2013 was een fantastisch jaar voor Jelle Vossen, maar van 2014 verwacht hij minstens even veel, erkent de topschutter en aanvoerder van KRC Genk. Met zijn club wil hij weer strijden op drie fronten en daarna wacht nog een WK. ‘Ik verdien mijn plek in die selectie. ‘

Het hoofd leegmaken, doet Jelle Vossen (24) ofwel met de keukenschort om (hij volgde een jaar kooklessen), ofwel met de handdoek rond zijn heupen gedrapeerd. In dat tweede geval vlucht hij naar het Château des Thermes nabij Luik. Een klein paradijs van sauna’s, zwembaden en massagesalons dat hij leerde kennen dankzij uitstapjes met de Rode Duivels. Hij is er kind aan huis. Wanneer we ons bij de receptie van het Château kenbaar maken als journalist, weten ze daar meteen voor wie we komen. “Vous venez pour Jelle, n’est-ce pas?”

Jelle, bij voornaam. Zo mogen wij hem ook aanspreken voor de eerste vraag.

Jelle, hoe was jouw 2013?

Jelle Vossen: “De bekerwinst was een uitschieter, maar ik ben ook tevreden over het Europese parcours dat we dit seizoen met Genk hebben afgelegd. Het feit dat we twee jaar op rij als groepswinnaar doorgaan in de EL, ongeslagen dan nog, daar mogen we best fier op zijn. Ik vind dat daar in België wel wat meer erkenning voor mag bestaan. Zo simpel is dat allemaal niet. Kijk maar naar Standard, dat één punt haalt in een groep die nochtans makkelijker oogde dan de onze.”

2013 begon nochtans met een anticlimax: na een knappe groepsfase werden jullie meteen na de winter uit de EL geknikkerd door Stuttgart.

“Dat was een ontgoocheling, ja. Zij hadden op dat moment meer kwaliteiten dan wij, daar valt weinig op af te dingen. Uiteindelijk hebben we daarna nog de beker gepakt en deden we tot het einde mee voor de titel. Ook dit seizoen zitten we weer op schema. Over het algemeen mag je dus stellen dat 2013 een fantastisch sportief jaar was.”

En voor jou persoonlijk?

“Ook. Ik kon bevestigen wat ik de jaren voordien liet zien. De voorbije maanden viel het misschien wat minder op – mijn positie als targetspits vergt andere taken – maar uiteindelijk sta ik halfweg toch weer met vijftien doelpunten achter mijn naam, hetzij één om de twee wedstrijden. Dat is het gemiddelde van mijn carrière. Ik hecht veel belang aan die statistiek, want als spits word je op je doelpunten afgerekend.”

Man van het jaar

“Neen, ik ben niet echt bezig met het koningshuis. Maar het is mooi om vast te stellen dat er een hernieuwd Belgiëgevoel heerst en dat we daar met de Rode Duivels aan bijgedragen hebben. Overal op straat zie je nu mensen met de driekleur wapperen, zelfs mensen die niets met voetbal hebben.”

Er was dit jaar ook veel te doen over de riante lonen en opstappremies van topmanagers zoals Didier Bellens van Belgacom of Johnny Thijs van Bpost. Voel jij je aangesproken in dat debat?

“Neen. Profvoetballers verdienen goed hun brood, dat ontken ik niet, maar ik voel me niet geroepen om mij daarvoor te verantwoorden. Ergens vind ik het logisch dat mensen die een speciaal talent of specifieke kwaliteiten hebben, daarvoor betaald worden. En als je het over profvoetballers hebt: er zijn niet zoveel beroepen waar je om de drie dagen door 20.000 mensen beoordeeld wordt…”

De Amerikaan Edward Snowden bracht dit jaar aan het licht dat de Amerikaanse overheid zowat alles en iedereen op deze aardbol bespioneert. Was je verbaasd?

“Niet echt. Het doet je wel even nadenken over bepaalde zaken. In de kleedkamer hebben we het er ook al over gehad: dat eigenlijk eender wie via je laptop kan volgen wat je in huis doet of wat je bezighoudt. Maar goed, ik denk dat er voor die hogere instanties wel interessantere mensen zijn om te volgen dan ik…” (lacht)

Hoe staat het met de privacy van Jelle Vossen? Tijdens de recente veilingactie voor SOS Kinderdorpen bleek nog maar eens hoe populair je bent: op jouw shirt werd het meest geboden.

“Ik herinner me dat ik twee jaar geleden dacht: populairder dan dit kan ik niet worden. Blijkbaar wel dus. Ik merk dat ik steeds vaker aangeklampt of aangestaard word. Soms zelfs zo opvallend dat het lachwekkend wordt. Zeker in Limburg is dat het geval, iedereen kent mij hier. Maar je went eraan. Bovendien biedt het ook voordelen: ik zal misschien iets gemakkelijker een restaurant binnen geraken dat volzet is.” (lacht)

Wie is voor jou de man van het jaar? Stromae? Edward Snowden? Of toch maar Marc Wilmots?

“Doe maar Marc Wilmots. Als het slecht gaat met een ploeg, is het meestal de trainer die geviseerd wordt. Als het positief is, mag dat dus ook eens benadrukt worden.”

Wie weet valt er voor jou straks ook nog een bekroning voor 2013 uit de bus: de Gouden Schoen.

“Vorig jaar voorspelde ik dat Dieumerci Mbokani zou winnen en dat gebeurde ook. Dit jaar voorspel ik dat Thorgan Hazard hem wint… Dus neen.”

Maar je vindt wel dat je in aanmerking komt?

“Dat vind ik wel, ja. Het gaat toch om de prijzen die je voor je club wint? Ik was voor Genk belangrijk in de beker, zowel in de halve finale tegen Anderlecht als in de finale tegen Cercle. Ook dit seizoen strijden we weer op alle fronten mee. Bovendien kan ik toch dat gemiddelde van één doelpunt per twee wedstrijden voorleggen. Dat zijn sterke argumenten.”

Vanhaezebrouck

Wat opvalt als je de voorbije seizoenen evalueert: je start doorgaans heel sterk en kent dan een terugval na de winterstop. Is dat vermoeidheid?

“Ik zit nu alweer aan meer dan dertig matchen voor de winterstop. Door de blessures in onze kern kon het ook moeilijk anders. Niet eens vijf jaar geleden was dat mijn totaal van een heel seizoen. Logisch dat je dan minder fris bent.”

Waarom vraag je dan aan Mario Been om in de wedstrijd tegen FC Thun, die er niet meer toe deed, toch te starten?

“Omdat ik me fysiek wel oké voelde en omdat ik op een zoveelste Europese goal aasde, moet ik eerlijk bekennen. Ik heb het er gewoon lastig mee om zelf aan een trainer te zeggen dat ik niet wil spelen.

“Vooral mentaal weegt die opeenvolging van wedstrijden soms. Voetbal wordt voor tachtig procent gespeeld in het hoofd en voor twintig procent met je lichaam.”

Dat moet je eens uitleggen.

“De dag voor een wedstrijd staat werkelijk alles in het teken daarvan. Ik laat me dan nooit buiten zien, anders krijg je toch maar commentaar. Dat hoort bij de mentale voorbereiding. Maar als je dat drie keer per week moet doen, en dat verschillende maanden aan een stuk, begint dat door te wegen. Je snakt er eigenlijk naar een weekje niet aan voetbal te moeten denken en uit die routine te breken.”

Wilde je die wedstrijd tegen Thun misschien ook spelen omdat je een gids wil zijn voor de Genkjongeren?

“Ik weet dat het op dit moment niet eenvoudig is om door te breken bij Genk. Ik zeg tegen die jonkies dat ze hard moeten blijven werken en geduldig moeten zijn. Dit zijn de momenten dat je je hoofd niet mag laten hangen, zelfs als je je onrechtvaardig behandeld voelt. Dat heeft mijn papa mij destijds ingepeperd. Voor sommige jongens zou het echter beter zijn dat ze uitgeleend worden, dat geef ik hen mee. Ik heb uiteindelijk hetzelfde gedaan en ben eigenlijk pas op mijn twintigste echt doorgebroken bij Genk.”

Revanchegevoelens zijn jou nochtans niet vreemd. We hebben het eens opgezocht en de ploeg waartegen jij het vaakst scoort…

“…is KV Kortrijk! Ik weet het, onlangs heeft iemand mij daar attent op gemaakt. Ik wist het zelf niet en eerlijk gezegd ben ik daar ook niet mee bezig.”

In een reportage voor TV Limburg gaf je toe dat je Hein Vanhaezebrouck, de man die het niet in jou zag toen hij coach was van Genk, nooit de hand schudt.

“Hij mij ook niet, hoor. Dat hoeft ook niet, ik ga hem niet speciaal opzoeken. Hij heeft destijds dingen gezegd, niet in de media of tegen mij maar tegen andere mensen, die totaal nergens op sloegen. Dat neem ik hem kwalijk. Bovendien houdt hij nog steeds vol dat ik toen genoeg kansen heb gekregen maar dat ik ze niet gegrepen heb. Larie. Ik kreeg soms eens tien minuten op het einde van een oefenmatch: dat zijn geen kansen.”

Kun je zoiets met de jaren dan niet relativeren? Misschien wás je er toen niet klaar voor.

“Dat zal ik nooit weten, hè. Ik weet alleen dat ik een droom had en dat hij me toen die droom ontnomen heeft. Dat vergeet ik niet. Maar bij Kortrijk doet hij het nu fantastisch. Chapeau.”

Provocaties

Je heet een spits te zijn die nagenoeg elke bal, zelfs op training, tussen de palen trapt. In welk mate zie je dat als een handelsmerk?

“Ik weet waar dat verhaal vandaan komt. Bij Cercle, onder Glen De Boeck, deden we eens een afwerkvorm op training. We moesten van twee meter buiten de zestien naar doel trappen. Van de twintig ballen scoorde ik er negentien. Daar is die reputatie ontstaan. Met de jaren leer je ook: een schot hoeft niet altijd hard te zijn om de keeper te verrassen. Gewoon binnenkant voet over de grond kan volstaan.”

Kun je dat ook op training bij de Rode Duivels tonen?

“Ik denk niet dat ik zoiets verlies, ook niet als het niveau omhoog gaat. Europees heb ik toch al achttien keer gescoord en ook bij de nationale ploeg doe ik mijn ding. Het sterkt mij in mijn overtuiging dat ik een niveau hoger aankan.”

Is het ook door jongens als Kevin De Bruyne en Christian Benteke te zien vertrekken en te merken dat zij in die eerste maanden vlot meedraaiden in de Bundesliga en de Premier League?

“Neen, dat speelt niet mee. Want voor alle namen die jij opnoemt, bestaan er ook tegenvoorbeelden – denk maar aan Marvin Ogunjimi. Daarom besef ik dat alles goed moet zitten: zowel sportief als privé. Ik wil in ieder geval nergens terechtkomen waar ik na twee maanden al denk: hier wil ik zo snel mogelijk weg. En dan heb ik het niet eens over het sportieve – voor je plaats moet je altijd knokken – maar over het leven naast het voetbal. Je moet ook eerlijk durven te zijn: gasten als Axel Witsel of Steven Defour waren veel sneller klaar om die stap hogerop te zetten. Ik heb meer tijd nodig met alles.”

Zijn je ouders en vriendin eerder behoudsgezind of avontuurlijk in hun advies?

“Behoudsgezind. Ik besef ook dat ik in Genk bijzonder goed zit. Ik heb hier een bepaalde status opgebouwd. Daarom durf ik gerust te zeggen: als ik de rest van mijn carrière bij Genk speel, zal ik ook tevreden zijn.”

Houdt die status bij Genk in dat je ook vaker geprovoceerd wordt door tegenstanders?

“Dat valt wel mee. Het hoort erbij, vind ik. Ik ben zelf ook iemand die meegaat in die dingen en zich niet laat doen.”

Toen je onlangs in Extra Time te gast was, viel het op dat je in de discussie over het incident Ruytinx-Carcela afzijdig bleef. Te delicaat?

“Als voetballer kun je op zo’n moment geen goede uitspraken doen. Maar het is heus niet de eerste keer dat twee spelers elkaar uitdagen en elkaar zoeken op een voetbalveld. Dat gebeurt elke week. Alleen werd het incident nu uitvergroot door die reactie van Mehdi Carcela. Als hij niet opstaat, spreekt niemand er nog over. Ik vind die commotie heel bizar. Vooral dat Bjorn Ruytinx dezelfde straf zou moeten krijgen als iemand die een slag in het gezicht geeft…”

Rode Duivels

Je maakte altijd deel uit van de nationale ploeg tijdens de WK-kwalificatiecampagne, behalve in de laatste rechte lijn. Dat deed ongetwijfeld pijn?

“Dat was een enorme ontgoocheling. Ik heb geen enkele seconde gespeeld in de kwalificaties, maar ik voelde me toch deel van de groep. Op zulke momenten komt mijn mentaliteit weer boven: blijven werken, blijven mijn ding doen. En de laatste keer (tegen Colombia en Japan, nvdr) was ik er toch weer bij.”

Waar heb jij de beslissende match tegen Kroatië bekeken?

“Op café in Hasselt. Het was wel zuur om op tv te moeten zien hoe iedereen stond te dansen na die match. Ik zal nooit zeggen dat ik in de basis moet staan, maar ik vind wel dat ik mijn plaats heb in de selectie. Zeker als je mijn statistieken van de laatste drie jaren bekijkt.”

Meer nog dan je statistieken is wellicht je ervaring en mentaliteit een troef voor de definitieve WK-selectie. Jij weet ondertussen wat nodig is om als groep succes te halen en hoe je je moet gedragen op belangrijke momenten. Dat hebben bijvoorbeeld Michy Batshuayi en Thorgan Hazard minder.

“Dat denk ik ook. Je zult er toch een of twee maanden samenleven. Als de resultaten meezitten, is dat geen probleem, maar als die tegenvallen, kunnen er snel frustraties de kop opsteken. Op dat vlak ben ik nuchter genoeg om mijn plaats te kennen in die selectie, waar zo veel kwaliteit in zit. Ik zal niet voor problemen zorgen.”

Het WK speelde ook een rol in je beslissing om dit seizoen zeker bij Genk te blijven. Het feit dat volgende zomer het WK achter de rug is, zal dat een invloed hebben op je beslissing over een transfer?

“Ik heb er inderdaad nooit een geheim van gemaakt dat ik met het oog op het WK vooral wilde spelen. Ook de komende zes maanden is dat mijn prioriteit. Ik ga nu dus geen gekke dingen doen. Als er deze zomer een club komt die me aanstaat, verwacht ik niet dat het Genkbestuur moeilijk gaat doen, gezien wat ik voor deze club al betekend heb.”

DOOR MATTHIAS STOCKMANS – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“Verdienen voetballers te veel? Er zijn weinig beroepen waar je om de drie dagen door 20.000 man beoordeeld wordt.”

“Ik vind dat er best wat meer erkenning mag zijn voor het parcours van Genk in de EL.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier