IN DEZE RUBRIEK DIEPT JACQUES SYS ANEKDOTES OP UIT DE KELDER VAN ZIJN GEHEUGEN.

Vreemd eigenlijk dat er in dit land relatief weinig Duitse trainers neerstreken. Degenen die dan toch binnenwaaiden, waren doorgaans onbekend of kwamen in hun land niet meer aan de bak. We herinneren ons een zekere Fritz Schollmeyer bij Beringen, tussen twee trainingssessies door legde hij zich in zijn cabine op een tafel om te slapen. Zijn gesnurk was van ver te horen. Bij Beerschot en Sint-Truiden werkte ooit Horst Witzler, die nog in de Bundesliga actief was, bij Borussia Dortmund, maar een meerwaarde gaf hij niet. En heel plichtsbewust bleek Ernst Künnecke, in eigen land volkomen onbekend. Maar in België legde hij een mooi parcours af, al was Künnecke te braaf voor deze rauwe voetbaljungle. Christoph Daum is eigenlijk de eerste Duitse trainer met reputatie die zich aan een Belgische club bond. En ook de allereerste trainer wiens prestaties in eigen land op de voet worden gevolgd.

Met voetballers was het eigenlijk nauwelijks anders. De meesten zochten hier naar het geluk dat ze in eigen land niet vonden. Sommigen verdwenen heel snel, anderen werkten zich op tot smaakmakers. Zoals Hans-Peter Lehnhoff bij Antwerp, een turbo op de rechterflank, op en top professioneel, die de kleuren van de oudste club van het land nog altijd in zijn hart draagt. En zoals zeker Heinz Schönberger bij Beveren, een middenvelder met een geniaal inzicht, die onder meer voor Tilleur en RC Mechelen speelde, alvorens hij op de Freethiel belandde. Niet toevallig bloeide Schönberger bij RC Mechelen onder zijn landgenoot Künnecke open, twee zachte karakters die het uitstekend met elkaar konden vinden. Een vedette was wel Lothar Emmerich toen hij van Borussia Dortmund naar Beerschot kwam en daar twee jaar lang een echte attractie was.

Bij Standard braken nogal wat Duitse voetballers door. Er was in het begin van de jaren zeventig Erwin Kostedde, die topschutter werd en als eerste niet-blanke voetballer in de Mannschaft zou debuteren. Later had je Harald Nickel, nog een spits, ooit bij Arminia Bielefeld bij de vuilnisbak gezet, dan naar Turnhout versast en later via Union, KV Kortrijk en Standard terug naar de Bundesliga waar hij, bij Borussia Mönchengladbach, international werd. En er was de ouderwetse rechtsbuiten Heinz Gründel, die van Standard naar Hamburg zou trekken en ook al in de nationale ploeg zijn opwachting maakte.

Maar de meest besproken komst was die van Horst Hrubesch in 1983 die de omgekeerde weg maakte van Gründel: van Hamburg naar Standard. Zelden zo’n authentieke en verstrooide voetballer meegemaakt als deze spits. Nadat hij voor Standard had getekend, gingen we hem opzoeken in Hamburg, maar Hrubesch was de afspraak vergeten en zat thuis in Hamm, 300 kilometer dichter bij de Belgische grens. In dit stadje in het Ruhrgebied, gelegen tussen de fabrieksrook, was hij opgegroeid en bracht hij ieder vrij moment door. Gelukkig snelde Ernst Happel, toen trainer bij Hamburg, te hulp. Hij had de spelers drie dagen extra vrijaf gegeven “want ze zijn moe en dan moet je ze laten rusten”, lachte hij.

Maar Happel wist meteen dat de vergeetachtige Hrubesch van de gelegenheid gebruik had gemaakt om naar huis te rijden. Hrubesch werd opgespoord, zelfs de secretaresse van de toenmalige manager Gunter Netzer werd daarvoor ingeschakeld, we moesten ons privénummer achterlaten. Klokslag middernacht belde Hrubesch. Hij verontschuldigde zich honderd keer, was overmand door schuldgevoelens en wilde het interview de dag nadien geven. “Ik sta bij u in het krijt”, zei hij. Of hij dan naar Luik kon komen, vroegen we. Dat was voor Hrubesch geen probleem. Alleen: hij had zijn rijbewijs in Hamburg laten liggen en durfde met zijn auto de grens niet over. Dus pikten we hem in Aken op. De toenmalige Standardtrainer Raymond Goethals kreeg bijna een beroerte toen we met Hrubesch op Sclessin arriveerden. Snel een paar foto’s laten maken en dan een lang interview, in een wegrestaurant, iets voorbij Luik. “Als ze me centers geven, zal ik ze wel binnenkoppen”, zei hij toen en hij zou woord houden. En toen we hem terug naar Aken voerden, kroop hij zelf in de huid van de vragensteller. Hij moest alles over Standard weten.

Vreemd dat er nu nog nauwelijks Duitsers op de loonlijst van de zestien eersteklassers staan. Misschien dat dit volgend seizoen anders wordt. Als de hand van Christoph Daum bij Club Brugge nog meer zichtbaar zal zijn.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier