Afscheid

Jean-Pierre Papin en Jacques Sys. © BELGA

Ruim 48 jaar in de journalistiek, waarvan 28 jaar als hoofdredacteur. Dan is het tijd om de fakkel door te geven. En op zo’n moment heb je de neiging om te mijmeren over een lange carrière. En vraag je je bijvoorbeeld al eens af of je in vergelijking met de beginperiode nog hetzelfde vak beoefent. Waar is bijvoorbeeld de tijd dat je tijdens de Ronde van Frankrijk zelf twee keer per week met de tgv naar Parijs moest sporen om op de redactie van L’Equipe filmrolletjes op te halen? Die werden iedere dag vanuit de aankomstplaats van een Tourrit met een speciaal ingehuurde motard naar de hoofdzetel van de sportkrant gebracht.

Is dit nog wel hetzelfde vak?

Het was de tijd ook dat je als beginnend journalist in een klein en muf hokje kroop om teksten uit te tikken die door collega’s die in het buitenland toefden werden ingesproken. Je hoopte dat ze goed articuleerden, zodat er geen misverstanden ontstonden, al viel dat wel eens tegen. Daar werd dan luid mee gelachen. Een redactie klikte toen goed aan elkaar, alles mocht, niets moest en de meeste verslaggevers waren vanuit een soort blinde adoratie organisch vergroeid met hun sport.

Herinneringen, het zijn er oneindig veel. De allereerste reportage bijvoorbeeld. Dat was in de zomer van 1974 met Hans Croon, de Nederlandse trainer van Waregem. De afspraak werd gemaakt net voor het begin van een competitiewedstrijd tegen Standard. Croon keek, op een oefenveld naast het stadion, toe hoe de spelers zich opwarmden. Of hij meteen na de match zin had voor een interview, vroegen we hem. Dat bleek geen enkel probleem. Croon zei dat hij zijn vrouw zou bellen om een lekkere kaasschotel klaar te maken. Dat praat iets gemakkelijker, lachte hij.

Rond de vijfduizend reportages hebben we in bijna een halve eeuw gemaakt. Eddy Merckx bij hem thuis in Tervuren, nooit een kampioen ontmoet met zo’n haast ontroerende bescheidenheid. Of Jean-Pierre Papin net voor hij naar Club Brugge kwam, hij woonde met zijn vrouw en zoontje in een kleine studio in het grauwe Valenciennes en herinnerde zich dat nog toen hij later in een kolkende ambiance werd uitgeroepen tot de beste buitenlander in de geschiedenis van blauw-zwart. Sportmensen waren lang te allen tijde bereikbaar. Ze spraken onverbloemd. Van perschefs was er geen sprake. Van voorgekauwde teksten al evenmin.

Grote rondes, WK’s en EK’s, het waren journalistieke uitdagingen, confrontaties met jezelf om die verhalen te brengen die niet in de kranten stonden. Het WK van 2006 in Duitsland bijvoorbeeld, een zomersprookje zoals er nog nooit een is geweest omdat Oost en West zich toen echt herenigden, het WK van 2010 in Zuid-Afrika met zijn gigantische kloof tussen rijk en arm of het EK van 2012 in Polen en Oekraïne waarin we dagen toefden in bruisende en later verscheurde steden als Kiev en Lviv.

Natuurlijk mag je je niet te veel onderdompelen in de vergeelde romantiek van het verleden. De media zijn een weerspiegeling van dit tijdsbeeld: alles gaat sneller. Er is geen tijd meer voor reflectie, voor onderbouwde stellingen, voor diepgang, voor goede duiding. Er is een neiging naar vervlakking, een onverdroten jacht op een scoop, er is polarisatie en stemmingmakerij.

Juist daarvan heeft dit blad zich in de loop van zijn geschiedenis altijd gedistantieerd en de tijd genomen om te bezinnen. Dat zal ook in de toekomst zo blijven. Vanaf 1 oktober heeft Bart Aerts de redactionele leiding over dit magazine. In een constant veranderd medialandschap zal hij met een frisse kijk dit blad nieuwe impulsen geven en het multimediaal karakter verder ontwikkelen. Met de journalistieke wapens die verweven zijn met onze uitgeverij, Roularta. Zo zullen we een referentie blijven.

Het ga jullie allemaal goed.

© National

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier