44 jaar moest City erop wachten. Een eeuwigheid, zeker omdat de eerbiedwaardige buur de voorbije twee decennia de titels aaneenreeg. Al van de avond voor de wedstrijd is het een en al blue in de straten van Manchester. Geen spoortje van red, tenzij dan doorregen met verticale zwarte strepen, het uittenue van City. Zelfs de hemel – vaak nochtans grillig en grijs in Engeland – heeft kant gekozen. Sommige fans lopen over van optimisme, anderen zijn wat terughoudender: “Ik hoop dat we het niet gaan verklooien, want City is een match van zo veel belang al een hele tijd niet meer gewoon.”

Manchester City mag dan wel staan voor rock-‘n-roll (gesteund door cultgroepen als The Smiths, Stone Roses, Oasis, of destijds de betreurde Ian Curtis, de zanger van Joy Di- vision), hun fans hebben allang geen feestje meer kunnen bouwen. Dieptepunt was 1999: op de dag dat United zijn zege in de Cham- pions League vierde met een parade rond Picadilly Gardens, probeerde City een play-offticket af te dwingen in de Ligue One (de derde klasse). Symbolischer kan haast niet. Toen het dus zondag in de 92e minuut nog 1-2 stond in het Etihad Stadium en United op datzelfde moment leidde tegen Sunderland, dachten de Citizens dat ze hun imago van losers weer niet van zich af zouden kunnen schudden.

Maar vier minuten later daverde het stadion in een uitbarsting van immense blijdschap. 48.000 toeschouwers vlogen elkaar in de armen na het orgelpunt van hun nieuwe held Sergio ‘Kun’ Agüero. In de pubs van de stad ging het er nog onstuimiger aan toe. “Een seizoen was voor ons al geslaagd als we een corner konden afdwingen op Old Trafford”, zo stelde een uitbundige Noel Gallagher van Oasis het. Maar dat is nu allemaal voorbij: nu zit City op de troon van de Premier League.

Het minderwaardigheidscomplex was de laatste jaren al beetje bij beetje afgekalfd, meer bepaald sinds 21 september 2008, de dag dat sjeik Mansour bin Zayed al Nahyan (zoon van de koninklijke familie die regeert over het emiraat Abu Dhabi, en die volgens The Times een persoonlijk fortuin van 20 miljard euro bezit) de club in handen nam. Door zijn komst konden de fans zich algauw vergapen aan een keur van internationale vedetten. Uiteraard staat daar een exorbitante kostprijs tegenover. Volgens de Daily Telegraph maakte City alleen al in het seizoen 2011/12 een verlies van ruim 700 miljoen euro. De uitgaven (transfers, salarissen, vaste kosten, etc…) liepen op tot 1,15 miljard, terwijl de inkomsten (sponsoring, merchandising, stadionnaam, etc…) 455 miljoen opbrachten.

“City is de club van de working men, de populairste club van de stad”, legt John Fenton uit. Fenton is een van de officiële chauffeurs voor de Cityspelers en al … 43 jaar supporter van de blues. “Wij zijn onze kleuren trouw gebleven, zelfs in derde klasse, toen Main Road ( hetmythische oude stadion, nvdr) volliep met 30.000 toeschouwers. Als we niet met zo velen waren geweest, had sjeik Mansour nooit interesse gehad. Hij zag dat het poten- tieel er was om een grote club uit te bouwen.

“Vandaag is het een historische dag voor de club”, gaat Fenton verder. “Bij het doelpunt van Agüero kreeg ik bijna een hartaanval. Maar in de nederlaag moet men even groot zijn als in de overwinning. En we moeten bescheiden zijn tegenover onze rivaal United. Zij hebben de ene titel na de andere behaald en een reputatie opgebouwd in de hele wereld. Wij beginnen daar nog maar net aan. Toen ik in Abu Dhabi was, trof het mij dat ik geen enkel shirt van Manchester City zag, maar dat de mensen wel dat van United droegen.”

Wanneer we Fenton vertellen dat we uit België komen om een reportage te maken over Vincent Kompany, haalt hij zijn iPhone boven en toont hij een foto van hem met Vinnie. “Het is een toffe kerel. Ik heb veel voetballers mettertijd zien veranderen, maar hij blijft altijd dezelfde, heel eenvoudig. Hij zou nochtans vanuit de hoogte kunnen doen, gezien zijn status van star, maar daar is geen sprake van. Zowel bij een zege als bij een nederlaag toont hij respect. Hij zal misschien niet de geschiedenis ingaan als een van de grootste voetballers van City – die eer valt meestal de aanvallers te beurt – maar Vinnie zal een deel van de legende blijven en dat is zeker zo belangrijk.” Waarop Fenton zich snel weer in het feestgedruis begeeft. Na 44 jaar wachten kunnen we dat goed begrijpen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier