DE OUDERDOMSDEKEN VAN OUD-HEVERLEE LEUVEN PREDIKT NA DE 8 OP 24 VOORAL REALISME. DE CENTRALE VERDEDIGER BESEFT DAT ZIJN TEAM ANDERS WORDT INGESCHAT DOOR DE TEGENSTANDERS.

Welk gevoel overheerst na acht van de dertig speeldagen in de reguliere competitie?

Jonas De Roeck : “Een gemengd gevoel. Tegen Genk, Gent en Anderlecht speelden we goed en brachten we mooi verzorgd voetbal, waarvoor we telkens beloond werden met een punt. Maar tegen de teams waar we absoluut iets moesten sprokkelen, lukte dat dan weer moeizamer dan voorzien. We moeten bij momenten nog iets volwassener leren omgaan met de situatie, zeker inzake het omzetten van kansen in doelpunten. Onze mentale weerbaarheid is goed, want we konden al zeven keer terugkeren na een achterstand. Het maakt gewoon deel uit van het groeiproces.”

Waaraan ligt dat dan?

“Omdat Leuven niet langer wordt beschouwd als klein duimpje, waarbij iedereen er gemakshalve van uitgaat dat wij tegen de degradatie moeten vechten. De perceptie veranderde duidelijk, we worden nu echt au sérieux genomen. Lierse was daar een mooi voorbeeld van. We moeten nog leper worden en de efficiëntie voor doel verhogen. Bij momenten dat we het moeilijk hebben of het té gevaarlijk wordt, moet je die bal gewoon in de tribune trappen of een fout durven te maken. Alleen zo kunnen we punten pakken.”

In hoeverre missen jullie een aanjager als Bjorn Ruytinx?

Bjorn staat garant voor volledige inzet en passie, iemand die de rest kan vooruitbranden met zijn enthousiasme. Wij hopen dat hij vanaf januari op training en in de wedstrijden het vuur wat aanwakkert.”

Na de vijf tegengoals bij Bergen op de eerste speeldag werd gezocht naar meer stabiliteit voor de verdediging, want vorig seizoen zat het probleem vaak achterin. Is daar al een oplossing voor gevonden?

“De nodige automatismen ontbraken, ondanks de sterke voorbereiding. Alleen Wim Raymaekers bleef over van de verdediging van vorig jaar, de rest is nieuw. Die match in Bergen was een stevige waarschuwing. We spelen nu veel compacter. De zekerheid in de organisatie verbeterde, we vangen de tegenstanders collectief beter op. In balbezit is er daardoor veel meer rust. Het overkomt ons niet dat een tegenstander alleen op Logan Bailly afgaat. Dat zijn hoopgevende signalen, maar ik zou ook graag eens de nul willen houden, bijvoorbeeld twee keer per vijf wedstrijden. Dat zou het vertrouwen van veel jongens ten goede komen.”

Hoe verfrissend/vernieuwend is de werkwijze van Ronny Van Geneugden?

“Hij hecht veel waarde aan combinatievoetbal over de grond en wil geen onnodige lange ballen. Ook valt me op dat hij zijn rust en positivisme wil overbrengen op onze jonge selectie. OHL is sowieso een team dat het moet hebben van zijn teamspirit, wij kunnen niet teren op individuele flitsen, ook al hebben we op de flanken veel explosiviteit.”

Toen jij in 2009 van AA Gent naar FC Augsburg vertrok, was OHL nog een bescheiden tweedeklasser.

“Ik zie veel gelijkenissen met Augsburg. Die namen ook geen risico’s na de promotie en bleven bescheiden in hun ambitie. Ik merk hier veel bereidwilligheid, maar vooral ook realisme. Het is de bedoeling van OHL om een stabiele middenmoter te worden, de sportieve en financiële mogelijkheden zijn er. Ook het publiek apprecieert het feit dat we alles geven en ons truitje nat willen maken, want na de thuisnederlaag tegen Zulte Waregem kregen we applaus.”

Veranderde de Belgische eerste klasse erg sinds je terugkeer?

“Ik heb toch het gevoel dat veel jonge spelers alleszins hun kans krijgen, terwijl ook de meeste stadions goed vol lijken te lopen. Daar is toch een heropleving aan de gang. Er wordt ook gepoogd om aanvallend voetbal te brengen. Men neemt sneller risico’s om toch die drie punten te pakken, want uiteindelijk schiet je met een gelijkspel tegenwoordig nog weinig op. De fysieke duelkracht verminderde alleszins niet en blijft goed vergelijkbaar met de Duitse tweede klasse.”

DOOR FRÉDÉRIC VANHEULE

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier