijdrit) is dit de laatste twintig jaar ongezien.

Geen onverstandige zet: als klassementsrenners drie etappes na elkaar in de cols moeten fietsen, koersen ze in de eerste twee dagen vaak met de spaarknop ingedrukt.

Deze relatieve rustdag (slechts 171 km) moet hen in staat stellen om na de explosieve etappe naar Bagnères-de-Luchon weer enigszins te recupereren, om in derde bergrit naar Laruns weer het volle pond te geven.

Eindelijk een Belg?

Niet toevallig ligt de finish van deze rit in Pau, want de laatste acht edities was de hoofdstad van de Béarn telkens start- of aankomstplaats in de Tour.

Door zijn ligging aan de voet van de Pyreneeën, als eindpunt van ritten met verschillende profielen, heeft geen enkele ville étape van de Tour zo'n divers palmares: van klimmers als René Vietto, Fausto Coppi, Pedro Delgado en Claudio Chiappucci, over baroudeurs als Léon Van Bon en Pierrick Fédrigo (tweemaal winnaar) tot sprinters als Sean Kelly, Erik Zabel, Robbie McEwen en Marcel Kittel vorig jaar.

Voor de laatste Belgische winnaar in Pau moet je wel al teruggaan tot 1984, met Eric Vanderaerden.

Kan een van onze overgebleven landgenoten (5 van de 19 zijn al naar huis na wegens ziektes/valpartijen) daar dit jaar eindelijk verandering in brengen?

Voor Jasper Stuyven, Sep Vanmarcke, Yves Lampaert, Greg Van Avermaet, Thomas De Gendt en andere landgenoten is het allicht de laatste kans op een etappezege, want in de bergrit naar Laruns zijn ze kansloos, net als in de tijdrit van zaterdag. En zondag wordt het in Parijs allicht weer een traditionele massasprint.

Stuyven en co moeten hopen dat de nog aanwezige sprinters in het peloton te vermoeid zijn.

De vraag is: wat doen BORA-hansgrohe en Peter Sagan? Is die al blij dat hij na zijn zware val in de afdaling van de Val Louron Azet al de finish haalt met zijn geschaafde lijf?

Misschien hopen ArnaudDémare (die bij de laatste sprintersrit naar Valence zijn FDJ-ploeg nog liet werken), of ook een Alexander Kristoff of John Degenkolb dat ze kans maken nu de Slovaak geblutst en gebuild is. Maar ook bij hen zal de vermoeidheid groot zijn, net als bij hun ploegmaats.

De klassementsrenners zal het worst wezen. Voor hen is het zaak om zo weinig mogelijk energie te verspelen, met oog op de laatste Pyreneeënetappe en de tijdrit van zaterdag.

Zeker Chris Froome kan een halve rustdag gebruiken.

Onze partners