Na zijn derde WK-medaille: hoe Matthias Casse steeds meer in de voetsporen van Robert Van de Walle treedt

Matthias Casse met zijn zilveren WK-medaille, zichtbaar ontgoocheld.
Jonas Creteur
Jonas Creteur Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

Hij was na zijn verloren finale bijzonder ontgoocheld. Geen tweede opeenvolgende wereldtitel. Toch maakte Matthias Casse zich de bedenking dat zijn erelijst blijft groeien. Geen Belgische mannelijke judoka heeft op een leeftijd van 25 jaar of jonger zelfs ooit beter gescoord.

Alleen volbloedwinnaars als Matthias Casse lachen groen als ze naast datgene grijpen waarvoor ze naar een groot kampioenschap trekken: goud. Bij de Hemiksemnaar is dat niet anders.

Als hij dan verliest, zoals zondagmiddag in de finale van het WK in Tasjkent, dan smaakt dat zuur. Zeker tegen de man die hij op het vorige WK en op de Olympische Spelen in Tokio twee keer klopte, de Georgiër Tato Grigalashvili. Die de Belg op zijn beurt wel versloeg in de jongste EK-finale, en nu ook op het wereldkampioenschap.

Ondanks die nederlaag blijft het palmares van Casse, nu met een zilveren WK-medaille, elk jaar aandikken:

  • Brons op de Olympische Spelen van Tokio 2021.
  • Zilver (2019), goud (2021) en zilver (2022) op de voorbije drie WK’s – alleen in 2018 greep hij op zijn pas 21e naast een medaille (zevende).
  • Goud (2019), brons (2020), zilver (2021) en zilver (2022) op de jongste vier EK’s, in álle EK’s bij de senioren waar Casse al aan deelnam.

Nu al heeft Casse zich in de top twee van de beste Belgische mannelijke judoka’s aller tijden gevestigd. En lijkt hij op weg naar een erelijst die Robert Van de Walle in zijn illustere carrière heeft uitgebouwd.

Jongste op EK, WK en OS

Enkele feiten spreken voor zich:

1) In 2019 werd Casse, op zijn 22e, de jongste Belgische mannelijke Europese judokampioen ooit (sinds het invoeren van de gewichtscategorieën), een kleine vier jaar jonger dan Van de Walle toen die in 1980 voor het eerst Europees goud veroverde. Al had de West-Vlaming op de vier voorgaande EK’s al zes plakken behaald (in de open en de -95 kg-categorie).

2) In 2019 pakte Casse, als op een na jongste Belgische mannelijke judoka ooit, een WK-medaille, op een leeftijd van 22 jaar, 6 maanden en 9 dagen. Alleen Cédric Taymans was in 1997 acht dagen jonger.

En in 2021 werd hij op een leeftijd van 24 jaar, 3 maanden en 21 dagen wereldkampioen, als enige en jongste landgenoot ooit in het judo bij de mannen. Daar deed hij afgelopen zondag nog een zilveren medaille bovenop in Tasjkent, op een leeftijd van 25 jaar, 7 maanden en 3 weken.

Ter vergelijking: Robert Van de Walle behaalde zijn eerste van zeven WK-plakken (zilver, in 1979) op een leeftijd van 25 jaar en bijna 7 maanden. Weliswaar mede omdat hij ook in de open categorie kon vechten, naast zijn -95 kg-klasse. De West-Vlaming moest daarna ook telkens genoegen nemen met zilver of brons.

Matthias Casse schreeuwt het uit na zijn eerste wereldtitel bij de senioren, in juni 2021.
Matthias Casse schreeuwt het uit na zijn eerste wereldtitel bij de senioren, in juni 2021.© belga

3) In de zomer van 2021 werd Casse de jongste Belgische man die olympisch eremetaal in het judo behaalde: brons in Tokio, goed 24 jaar en 5 maanden oud.

Van De Walle sleepte zijn eerste olympische medaille, weliswaar meteen een gouden, in de wacht in 1980, op een leeftijd van goed 26 jaar.

4) Casse werd in april dit jaar de eerste landgenoot die op vier opeenvolgende EK’s een medaille veroverde sinds Harry Van Barneveld tussen 1992 en 1998 zevenmaal op rij met eremetaal naar huis terugkeerde.

5) Met vier medailles, inclusief één keer goud, staat Casse nu in de Belgische medailleranking (m) op EK’s als vierde, na Van de Walle (17, waarvan drie keer goud), Van Barneveld (11, waarvan éénmaal goud) en Johan Laats (5, waarvan één Europese titel). Met ook hier de nuance dat Van de Walle en Van Barneveld in twee categorieën konden scoren (open en -95 kg).

6) In mondiale toernooien (WK’s en Olympische Spelen) moet de Hemiksemnaar alleen nog Van de Walle voor zich dulden: die veroverde zeven WK-plakken en twee olympische medailles. Casse is (op zijn 25e) goed voor drie WK-medailles, waaronder één keer goud, en één olympische plak (brons).

Hij doet daarmee beter dan Van Barneveld die drie mondiale podiumplaatsen telt (tweemaal op een WK plus brons op de Spelen), maar geen titel. Hetzelfde geldt voor Dirk Van Tichelt (twee keer WK-brons, éénmaal olympisch brons).

7) Matthias Casse is een van de vier Belgen die ooit het grandslamtoernooi van Parijs (het belangrijkste toernooi naast het EK/WK/OS) wonnen (in 2020). Na uiteraard Robert Van de Walle (1986, op zijn 31e), Philip Laats in 1991 en Koen Sleeckx in 2002.

Matthias Casse in de finale van het EK in Sofia, waar hij verloor van de Georgiër Tato Grigalashvili.
Matthias Casse in de finale van het EK in Sofia, waar hij verloor van de Georgiër Tato Grigalashvili.© iStock
Beste op zijn leeftijd

Conclusie: geen Belgische mannelijke judoka scoorde op de leeftijd van Casse (nu 25 jaar en bijna 8 maanden oud) al beter, zowel qua kwantiteit als qua kwaliteit – zelfs niet Robert Van de Walle. Al heeft de Antwerpenaar nog flink wat werk voor de boeg om diens totale palmares te evenaren.

Qua kwantiteit, inzake medailles op grote kampioenschappen, zal Casse dat allicht niet meer lukken (omdat hij in slechts één gewichtscategorie uitkomt). Qua kwaliteit moet hij zijn enige ontbrekende titel nog winnen, die Van De Walle wél op zijn naam heeft staan: olympisch goud.

Dat is (misschien) voor Parijs 2024. Wanneer Matthias Casse nog altijd pas 27 jaar jong zal zijn…

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier