‘Als de taart lekker is, hoeft de kers niet per se’

Ronald Gaastra: 'Ik probeer de kennis van inspanningsfysiologen, diëtisten en sportpsychologen te mixen, waardoor ik nu meer een manager dan een pure coach ben.' © KOEN BAUTERS

In 1996 leidde hij Fred Deburghgraeve naar olympisch zwemgoud, 20 jaar later stuurde hij Pieter Timmers richting zilver in Rio. Vanaf komende vrijdag, op het EK in Glasgow, hoopt Ronald Gaastra (58) daar nog een medaille aan toe te voegen. Ruim twee decennia overleven als topcoach: hoe slaagt de Nederlandse Antwerpenaar daar in?

Het vernieuwde Wezenbergzwembad in Antwerpen. ‘22.7, neen, 22.8!’, roept Ronald Gaastra, wanneer hij langs het water meeloopt met een 50-meterspurt van Pieter Timmers. Die moet nog 15 meter zwemmen, maar de coach weet nu al wat zijn poulain zal klokken. Zónder chronometer, want die ligt – zoals wel vaker – in de kast. Enkele tellen later tikt Timmers aan. Assistent Ward, wél met stopwatch in de hand, drukt af: 22.8!

Gaastra lacht. ‘Een interne klok? Neen, vooral ervaring, zien hoe vlot Pieter zwemt, hoe hij op het water ligt. Bovendien weet ik dat hij, in vorm, op training onder de 23 seconden kan duiken. En dat ís hij. Makkelijk te voorspellen dus. ( lacht) Al lukt me dat ook bij andere zwemmers. Niet eens abnormaal, na al die duizenden uren aan het zwembad te hebben gestaan. Dan voel je de tijd automatisch aan. Zoals ik in het golf, mijn andere passie, ook direct kan zeggen of een put er wel of niet in zal gaan.’

‘Een cijfermaniak ben ik echter niet, het gevóél van mijn zwemmers is het belangrijkste. Al kan ik wel zeer vlot hoofdrekenen én cijfers onthouden. Om Pieters wedstrijdtactiek voor een groot kampioenschap af te stemmen ken ik bijvoorbeeld alle beste seizoenstijden van zijn concurrenten, inclusief de start- en tussentijden, uit het hoofd. Die hoef ik slechts één keer te zien. Ieder zijn afwijking zeker?’ ( lacht)

Beroepsmisvorming van een coach die zichzelf echter veel belangrijkere kwaliteiten toedicht: ‘Weten wat er vereist is, zowel fysiek als mentaal, om aan de top mee te draaien, en al die kennis en ervaring in de juiste dosering en met de juiste woorden en toon door te geven. Niet op één manier, maar aangepast aan elk van mijn zwemmers.’

Nochtans noemt Gaastra zich niet de beste leerling van de klas als het over pure theorie gaat, op vlak van fysiologie, anatomie, biomechanica, voeding… ‘De cyclus van Krebs? ( het proces waarbij glucose via chemische processen energie aan de spieren levert, nvdr) Vraag me niet om dat van a tot z uit te leggen. Maar ik verzamel op al die domeinen wel specialisten rondom mij – inspanningsfysiologen, diëtisten, sportpsychologen – en ik probeer hun kennis te mixen, waardoor ik nu meer een manager dan een pure coach ben. Een manager die ook durft mee te stappen in de nieuwste technologieën – in de tijd van Fred Deburghgraeve bestonden die onderwatercamera’s ( wijst naar zijkant van het zwembad, nvdr) niet, hoor.’

Vroeger had ik oogkleppen op. Dan lag er een notebook naast mijn bed, voor als ik in mijn slaap een trainingssessie bedacht.’ Ronald Gaastra

Niettemin was Gaastra toen al maniakaal bezig om de best mogelijke omstandigheden en omkadering voor zijn poulain te creëren. ‘Na de Spelen van Atlanta mocht ik, als coach van een goudenmedaillewinnaar, een twee uur durende lezing aan 250 trainers geven, over hoe ik Fred had klaargestoomd. Nadien zei Don Talbot, een vermaarde Australische zwemcoach: ‘Deburghgraeve was ongetwijfeld de best voorbereide olympische kampioen.’ Een fantastisch compliment.

‘In Rio zei ik over Pieter trouwens net hetzelfde, omdat ik wist dat we alle mogelijke stappen hadden gezet. Met drie R’en als cruciale pijlers: rust, regelmaat en ritme, op vlak van trainen, eten, slapen… Alleen door op al die domeinen iets slimmer dan je concurrenten te zijn, door het nog meer dan hen te wíllen ook, maak je het verschil. Qua fysiologie zitten alle topzwemmers immers op ongeveer hetzelfde niveau.’

Gaastra’s filosofie rust dan wel op pijlers, hij aarzelt niet om de brug eens in een andere richting te leggen. ‘Dezelfde voorbereiding levert hetzelfde resultaat op. Daarom heb ik het trainingsvolume van Kimberly Buys, na haar mooie 14e plaats in Rio, tot een derde teruggeschroefd – tot haar eigen verbazing. Omdat ik ervan overtuigd ben dat het op langere termijn zal renderen. Zoals ik met Pieter nu ook meer op explosiviteit en minder op meters train. Zijn eerste 50 zou hij immers even rap moeten kunnen zwemmen, maar met minder energie. Om zo de tweede 50, zijn sterkste punt, nog sneller af te leggen. En zo van 47.8 – zijn tijd in Rio – naar 47.5 te gaan. Voor Pieter de ideale race. Zal hij die ooit neerzetten? Misschien niet, maar we blijven ernaar streven. En dat kan alleen door te dúrven te veranderen.’

Ronald Gaastra: 'Toppers kunnen zich afsluiten van externe factoren. Pieter Timmers was in Rio zo gefocust én relaxed dat hij naar de verkeerde baan liep.'
Ronald Gaastra: ‘Toppers kunnen zich afsluiten van externe factoren. Pieter Timmers was in Rio zo gefocust én relaxed dat hij naar de verkeerde baan liep.’© KOEN BAUTERS

Opvoedende rol

Wat later komt Fleur Vermeiren, met haar 16 jaar Gaastra’s jongste pupil, uit het bad. ‘Fleur, goed, hé. Ik geloof je, die 6, anders kun je dat niet.’

‘Die 6’, legt de coach uit, ‘slaat op de vermoeidheidsschaal die we bepalen op een schaal van 1 tot 10. Zwemmers geven zelf aan hoe ze zich voelen, en daar houd ik rekening mee in de training. Die korte gesprekken, dat observeren van non-verbaal gedrag is cruciaal. Ik kijk bijvoorbeeld graag naar tv-interviews van sporters. Hoe fris oogt iemand? Hoe reageert hij op een grapje, op kritiek, op een teleurstelling? Dat helpt me bij het inschatten van iemands karakter en humeur. Bij Kimberly merk ik dat zelfs binnen de twintig seconden. En als ik Pieter vraag om nog een extra sprintje te trekken, dan zie ik direct of hij het met of tegen zijn zin zal doen.

‘Als coach moet je je atleten ertoe brengen dat ze het zelf echt willen, ook al is het niet leuk en doet zo’n laatste sprintje verschrikkelijk pijn. Aan mij om uit te leggen welk voordeel ze eruit halen en hen zo uit hun comfortzone te halen. Zodat ze dat op den duur ook leuk vinden. Onlangs bedankte de moeder van een van mijn nieuwe zwemsters mij omdat haar dochter weer met plezier zwom. Mooi, toch? Dat kun je niet alleen via goeie trainingen, maar ook door met haar te praten. Als coach heb ik immers ook een opvoedende rol. Karakter kan ik niet veranderen, gedrag wel. En dus probeer ik mijn zwemmers een gedisciplineerde manier van denken en handelen aan te leren waar ze ook in het dagelijks leven én na hun zwemcarrière van kunnen profiteren. Dan benadruk ik het belang van een diploma, gezonde voeding, waarschuw ik voor de gevaren van alcohol. En praat ik met hen ook als ze ruzie met hun ouders of hun vriend(in) hebben. Alles wat mogelijk hun zwemprestaties beïnvloedt.’

Zelfs als Pieter Timmers en Kimberly Buys na Tokio 2020 afhaken, wil ik voor Parijs 2024 drie olympische zwemmers afleveren.’ Ronald Gaastra

Toch bewaart Gaastra ook afstand. ‘Fred was indertijd een echte vriend, maar ik was toen ook ruim twintig jaar jonger, dan sta je automatisch dichter bij je atleet. Nu houd ik het zo professioneel mogelijk. Ik ga wel naar het trouwfeest van Pieter, maar een vriend is hij niet. Anderzijds hebben we enorm veel respect voor elkaar. En dat is wél noodzakelijk in een relatie coach-atleet.

‘Meer dan andere zwemmers hoef ik hem ook niet bij de hand te nemen, want Pieter is door zijn ervaring en stressbestendigheid heel zelfstandig. Voor de olympische finale hadden we bijvoorbeeld om 20.45 uur afgesproken aan de bushalte. Ik was daar al een kwartiertje vroeger en heb dan maar een vroegere bus genomen. Zo kon ik nog een koffietje drinken, terwijl negen op de tien coaches op hun zwemmer hadden gewacht… Toen Pieter later aankwam, zei hij meteen: koffietje, zeker?’ ( lacht)

‘Ik moest hem ook geen peptalk meer geven, dat mentale proces hadden we de weken ervoor al doorgenomen. Een uurtje voor de finale hebben we alleen kort zijn tactisch plan besproken. Waarna ik besloot met: ‘Je bent nog niet voluit gegaan, laat nu eens zien wat voluit gaan ís. Geniet ervan!’ Meer niet.’

Met die communicatie, de balans tussen iemand rustig én scherp houden, is hij erg bezig. ‘Een groot toernooi is daarom mentaal enorm vermoeiend. Omdat bijna alles wat ik tegen mijn zwemmers zeg, zeer bewust is. Alle mogelijke scenario’s speel ik af in mijn hoofd, zodat ik perfect weet hoe en wanneer ik op wat moet reageren. Natuurlijk improviseer ik weleens, maar dan teer ik op mijn ervaring om op de juiste knoppen te drukken.’

‘Ook dat is een leerproces. Op het WK in 2015 had ik Pieter bijvoorbeeld niet voorbereid op een mogelijke medaille. Toen hij met de derde tijd de finale inging, was ik ook zélf verrast. Omdat ik plots besefte: hé, voor het eerst sinds Fred kan een van mijn zwemmers een plak veroveren. Pieter eindigde uiteindelijk als zevende. Of hij toen sneller had gekund als ik hem mentaal beter had klaargestoomd, zullen we nooit weten. Maar ik trok er lessen uit voor Rio. Daar was Pieter wél mentaal klaar voor een medaille, door de peptalk de maanden ervoor. Die druk kan hij nu, net als Fred indertijd, ook perfect aan.’

Compromissen sluiten

Ondanks de andere, minder vriendschappelijke relatie met Timmers, luistert Gaastra nu wel meer naar zijn poulain en zijn andere zwemmers. ‘Niet meer de Amerikaanse manier van coachen: my way or the highway. Mede door Pieter, die vijf jaar geleden meer communicatie tussen ons verlangde: ‘Ronald, ik wil niet als een 17-jarige behandeld worden.’ Ik moest hem gelijk geven. En dus sluiten we nu wel compromissen, als hij bijvoorbeeld zijn trainingsschema wil aanpassen aan de tijd die hij met zijn vrouw en dochtertje wil of kan spenderen. Dat wijkt af van mijn ideale plaatje, maar ik weet: als ik dat niet toelaat, zal Pieter slechter trainen omdat hij er met zijn kopje niet bij is. Daarom had ik er bijvoorbeeld geen moeite mee dat hij in april, na een race in Noorwegen, daar een week lang in een camper is rondgetrokken met zijn gezin. Zoals hij vorig jaar ook minder trainde omdat hij pas papa was geworden. En daardoor geen WK-finale haalde – een keuze die ik perfect begreep. Al mag je ook niet té toegeeflijk worden. Nu, in het tweede jaar na Rio, zou ik dat niet meer toestaan. ‘Sorry, Pieter, beter plannen.’ Op het EK verlang ik immers wél dat hij minstens een medaille pakt.’

Ronald Gaastra: 'Ik leef nog altijd gedisciplineerd: elke dag om 22 uur in bed, zodat ik 's morgens met een fris hoofd kan coachen.'
Ronald Gaastra: ‘Ik leef nog altijd gedisciplineerd: elke dag om 22 uur in bed, zodat ik ’s morgens met een fris hoofd kan coachen.’© KOEN BAUTERS

Niettemin, bekent Gaastra, is hij softer geworden. ‘Geen échte softie, maar minder confronterend. Al blijf ik compleet eerlijk, als ik bijvoorbeeld zie dat een jonge zwemmer nooit zal doorbreken. Alleen breng ik dat voorzichtiger aan: ‘Ik heb alles geprobeerd, maar ik kan jou niet beter maken. Je concentreert je best op je studie.’ Zelfs als iemand er niet voor leeft, waarschuw ik hem vijf, tien keer. Als hij dan nóg de klik niet maakt, jaag ik er mij niet meer in op. ‘Als jij tevreden bent met 1.48 in plaats van 1.46 omdat je elke dag drie Snickers wilt eten, dan is dat jouw keuze.’ Ik kan volwassenen niets verbieden, hé.

‘Ik relativeer dus meer. Ontploffen van woede? Zelden, de laatste keer vorig jaar, toen twee broers dwars bleven zitten ondanks vele verwittigingen. Dan ging het wel richting 120 decibel. ‘Dít zijn de voorwaarden. Als jullie die niet willen volgen, nemen we afscheid.’ Ze zijn weggegaan… Tant pis voor hen. Is dat falen als coach? Neen, want ik heb alles gedaan wat ik kon. Zij niet.’

Minder maniakaal

Toch is het (te) maniakale kantje in hem al een tijd verdwenen, geeft Gaastra toe: ‘Vroeger had ik oogkleppen op, was ik alléén met zwemmen bezig. Dan lag er een notebook naast mijn bed, voor als ik in mijn slaap een trainingssessie bedacht. Dat gebeurt steeds minder. Zoals ik ook geen drie maanden per jaar meer op stage in het buitenland wil gaan. En élke ochtend – om zes uur – én avond aan het zwembad wil staan. Een zwemmer die dát van mij verlangt, zoekt beter een andere coach. Het zou te veel op mijn gezinsleven wegen. Mijn oudste kinderen ( Lars (25) en Mette (24), nvdr) hebben mij te vaak moeten missen, met mijn twee jongste ( Rienke (7) en Cille (4), nvdr) wil ik dat niet. Dus sta ik erop dat ik tweemaal per week met hen kan ontbijten, hen naar school kan brengen. Op mijn 58e neem ik ook meer tijd voor mezelf, door te golfen, en wel eens één week te gaan skiën. Vroeger was dat not done.

Karakter kan ik niet veranderen, gedrag wel.’ Ronald Gaastra

‘Al leef ik nog altijd gedisciplineerd: elke dag om 22 uur in bed, zodat ik ’s morgens met een fris hoofd kan coachen. Een late barbecue? Doe ik niet, want dan moet ik de rest van de week slaap inhalen. Lange golfweekends? Ook niet, want dan mis ik vier, vijf trainingen. Weleens vervelend, ja, maar dat hoort er nu eenmaal bij. De kunst is een balans vinden, de juiste dosering op alle vlakken, in het beroeps- en privéleven. Mede daardoor ben ik nu zelfs een bétere coach. Omdat ik het zwemmen van me af kan zetten, situaties in breder perspectief kan plaatsen. Maar als ik zou voelen dat de balans té veel overhelt, dan stop ik meteen.’

Niettemin wil Gaastra, als hoofdcoach van zwemclub Brabo, tot de Spelen van 2024 doorgaan. ‘Dan mag ik met pensioen. Van de steun van de stad Antwerpen zijn we al verzekerd tot 2021, en hopelijk – wellicht – ook daarna. Zelfs als Pieter Timmers en Kimberly Buys na Tokio 2020 afhaken, wil ik voor Parijs 2024 drie olympische zwemmers afleveren. Of die ook finales zullen halen of medailles zullen veroveren? Daar gaat het mij in de eerste plaats niet om. Supertalenten als Fred of Pieter zijn nu eenmaal uitzonderlijk, zeker in het kleine België. Hun olympische plakken waren de kers op de taart, maar die taart kan ook lekker zijn zónder kers. En nog meer als je voldoening haalt uit het máken van de taart. Zwemmers van jongs af begeleiden, het maximum uit hen halen zodat mensen na x aantal jaar zeggen: ‘Dat is een Gaastraproduct’, dat schenkt me het meest plezier. De wég naar een doel is het belangrijkste. Heb je er álles voor gedaan en eindig je ‘slechts’ 16e op de Spelen, dan waardeer ik dat evenveel. En dan zou ik geen slechtere coach zijn als diegene die met Pieter en Fred een medaille pakte. Ja, daar ben ik om bekend bij het grote publiek, maar dat vind ik niet belangrijk. Zolang ik maar erkenning krijg van de mensen uit de zwemwereld. De meesten van hen weten intussen wat ik kan – de anderen zijn blind. Voor hen sluit ik geen compromissen. Ook al blijf ik dan de Ronald Gaastra met de grote bek.’

Golffanaat

Golf is een andere passie van Ronald Gaastra. ‘Nog groter dan zwemmen zelfs, omdat ik het nog zelf kan beoefenen. ( lacht) Fascinerende sport. Niet alleen wegens de onderschatte fysieke kant ervan, maar ook door het mentale gevecht. Vier, vijf uur op de baan wandelen, met tussen elke slag vijf à tien minuten om na te denken. Waardoor er in die tijd van alles door je hoofd spookt, zeker na een mislukte put. Hoe een golfer daarmee omgaat, daarover heb ik al vele boeken gelezen. Tiger Woods had bijvoorbeeld een denkbeeldige lijn, negen meter na de green. Op dat moment wiste hij zijn laatste slag compleet uit zijn geheugen, om te focussen op de volgende. Zelfs na een gelúkte put, want ook dan moet je zulke zaken trainen. Zoals je ook in goede tijden een mental coach moet raadplegen, om te bepalen waarom het zo goed loopt. En om daarop terug te vallen als het slecht gaat.

‘Al die mentale technieken probeer ik ook toe te passen bij mijn zwemmers. Kimberly Buys strandde bijvoorbeeld vorig jaar op het EK naast de finale op de 100 meter vlinderslag – een enorme ontgoocheling. Dan moet je, zoals in het golf, teruggaan naar de basis: de techniek, kijken wat er scheelt. Die oorzaak hebben we bij Kimberly vlug gevonden. Resultaat: op de 50 meter haalde ze wél de finale.

‘Nog een eigenschap van topgolfers is dat ze zich compleet kunnen afsluiten van externe factoren: de techniek van hun tegenstander, storende elementen in de omgeving, het publiek… Zoals ook een zwemmer niet bezig mag zijn met de concurrent in de baan naast hem, met de toeschouwers. Een van dé sleutels van Pieters zilver in Rio trouwens, waar hij voor de finale zo gefocust én relaxed was dat hij naar de verkeerde baan liep. De druk had totaal geen impact, hij genóót. Ook al zat hij met die medaille in het hoofd.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier