Sport/Voetbalmagazine was te gast bij Honour Gombami (Cercle Brugge) in de buitenwijken van de Zimbabwaanse stad Bulawayo. Dit is de eerste aflevering van een serie waarin we buitenlandse smaakmakers uit de Jupiler League in hun thuisland opzoeken.

De creditcardautomaat doet het niet, het gsm-netwerk ligt plat en ook het internet laat het afweten. Holiday Inn Bulawayo is een uitstekend hotel, maar het ligt in Zimbabwe. In de conferentiezaal is een vergadering van de National Aids Council aan de gang. De burgemeester klaagt dat de begraafplaatsen in zijn stad schaars worden omdat aids er zoveel slachtoffers maakt. Volgens de regering in de hoofdstad Harare is dat een politiek statement. Bulawayo, de tweede stad van Zimbabwe, wordt bestuurd door het Movement for Democratic Change (MDC), de grootste oppositiepartij. De cijfers van het ministerie van Volksgezondheid zijn hoopgevend: in 2003 was 24,6 procent van de bevolking besmet met het hiv-virus, eind 2007 was het percentage seropositieven gedaald tot 15,6. In elk geval telt het land ondertussen ongeveer een miljoen kinderen die hun ouders verloren aan aids.

Het is eind mei en Zimbabwe verkeert in een diepe politieke crisis. Oppositieleider Morgan Tsvangirai won de presidentsverkiezingen van 29 maart, maar omdat hij niet de volstrekte meerderheid behaald zou hebben, eiste en krijgt president Robert Mugabe op 27 juni een tweede en beslissende stemronde. Het is tijd voor verandering, maar daar zijn Mugabe & co nog niet van overtuigd. In afwachting houdt iedereen uit schrik voor intimidatie en geweld nog meer dan voorheen zijn mond.

De president is 84 jaar en al sinds de onafhankelijkheid in 1980 aan de macht. Tot eind vorige eeuw heerste zijn partij Zimbabwe African National Union (ZANU) met een vrijwel absolute meerderheid, maar sinds de opkomst van het MDC van gewezen vakbondsman Tsvangirai lijkt Mugabe het welzijn van zijn volk op te offeren aan het behoud van zijn machtspositie. Volgens een recente studie van de International Crisis Group leeft nu tachtig procent van de twaalf miljoen inwoners onder de armoedegrens. Nergens ter wereld is de inflatie groter en zijn de levensverwachtingen lager.

De lach van Afrika

Honour Gombami laat op zich wachten. Drie kwartier later dan afgesproken komt hij ons oppikken. “Sorry,” verontschuldigt hij zich, “we hadden politiecontrole.” Zijn vriend George zit achter het stuur aan de rechterzijde. Hij draagt een shirt van Cercle Brugge. Op de achterbank maken we kennis met Oswell (4), het jongste broertje van Honour.

Met dertig à veertig kilometer per uur voert George ons op het linkerrijvak door het centrum van Bulawayo. Ook scholieren in uniform, een cricketstadion, brede lanen, straatnamen als 6th Avenue en gebouwen in victoriaanse stijl herinneren aan koloniale tijden. Het is vroeg in de namiddag en bijna dertig graden Celsius. Er wordt gekletst, gelachen en meegezongen met Lionel Ritchie op de radio. George drinkt Stoney Ginger Beer uit de fles, een Afrikaanse softdrink van de Coca-Cola Company. Een tegenligger claxonneert. Het is Vusumuzi Prince Nyoni. Het veroorzaakt nog meer hilariteit in de wagen.

Net buiten het centrum is er politiecontrole. George moet de koffer openmaken: er blijken geen wapens in te zitten. Wat verder wordt Tarumbwa Obidiah opgeladen. We passeren pleintjes waar kinderen zich in het stof sjotten, en een openluchtmis van vrouwen in witte gewaden. De ruimtes worden opener, de weg wordt slechter en het gras droger. George, inmiddels aan het breakdancen geslagen, slalomt tussen putten en stenen. Aan weerszijden zijn mensen in kleurrijke kledij te voet onderweg. Ze zien er, moeten we toegeven, goed uit.

“Ach,” komt Honour plots op dreef, “mensen in Afrika hebben het niet zo moeilijk als er in Europa vaak gezegd en geschreven wordt. Er wordt overdreven. Afrika is niet zoals zij het zien. Ze vergelijken het met Europa, maar Afrika is Afrika en Europa is Europa. Afrika zal altijd Afrika zijn en dat is anders dan Europa. Soms mis ik in Europa respect voor onze manier van zijn.

“Nu ik in Europa voetbal en mijn familie financieel wat kan steunen, is er eigenlijk weinig of niets veranderd. Misschien is het meubilair wat beter, maar mijn vader en moeder zijn dezelfde mensen en leiden hetzelfde leven als voorheen.

We live the moment, wij beleven intenser het moment zelf, merk ik, daar halen we veel vreugde uit. Ik zie hier meer mensen lachen dan in België, waar mensen in hun hoofd heel veel met de toekomst bezig zijn en daardoor minder kunnen genieten van wat er nu gebeurt.

“Nooit heb ik hier iets te kort gehad. Mijn ouders hielden van mij, ik kreeg te eten, ik was gekleed en kon naar school gaan. Noem mij eens iets belangrijks dat ik niet had?

“Ik ben altijd gelukkig als ik hier kan zijn. Dit is mijn land, hier zijn mijn vrienden en mijn familie, hier ken ik iedere plek. Ik hou ervan, ik ben trots op mijn roots.

“Mensen zeggen slechte dingen over Zimbabwe, maar ik zie ze niet. Misschien maakt liefde blind. Misschien. De problemen die dit land kent, zijn van politieke aard. Deze situatie heeft alles met politiek te maken. Het is voor mij moeilijk om daar iets over te zeggen, politiek laat ik aan de politici over. Ik zeg alleen: geef ons tijd.”

The sky is the limit

We verlaten het asfaltbeton, rijden enkele honderden meters over een hobbelige aardeweg en parkeren dan naast een hoop bouwmaterialen voor een ommuurd huis. Hier woont Honour Gombami. Een beetje afgelegen in de buitenwijk Cowdary Park (zie het openingsbeeld van deze reportage). “Het was een opportuniteit”, verklaart Honour zijn keuze. “Hier is het rustiger dan in het centrum van de stad. Toen ik het huis vorig jaar kocht, waren er maar twee ruimtes.” Ondertussen zijn er al twee kamers bijgebouwd.

Op de televisie staat een ploegfoto van Cercle Brugge. De huisbewaarder, een vriend die op de woning let als Honour in België vertoeft, draagt een Cercleshirt. Op SuperSport wordt in spanning de ontknoping gevolgd van de titelstrijd in de Absa Premier League, het Zuid-Afrikaanse voetbalkampioenschap waar veel Zimbabwanen spelen. Bij het begin van de tweede helft staat leider SuperSport United achter bij Bloemfontein Celtic. Als het verliest en als naaste achtervolger Ajax Cape Town wint bij Lamontville Golden Arrows, dan grijpt het alsnog naast de titel. Maar ook Ajax Cape Town staat achter.

Buiten laat Onwell Gombami (11) met het betere zoolwerk zien waarom zijn oudste broer denkt dat hem een grote voetbalcarrière wacht. “Hij slaapt met een bal, hij voetbalt op straat en op school, maar nog niet in een club”, vertelt Honour. “Daarvoor is het nog te vroeg. De laagste jeugdreeks bij Highlanders FC is de U13. Hij mag daar nu al wel meetrainen, maar het is te ver om daar op zijn leeftijd al alleen naartoe te gaan. Ondertussen droomt hij en gelooft hij nog meer in zijn dromen dan ikzelf.” Waarom zou hij dat niet doen? Zijn twee grote broers tonen hem dat ook voor de Gombami’s uit Bulawayo (ZIM) the sky the limit is. OwenGombami (21) studeert economie en voetbalt in Amerika. “Twee jaar geleden werd hij hier ontdekt door een scout van een universiteit in Tennessee”, zegt Honour. “Hij is een talentrijke spits en intelligent genoeg voor academische studies.”

Honour brengt ons een kommetje warm water en een handdoek om onze handen te wassen en een bord met pittig gekruid rundsvlees, sadza, het traditionele maïsgerecht dat doet denken aan polenta, en een spinazieachtige groente. De maaltijd smaakt.

SuperSport United verliest met 2-1, maar is toch kampioen, want Ajax Cape Town komt niet verder dan 2-2.

De nederigheid van de Gombami’s

Een halfuur later kloppen we in de buitenwijk Pumula North aan bij de ouders van Honour, Owen, Onwell en Oswell Gombami. Samuel is kleermaker, Sihle huisvrouw. Het is tegen zes uur en de duisternis valt in het huisje. Er is stroompanne, een kaars wordt aangestoken. Oswell vleit zich tegen zijn mama aan; Onwell ligt over de zijleuning van de andere canapé, zijn papa streelt hem in de rechterhandpalm. Morgen is het maandag en moeten ze na een weekendje bij hun oudste broer weer naar school.

“Honour is altijd een beleefde jongen geweest”, zegt Samuel. “Onze andere zonen moeten we het leren, hij is het. Omdat hij als kind zo graag pompoen at, noemden we hem een tijdje ‘Pompoen’ ( lacht). Hij speelde veel buiten rond het huis, zoals alle kinderen hier, moest altijd om zes uur thuis zijn en was ook altijd op tijd thuis. Met Honour kenden we eigenlijk nooit een probleem. Hij was altijd zeer gefocust, hij wist wat hij wou en geloofde dat het mogelijk was om het te realiseren.”

“Mijn ouders hechten in onze opvoeding veel belang aan nederigheid”, vult Honour aan. “Ze benadrukken dat we andere mensen moeten respecteren, dat we nooit op iemand anders moeten neerkijken, wat we in het leven ook bereiken.

“Ik vind het ook logisch dat je in alles wat je doet zo goed mogelijk je best probeert te doen. Talent hebben volstaat niet. Je hebt wilskracht en vastberadenheid nodig. Waartoe dat je dan precies leidt, weet je niet. Het is lotsbestemming. Er is meer in het leven dan we met ratio kunnen bevatten. Als het leven moeilijk is, wil God zien hoeveel je in jezelf gelooft.

“Ik had ook altijd goede vrienden. Friends can make you or break you. Ze zetten mij nooit onder druk, ze begrepen hoe ik was.”

Dankjewel Methembe

Vader voetbalde ook. Hij schopte het als middenvelder tot in de Zimbabwaanse tweede klasse. Samuel Gombami nam zijn eerste zoon mee naar het voetbal, ging zo vaak mogelijk kijken toen hij zelf begon te voetballen en droomde, bekent hij, er al die tijd stiekem van dat Honour het zou maken als voetballer.

“Mijn eerste ballen maakte ik met een touw, papier en een plastieken zak”, herinnert Honour zich. “We voetbalden blootvoets op straat. Mijn grootste idool was en is nog altijd Paul Scholes ( van Manchester United en Engeland, nvdr).

“De U15 van Khatshana Taxis FC was mijn eerste ploeg. Het veld lag hier niet ver vandaan, maar een jaar later hield de club wegens geldproblemen op te bestaan en ging ik naar het grote Highlanders FC. Al snel mocht ik met de eerste ploeg meetrainen en toen ik achttien was, kreeg ik er mijn eerste profcontract. Ik stond er meestal rechts in de ruit op het middenveld, dus niet tegen de lijn zoals bij Cercle. Ik was er ook wel eens verdedigende middenvelder of offensieve middenvelder of zelfs spits. In Zimbabwe speelde ik altijd op een centrale positie en dat doe ik het liefst. Eigenlijk heb ik alles te danken aan Methembe Ndlovu, mijn laatste trainer bij Highlanders. Voordien had ik niet het zelfvertrouwen om de acties te maken die ik nu maak.”

Vijf jaar duurde het voor hij een kans kreeg in Europa. “Zimbabwe is niet Nigeria, dat barst van de scouts en waar talenten al op jonge tienerleeftijd gekend zijn. Hier duurt het langer voor je ontdekt wordt.

“Toen ik 22 was, liep ik via Dean Sheehan ( spelersmakelaar uit Cardiff, nvdr) een maand stage bij de Engelse derdeklasser Chesterfield FC. Ze waren zeer tevreden over mij, maar ik mocht niet blijven omdat ik onvoldoende interlands had gespeeld om een arbeidsvergunning te kunnen krijgen. Dat kwetste ons diep, mij, mijn ouders en mijn broers.”

Op het dak van het huisje van de Gombami’s is een kleine schotelantenne geïnstalleerd, maar beelden van de Jupiler League zijn er op hun televisiescherm nog niet verschenen. Sinds Honour anderhalf jaar geleden voor Cercle Brugge tekende, zagen Samuel en Sihle hun oudste zoon niet meer voetballen. Ze hopen dat hij binnenkort getransfereerd wordt naar een grotere Europese competitie of naar een Belgische club die Champions League speelt, zodat ze hem in Pumula North weer eens in beeld krijgen.

De drang om te helpen

’s Anderendaags klampt ons in het stadscentrum een bedelaar aan. Honour stopt hem enkele Zimdollarbiljetten toe. De liefde voor het voetbalspel drijft hem, maar meer nog de drang om zijn volk te helpen, bekent hij. “Maar daar moet ik niet aan denken”, weet hij. “Ik moet de focus op voetbal houden: als ik goed speel, komt het geld vanzelf.” Zo tekende hij in anderhalf seizoen Cercle al zijn derde contract, maar dik is het daarom nog altijd niet.

Bij het afscheid op de luchthaven van Bulawayo herhaalt George nog eens hoe trots hij wel is op Honour. Hij sluit niet uit dat zijn vriend ooit een internationale ster wordt. Honour laat zich de dromen van George welgevallen. Hij is nederig, maar wel bereid om zo hoog mogelijk te reiken. Van de drie Zimbabwanen van Cercle is hij de eerste die een zaakwaarnemer heeft. Het is niet toevallig Jacques Lichtenstein van Eleven Sport Management. Hij is de schoonzoon van Philippe Colin, secretaris-generaal van Anderlecht.

“Natuurlijk ben ik ambitieus,” besluit Honour, dat is iedereen toch? Ik wil iets doen met mijn leven. Nu ben ik nog vrij nieuw in Europa, ik ben mezelf aan het opbouwen. De belangrijkste reden waarom ik zo mijn best doe, is om iets terug te kunnen geven aan de Zimbabwaanse gemeenschap. Ik heb zelfs al een idee wat ik precies kan realiseren eens ik financieel sterk sta, maar daar zal ik nu nog niets over zeggen.” S

Volgende week aflevering twee: op bezoek bij Sanharib Malki (G. Beerschot) in Syrië.

door christian vandenabeele

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier