Às armas, às armas, pela Pátria lutar. Alles in de strijd voor het vaderland, zongen de Portugezen zaterdag in hun volkslied. En het werkte. Big Phil lijkt het dus weer voor mekaar te hebben.

Werd het openingsduel tussen Tsjechië en Zwitserland vooral een fysieke slag met veel inzet, dan was het twee uur later meer genieten in Genève, vooral van de Portugese nationale ploeg. Vooraf maakte de Turkse helft van het publiek het meeste lawaai, gaandeweg verstomden hun gezangen en zwol het enthousiasme van de Portugezen aan. De Selecção maakte indruk, Portugal is meer dan CristianoRonaldo (erfgenaam van het nummer 7 van Luis Figo). Een hele opluchting voor de fans, die vreesden dat het 23-jarige talent, dat er dit seizoen al 49 officiële wedstrijden met Manchester United op heeft zitten, wat moe zou zijn en met zijn hoofd bij het getouwtrek tussen Real en Manchester United zou zitten. Ronaldo was aanvankelijk ook niet constant dreigend, hij begon eerder afwachtend aan de wedstrijd met een paar keer balverlies, maar nadien kwamen de klasseflitsen en was het bijwijlen genieten.

Portugal stapte als verliezend finalist van EURO 2004 en halvefinalist op het WK in 2006 toch met nogal wat twijfels het toernooi in. Tenminste, dat hoorde je hier bij de fans, die soms niet al te ver moesten reizen. Zwitserland heeft namelijk 180.000 Portugese inwijkelingen, vandaar. En die zaten met vragen. Wat mocht je nog van Deco verwachten, naar het beeld van Barcelona een matig seizoen achter de rug? En zou Nuno Gomes, met 69 caps de meest ervaren speler en dus aanvoerder, het nog kunnen in de spits? Gomes is bijna 32, een jaar ouder dan Deco, en boette aan snelheid in. Bovendien scoorde hij in de eigen competitie vorig seizoen ‘maar’ zes keer. Twee jaar geleden verloor hij nog zijn basisplaats aan Pauleta, maar die is er nu niet meer bij. Terecht, vond een fan. Pauleta, zo formuleerde hij het, moet je tegenwoordig in een rolstoel naar het strafschopgebied rijden en dan zal hij wel scoren. Maar kon Nuno Gomes nog wel wegen op een verdediging, alleen in punt, want Scolari houdt vast aan zijn 4-3-3?

Ja dus. Niet dat de 32-jarige spits van Benfica tegen de Turken zo flitste, als hij diep werd aangespeeld was het gebrek aan snelheid zelfs frappant, maar Gomes was toch diverse keren gevaarlijk, alleen het doelhout stond zijn eerste treffer op dit EK in de weg.

Het vreemde van de Portugese diepe spitsen Hugo Almeida en Hélder Postiga is: ze scoren wel voor hun club, maar doen dat veel minder in de nationale ploeg. En dus gingen hier de voorbije dagen stemmen op om maar een keer Cristiano Ronaldo, wél snel, in punt te posteren. Op de flanken heeft Portugal immers talent te veel: naast Simão en Ronaldo ook Nani en Ricardo Quaresma. Nani heeft niet zo’n flitsend seizoen bij Manchester achter de rug als zijn landgenoot, maar het is ook maar zijn debuutjaar. En Quaresma, inmiddels toch ook al bijna 25, wil, internationaal de schaduw van Figo en Ronaldo beu, eindelijk eens op dat niveau ontploffen. Voorlopig houdt Scolari hem nog achter de hand. Tegen de Turken schoof Scolari na de rust Ronaldo wél door naar de punt, en werd de 4-3-3 zo goed als 4-4-2. Kortom: offensief heeft Portugal én tactische varianten én talent achter de hand om ver te komen. Waarbij veel afhangt van Ronaldo, maar niet alles.

Mooi voetbal is begraven

De grootste verandering gebeurde de voorbije maanden op het middenveld, met Deco als enige overlevende van het WK. Een middenveld dat bestaat uit ervaring (Deco en Petit) gekoppeld aan het genie van het jonge talent dat João Moutinho heet. Genoemd bij Chelsea, Manchester United, Barcelona en alle andere Europese toppers. In september wordt hij 22, nu al is hij aanvoerder van Sporting Lissabon, dat groen-witte Portugese talentfabriekje. Niet te groot, maar stevig te been en – om het met een modern woord te zeggen – een box-to-box. De enige Portugees die in de match tegen de Turken meer dan tien kilometer liep en 89 procent van zijn passes zag aankomen en in de slotfase nog sterk genoeg was om in het centrum van de spits zijn verdediger af te houden en Meireles de tweede goal aan te bieden.

Meteen was de vraag van de Portugese fans, of het duo ManicheCostinha wel waardig was vervangen, beantwoord. Petit bevestigde als buffer en Moutinho is sterk genoeg om Maniche, aan de kant gezet vanwege zijn disciplinair lastige karakter, te vervangen. En ook hier houdt Scolari nog wat moois achter de hand: naast Meireles is er immers nog Miguel Veloso, ook al zo’n talent van Sporting. Zoon van een bekende vader, ex-kapitein van Benfica, maar opgeleid bij de grote concurrent. Mist een beetje snelheid, vinden Portugese waarnemers, maar op de plaats van Petit kan hij zijn plan trekken.

Wat Scolari met zijn troepen goed doet, is: de 4-3-3 verandert onder druk makkelijk in een 4-5-1. Scolari is een moderne Braziliaan. Kreeg de man in zijn beginjaren als coach in Brazilië wel eens de kritiek dat hij vooral oog had voor de defensie en voor het functioneren als team, dan weet hij inmiddels binnen de organisatie ook het individuele talent van een speler te appreciëren. Maar voor Scolari is the beautiful game – zoals de Engelsen graag refereren aan het Braziliaanse voetbal – dood. “Dood en begraven. Alleen: je mag binnen de eisen van het team nooit dat tikkeltje individuele klasse van een speler mee begraven. Een stukje improvisatie kan beslissend zijn.” Op dat vlak een anekdote: ooit gevraagd naar wie hij onder de Belgische spelers het meest kon appreciëren, noemde Scolari de naam van Marc Wilmots. Niet bepaald een typische Braziliaan …

Met tactische richtlijnen zal hij zijn spelers nooit overladen. Scolari, die zichzelf graag profileert als vriend van de spelers maar hard kan uitvaren als het nodig is, noemt zichzelf een “goeie organisator” maar geen wetenschappelijk genie. Voetbal probeert hij zo eenvoudig mogelijk te houden. Het is geen American football, met 33 verschillende spelschema’s, zegt hij.

Zaterdag merkte je dat er binnen de strakke organisatie toch ook plaats was voor individueel initiatief. En dat bijvoorbeeld zowel Ricardo Carvalho als Pepe, de twee centrale verdedigers, geregeld mee oprukten naar voren. Zo viel ook het eerste doelpunt van de Portugezen, dwars door het centrum, afgemaakt door een centrumverdediger.

De man van 21 miljoen

Van de doelman van Portugal, die zijn plaats onder de lat bij Betis Sevilla ook verloor, is niemand wild, al liet Ricardo zich in de nationale ploeg zelden op een fout betrappen. Maar de verdediging, die kan tegen een stoot. Niet te verwonderen, tegen Turkije stonden drie spelers van Chelsea op de grasmat, gekoppeld aan eentje van Real Madrid. Bij gebrek aan een goeie linksachter is die plaats bij de Portugezen al een tijdje voor Paulo Ferreira. Rechtsvoetig en dat merk je. De offensieve kracht die Portugal vanaf de rechterkant kan ontwikkelen, is veel minder nadrukkelijk aanwezig op links, waar Ferreira het werk beperkt tot verdedigen en de afstand met Simão vaak behoorlijk groot is.

Carvalho is een zekerheid, Pepe een nieuwe troef. Hij belandde op zijn achttiende bij Maritimo Funchal en verhuisde vorige zomer van Porto naar Real net toen hij de Portugese nationaliteit kreeg want de man heeft Braziliaans bloed door de aderen stromen. Toen hij scoorde, wees hij fier naar het logo van de Selecção op zijn borst. Toen Deco destijds de Braziliaanse nationaliteit inruilde voor de Portugese klonk het bij aanvoerder Figo nog wel schamper van “je kan het nationale volkslied wel leren, maar niet voelen”, maar intussen is dat gedoe al lang voorbij. Heel wat nationale ploegen hebben spelers van allochtone afkomst, ook bij de Turken liep een Braziliaan rond. Een van de betere bovendien.

Pepe is 25 en speelde dit seizoen ongeveer de helft van de wedstrijden bij de Koninklijke mee, waaronder een quasi perfecte topper tegen Barcelona. Hem staat nog een mooie carrière te wachten. Snel, krachtig, kopbalsterk. Want ook dat is Portugal: een ploeg die fysieke kracht koppelt aan techniek. Nodig in een wereld waarin op topniveau de gemiddelde verdediger blijkbaar slechts één seconde aan de bal is. De juiste toets is dan van levensbelang.

Op rechts hebben de Portugezen er sinds het WK een nieuwe naam bij: JoséBosingwa, Congolees van afkomst. Nu nog Porto, maar na twee goeie seizoenen straks bij Chelsea, dat 21 miljoen euro dokte voor de verdediger. Bekend in … Verviers, waar hij familie heeft wonen. Het is zijn bij Standard opgeleide neefje trouwens, Mputu, dat nog niet zo heel lang geleden stof deed opwaaien toen bekend werd dat hij naar Engeland (Tottenham) kon/wilde. Bosingwa toonde zeker in de beginfase tegen de Turken wat een moderne flankverdediger moet kunnen: aanvallen, zelfs doorgaan tot op de positie van rechtsbuiten. Zijn critici noemen Miguel tactisch sterker, wees dus niet verrast die in een later stadium toch nog terug te zien. Ook hier heeft Scolari nog mooi volk achter de hand: Jorge Ribeiro onder meer, de broer van Maniche.

Voorzichtige conclusie: Big Phil lijkt het weer voor mekaar te hebben. Hij sprak zijn ambitie ten andere ook uit bij de start van dit toernooi. “Kijk naar wat we in 2004 en 2006 presteerden. Wij zijn kandidaat voor de titel.” Met minder is hij niet tevreden. Of zoals Scolari het vier jaar geleden na de verloren finale formuleerde: “Tweede eindigen, dat is de beste zijn van de laatsten. Dat is niks.” S

door peter t’kint – beelden reuters

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier