De zogenaamde ‘week van de waarheid’ werd één grote afknapper voor SV Roeselare. Zowel in de beker als in de competitie kon de ploeg van Dennis van Wijk geen vuist maken. Is de houdbaarheidsdatum van de West-Vlamingen verstreken?

Amper één puntje kwam Roeselare te kort om zich te verzekeren van een zesde jaar in eerste klasse. Het verdict na de ondermaatse wedstrijd tegen Westerlo was hard, maar op basis van het voorbije seizoen (amper vier overwinningen) niet onverdiend: Roeselare moet opnieuw aan de bak in de eindronde om zijn plaats in eerste klasse én de leefbaarheid van de club te verzekeren.

Vrijdag staat nog de terugmatch tegen Cercle Brugge in de beker op het programma. Geen mens ziet een geslagen ploeg als Roeselare echter in staat om de 3-0-achterstand alsnog om te buigen. Na vrijdag volgt de grote leegte: Dennis van Wijk en zijn trainersstaf moeten maar liefst zes voetballoze weken zien te overbruggen voor de eindronde met de tweedeklassers van start gaat.

Mentaliteit? Thuisreputatie?

Na vijf seizoenen op het hoogste niveau geeft Roeselare allesbehalve de indruk dat de club op weg is om uit te groeien tot een stabiele eersteklasser. Het contrast met Zulte Waregem, dat in hetzelfde jaar promoveerde, kan niet groter zijn. De voorbije twee seizoenen kampeert de ploeg uit de Rodenbachstad al vanaf speeldag één in de kelder van het klassement. Nochtans, de drie seizoenen daarvoor waren wel vrij zorgeloos: Roeselare eindigde respectievelijk op een twaalfde, een elfde en een veertiende plaats in het eindklassement. Van de thuisreputatie en de beruchte over-mijn-lijkmentaliteit uit die beginperiode blijft vandaag niet veel meer over. Zelfs rechtstreekse concurrenten in de degradatiestrijd zoals Tubeke, Charleroi en Lokeren keerden de voorbije jaren met de drie punten terug uit Roeselare.

Van de spelersgroep die vijf jaar geleden de promotie afdwong, blijft alleen Jurgen Sierens nog over. “Dit seizoen ervaar ik de minste mentaliteit in de groep,” zo zegt de doelman, “maar ook kwalitatief was het onvoldoende. In feite wisten we al in het tussenseizoen dat het opnieuw heel moeilijk ging worden.”

In de terugronde van vorig seizoen straalde Roeselare nochtans opnieuw hoop en dynamisme uit, onder impuls van de teruggekeerde Dennis van Wijk en zijn voltreffers tijdens de wintermercato. Vanuit een geslagen positie én in een jaar met drie zakkers, wist de Nederlander ‘zijn’ Roeselare toch nog in eerste klasse te houden.

Cruciale schakels bij die ‘operatie redding’, zoals Perisic, Benjelloun en Mac Donald, kwamen echter op huurbasis. Daardoor moest Van Wijk deze zomer dus opnieuw aan de slag om een strijdvaardig elftal op de been te brengen. Maar de transfers uit het tussenseizoen losten de verwachtingen niet in. Sommigen worstelden met de spelstijl in onze competitie ( El Gaaouiri), anderen vielen te licht uit ( De Pever, Nikolic, Kucera, …) en nog anderen waren dan weer een complete flop ( John). Enkel Vidarsson en Vandenbussche lieten zich als nieuwkomers af en toe gelden, respectievelijk voor en na Nieuwjaar.

“We zijn door die eindronde te laat in actie geschoten om ons budget rond te krijgen”, zo legt Van Wijk uit, “in plaats van meteen een afgebakend budget voor transfers ter beschikking te krijgen, moest ik het telkens doen met middelen die maar druppelsgewijs binnenkwamen.”

Onderhuidse conflicten

Ondanks de tegenvallende resultaten werd de Nederlandse coach dit seizoen zelden of nooit in vraag gesteld. De reden daarvan moge duidelijk zijn: binnen en buiten de club leeft volop het besef dat het op zich al een klein mirakel is dat Roeselare vorig seizoen op het nippertje een ticket bemachtigde voor de afgeslankte competitie met zestien ploegen. Niet iedereen vindt zich in de stijl van de soms emotioneel reagerende Amsterdammer, maar men kan Van Wijk alvast niet verwijten dat hij niet probeert om op alle vlakken het onderste uit de kan te halen. De wintertransfers van dit seizoen ( Pryor, Rukavytsya, Tomou en Eyólfsson) waren lang niet van het kaliber Perisic of MacDonald, maar Van Wijk beschikte naar eigen zeggen dan ook maar over de helft van het budget van vorige winter.

Ironisch genoeg kan het voorbije seizoen op bestuursvlak net wél een succes genoemd worden. Voor het eerst in drie jaar was er geen personeelsverloop op de belangrijke posities binnen de club. Een verademing, want sinds 1 maart 2007, de dag waarop Luc Devroe uit Roeselare vertrok, waren immers vier verschillende sportieve managers aan de slag: HansGaljé, DirkGeeraerd, WimDe Coninck en Dennis van Wijk.

Dit jaar bleef de sfeer op Schiervelde sereen, ten opzichte van de buitenwereld dan toch. Want onderhuids sluimerden een aantal conflicten. Toen Van Wijk een paar dagen voor het begin van de competitie gefrustreerd aan de alarmbel trok, kon voorzitter Antoine Van Eeckhout de brand nog blussen. Toch bleken de plooien verre van volledig gladgestreken. De aanstelling van Patrick Verhamme als algemeen directeur in september 2009 was veelbetekenend. Verhamme controleert en overkoepelt niet alleen de verschillende beleidsniveaus binnen de club (sportief, financieel, commercieel ,…), maar bemiddelt ook daar waar de onderlinge verhoudingen al jaren serieus onder het vriespunt gezakt zijn.

Wim De Coninckperiode

“Wij hebben bepaalde ambities,” aldus van Wijk, “maar we kunnen die voorlopig niet waarmaken. Iedereen weet hoe dat komt.” Dat té zware spelerscontracten uit de ‘ Wim De Coninckperiode‘ de club al twee seizoenen financieel gijzelen, is intussen algemeen bekend. Maar intussen zijn alle spelers, op een enkeling na, uit die zogenaamde C-kern vertrokken. In principe komt er volgende seizoen dus heel wat budget vrij om – nog maar eens – te sleutelen aan een nieuw elftal. Addertje onder het gras: pas eind mei is bekend of Roeselare een ploeg mag bouwen voor eerste of voor tweede klasse. Rijkelijk laat, zo bleek vorig jaar.

Het valt in eerste instantie af te wachten of de huidige kern zich zowel fysiek als mentaal voldoende zal kunnen opladen voor de eindronde. Met lichtpuntje Dequevy, die op dat moment misschien nog op een transfer aast, en karakterspelers met een doorlopend contract zoals Vidarsson, Vandenbussche, Provoost en Mirvic, is het niet ondenkbaar dat Roeselare nogmaals door het oog van de naald kruipt. De vraag blijft echter of de houdbaarheidsdatum van Roeselare in eerste klasse intussen nog niet verstreken is. Zijn de spelers, trainers, sponsors en supporters wel in staat om nóg maar eens recht te krabbelen na de zoveelste opdoffer? Afspraak over zes weken …

door bregt vermeulen

“Roeselare heeft bepaalde ambities, maar kan die voorlopig niet waarmaken.” Dennis van Wijk

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier