Opinie: To sprint or not to sprint

© BELGA

Wie kan de trein van Cavendish afstoppen bij Milaan-Sanremo?

Dé vraag die elk jaar weer gesteld wordt aan de vooravond van de Primavera: overleven de snelle mannen de Poggio en kunnen ze op de Lungomare Italo Calvino voor de zege sprinten? Al mag je voor deze editie die vraag iets meer nuanceren: raakt Mark Cávendish met de hoofdmacht over de legendarische bult van Sanremo? Indien ja, dan is/lijkt de winnaar nu al bekend.

Meteen na zijn eerste zege in 2009 verkondigde Mark Cavendish het aan iedereen die het wilde horen: ooit zou hij in de regenboogtrui winnen in Sanremo en de opvolger worden van Giuseppe Saronni, die in 1983 als laatste regerende wereldkampioen de La Classicissima op zijn naam schreef. Aan de eerste voorwaarde voldeed de Manx Express vorig jaar op het WK in Kopenhagen en ook daar sprak hij opnieuw over zijn grote Primaveradroom. Net als twee maanden later, én net voor het Belgische openingsweekend, én van de week…

Gemotiveerder kan een renner dus niet zijn. En als de voorbije jaren iets duidelijk gemaakt hebben over the fastest man on two wheels, dan is het dat hij zijn doelen steevast met een dodelijke precisie aan zijn scalp rijgt. Ritten winnen in de drie grote rondes? Check. De groene trui? Check. Milaan-Sanremo. Check. Wereldkampioen worden in Kopenhagen? Check. Drie andere dromen zijn voor dit jaar: Milaan-Sanremo en Gent-Wevelgem in de regenboogtrui winnen en olympisch kampioen in Londen worden.

Of dat laatste zal lukken, is op het onderschatte parcours in de Engelse hoofdstad, nog maar de vraag – ook omdat Cav dan op slechts vier ploegmaats kan rekenen – maar wie houdt hem morgen op de Lungomare Italo Calvino en volgende zondag in de Vanackerestraat van de zege? Cavendish bewees al in 2009 dat hij de Capi, Cipressa en Poggio kan verteren, en dat zijn snelle spiervezels ook na bijna 300 kilometer niet afgebot zijn. Opmerkelijk detail: zijn eerstvolgende Team Columbiaploegmaat, George Hincapie, eindigde toen op de 39e plaats, op acht minuten. Zelfs een treintje had hij toen niet nodig om in extremis Heinrich Haussler voorbij te steken.

Supertrein

Drie jaar later lijkt de man van het eiland Man – voortgestuwd door het aanstaande vaderschap – nóg gemotiveerder en scherper. In Kuurne-Brussel-Kuurne en in Tirreno-Adriatico liet Cavendish alle collega-topsprinters met sprekend gemak zijn hielen zien. Bovendien kan hij op een nog betere ploeg rekenen om eventuele vluchters bij het nekvel te grijpen en hem naar een tweede zege in de Sint-Jozefklassieker te loodsen. Welke topsprinter kan zeggen dat een topper als Edvald Boasson Hagen – vorige week nog ritwinnaar in Tirreno-Adriatico – in zijn dienst rijdt? Team Sky zit bovendien, net als Omega Pharma – Quick-Step, in een winning flow en dan kan iedereen altijd een tikkeltje meer. Zie maar hoe de Britse ploeg – bestaande uit vooral Skyrenners – Cavendish meesterlijk naar de wereldtitel in Kopenhagen leidde.

Nog een voordeel voor de Manx Missile: zowat alle weerberichten voorspellen een vrij zonnige, droge dag, tot zeventien graden. En wat zei Tom Boonen gisteren? “Als het goede weer aanblijft, dan weet je dat we op een sprint afstevenen.” Weg immers het risico dat de helft van het peloton tegen de vlakte gaat, zoals vorig jaar in de spekgladde afdaling van Le Manie. Of dat, zoals in 2010, koude en regen de renners geselen waardoor de koers veel harder wordt en de snelste hazewinden als Mark Cavendish vroegtijdig moeten afhaken.

In die omstandigheden lijkt de kans op een groepssprint onafwendbaar, zeker omdat de sleutelrol van de Poggio steeds kleiner wordt. Slechts twee keer in de voorbije vijftien edities legde een winnaar de basis van zijn zege met een aanval op de Poggio: Paolo Bettini in 2003 en Filippo Pozzato in 2006, die daarna, zoals ook Andrei Tsjmil (1999) en Fabian Cancellara (2008), nog een beslissende jump in de straten van Sanremo plaatste.

Onvoorspelbaar

Moet u nu met zijn allen een maandloon op een zege van de wereldkampioen verwedden? Natuurlijk niet, want de geschiedenis van La Classicissima leert ook dat Milaan-Sanremo misschien de meest onvoorspelbare aller klassiekers is. Een wedstrijd waar, gezien het vrij makkelijk verteerbare parcours, veel toppers van dromen en zich niet kansloos achten. Of zoals de Italiaanse tv-commentator Davide Cassani van de week in Sport/Voetbalmagazine zei. “Milaan-Sanremo ís een loterij, waarin niet altijd de beste wint, maar diegene die het tactische spel het beste speelt. Al komt het winnende nummer dat getrokken wordt, wel altijd een grote renner toe.”

Aan toppers en concurrenten voor Cavendish alleszins geen gebrek: de al 36-jarige Oscar Freire focust al maanden op de Primavera, zit in een blakende vorm en won al drie sprinten in Sanremo. Tom Boonen is aan zijn tiende editie toe, werd al eens tweede (2010), derde (2007) en vierde (2006) en heeft weer zijn snelle benen van vroeger teruggevonden. En krijgt bovendien een splinternieuwe en razendsnelle McClarenfiets onder de kont geschoven. Voor een renner altijd een psychologisch voordeel.

André Greipel is misschien de enige die een Cavendish-in-vorm aankan in een vlakke sprint, maar de Grote (te) Vriendelijke Reus rijdt pas zijn tweede Milaan-Sanremo en zit met twijfels nadat zich in Tirreno-Adriatico in de sprinten te gemakkelijk liet wegdrummen. En van zijn Lotto-Belisoltrein heeft alleen Vicente Reynés in het verleden al de finale van de Primavera gereden.

Liquigasduo

Het grote gevaar voor Cavendish komt misschien wel uit het Liquigaskamp, dat met Vincenzo Nibali en Peter Sagan twee troefkaarten kan uitspelen. Nibali, winnaar van Tirreno-Adriatico, trapt al weken in de boter. Hij reed vorig jaar nog de snelste beklimming van de Poggio (6’26”), en is een van de beste dalers van het peloton, een kwaliteit die hem in de bloedlinke afzink richting Sanremo van pas kan komen.

Misschien bijgestaan door Sagan, zijn 22-jarige ploegmaat die Gilbertgewijs de Poggio kan opknallen, ook kan dalen als een slechtvalk en bovendien een razendsnelle sprint heeft. Vorig jaar werd de Slovaak in een bijzonder lastige Primavera 17e. Toen rezen nog twijfels of de Oostblokker de 300 kilometer wel aankan, maar vorige week won hij in Tirreno-Adriatico een lastige rit van 250 kilometer met aankomst op de steile klim van Chieti, na zeven en een half uur (!) op de fiets te hebben gezeten. Ruim een half uur langer dan de tijd die de winnaar morgen zal nodig hebben om in Sanremo te raken. Ook de afstand lijkt dus geen hinderpaal meer te zijn voor het jonge supertalent.

Voor de in bloedvorm verkerende Fabian Cancellara zijn de 300 kilometer zeker geen probleem. En als er één renner in staat is om bij de minste aarzeling op de Poggio of in de laatste vlakke kilometers als een bliksemschicht weg te schieten, én alleen voorop te blijven, dan is het Spartacus. Volgens Philippe Gilbert, die ziek was en zichzelf dus weinig kansen toedicht, nochtans een bijna onmogelijke opgave omdat de wind op de Lungomare Italo Calvino, langs de boorden van de Ligurische kust, “negentig van de keren op de neus blaast, dodelijk voor een eenzame vluchter.” Maar wat voorspelt het Centro Funzionale Meteo-Idrologico della Regione Liguria voor morgen? Een briesje uit het (noord)oosten. Rúgwind dus… Al geldt dat ook voor de Skytrein van de wereldkampioen.

Jonas Creteur

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier