Tourrit 8: een ode aan Macron en Bruyneel

13/07/18 om 18:11 - Bijgewerkt op 16/07/18 om 07:00

Voor het slagveld op de kasseien op zondag mogen de sprinters zaterdag nog eens hun kans wagen. In Amiens, de stad van president Emmanuel Macron waar Johan Bruyneel zijn allermooiste zege behaalde.

Tourrit 8: een ode aan Macron en Bruyneel

© PHOTOPQR/L'EST REPUBLICAIN/MAXPPP

Zaterdag 14 juli - Dreux -> Amiens - 181 km

Vaak wordt onderschat hoeveel tijd, moeite en geld een organisatie van een Tourrit vergt, van de gemeente en het departement van de start en aankomst. Zoveel zelfs dat het Conseil Départemental de la Somme en organisator Promotion Sport Picardie dit jaar genoodzaakt waren om de jaarlijkse Grand Prix Cycliste de la Somme af te gelasten.

Die koers, in 2013 gewonnen door Preben Van Hecke en in 2017 door Adrien Petit, had op 6 mei moeten plaatsvinden tussen Doullens en Abbeville. De volgende editie zal echter pas voor 2019 zijn.

Het kleine Dreux in de Eure-et-Loire, de geboorteplaats van Anderlechtspeler Adrien Trebel en ex-Arsenalvedette Patrick Vieira, is als start voor het eerst ville étape in de Tour. Van daaruit fietst het peloton hoofdzakelijk langs akkers in noordoostelijke richting, in een alweer zo goed als vlakke etappe naar de finish in Amiens.

Nadat Christian Prudhomme al UCI-voorzitter David Lappartient en zijn schoonbroer/burgemeester een plezier gedaan had met aankomsten in Sarzeau en in Quimper, mocht hij immers ook de hoogste in rang onder de Fransen, president Emmanuel Macron (40), niet vergeten. Een finish dus in Amiens, de geboorteplaats van Macron.

Hij groeide er ook op, studeerde er, hield er zijn politieke beweging En Marche boven de doopvont én leerde er zijn vrouw Brigitte Trogneux (65), zijn toenmalige lerares op het Jezuïetenlyceum, kennen.

Haar broer, de laatste van vijf generaties chocolatiers, houdt er in het centrum zelfs een winkel open waar je de beste Amiens macarons kunt kopen.

Frans feest?

Daarvan proeven en de aankomst bijwonen zal er voor Macron helaas niet in zitten, want op deze Quatorze Juillet moet hij zijn troepen schouwen op de Champs-Elysées.

Opvallend, die vlakke rit op de Franse nationale feestdag. De laatste vijf jaar programmeerde ASO, mikkend op hoge kijkcijfers, telkens een bergetappe: in 2013 op de Mont Ventoux (winst voor Chris Froome), in 2014 op La Planche des Belles Filles (Vincenzo Nibali), in 2015 op La Pierre-Saint-Martin (weer Froome), in 2016 op de Ventoux (Thomas De Gendt), en in 2017 de korte Pyreneeënrit naar Foix. Daar won eindelijk nog eens een Fransman: Warren Barguil, het eerste haantje sinds David Moncoutié in 2005 dat nog eens cocorico mocht roepen.

Of de Fransen op deze 14 juli nog eens zullen juichen valt te betwijfelen, want opnieuw dus een sprintersrit. Arnaud Démare won vorig jaar dan wel een etappe, maar dat had hij vooral te danken aan de ellegoogclash tussen Peter Sagan en Mark Cavendish. Voor de snelste hazewinden in het peloton is hij echter te traag. Dat bleek ook al in deze Tour. Die andere Franse sprinter, Nacer Bouhanni, werd niet eens geselecteerd door zijn Cofidisploeg. Te moeilijk karakter.

Maar om het uitblijven van dat Toursucces zullen de Fransen niet geven als de nationale voetbalploeg zondag de WK-finale wint, daags na Quatorze Juillet en meteen na de kassei-etappe.

Positionering cruciaal

Aangezien de wind allicht geen waaiervorming zal creëren (blazend uit het noorden, met slechts 10 kilometer per uur) wordt het in Amiens dus weer een strijd tussen FernandoGaviria en co, met aankomst op de boulevard Faidherbe ter hoogte van The Coliséum, een multisportcomplex. Na een passage door het centrum, met onder meer de Rue Vanmarcke (zou Sep zich geïnspireerd voelen tot een ultieme aanval?), langs de beroemde gotische Notre Damekathedraal van Amiens.

Cruciaal wordt, alweer, een goeie positionering, want in de zes slotkilometers liggen enkele haakse bochten tot aan de laatste 90 gradenbocht op een rotonde, voor een rechte lijn richting finish van zo'n 600 meter. Zaak is dus om aan die linkse bocht vooraan te zitten. En dan kan het Quick-Steptreintje waar Gaviria over beschikt zeker van pas komen.

In tegenstelling tot de aankomst vrijdag in Chartres deze keer wel een zo goed als vlakke slotkilometer: slechts 0,6 procent omhoog. Niet ideaal dus voor Peter Sagan, veeleer voer voor de pure sprinters zoals Gaviria en Dylan Groenewegen, die na zijn indrukwekkende zege in Chartres een grote mentale boost gekregen zal hebben.

Voor de 'oudjes' Kittel, Cavendish en Greipel wordt het mogelijk een van de laatste echte kansen voor de slotrit in Parijs.

De winnaar zal zich in een rijtje van de grootste sprinters kunnen plaatsen: van André Leducq over André Darrigade, Marino Basso, Eric Leman en Mario Cipollini, tot André Greipel, die als laatste, in 2015 in de stad van schrijver Jules Verne naar de zege snelde.

Solo van Bruyneel

Niettemin zal Amiens voor velen verbonden blijven met Johan Bruyneel. Met zijn net en plots overleden vader in gedachten voerde die in de Tour van 1993 er een fameus nummer op, een van de meest memorabele uit de Tourgeschiedenis.

Zeventien kilometer lang hield de West-Vlaming in zijn eentje een jagend peloton af. Hij noemt het nog altijd "de meest speciale, intense en unieke ervaring uit zijn carrière."

Bruyneel loste zo de belofte aan zijn overleden vader in, want net voor de Tour ging hij naar diens graf en vertelde hij dat hij een rit voor hem zou winnen. Na de Tour legde hij zijn trofee op de begraafplaats van zijn vader, met daarin gegraveerd: "Deze was voor jou pa."

De West-Vlaming verbeterde in Amiens bovendien het snelheidsrecord van een Tourrit, met een waanzinnig gemiddelde van 49,417 km per uur.

De Izegemnaar vloog zo vlug dat Mario Cipollini, die 13 seconden later naar de tweede plaats spurtte, hem nooit had opgemerkt en zijn handen in de lucht stak. Om dat moment van gêne kon de Italiaanse Leeuwenkoning niet lachen.

Klauwt 25 jaar later een Colombiaanse tijger om een échte zege in Amiens, genaamd Fernando El Tigre Gaviria? Of is de Amsterdammer Groenewegen hem weer te vlug af?

Onze partners