Germinal Beerschot sprokkelde zondag maar een punt tegen Zulte Waregem. Het ticket voor de play-off 1, dat de Ratten eind vorig jaar zo stevig in handen hadden, vliegt weg. Hoe is dat kunnen gebeuren?

De spelers van Zulte Waregem lieten die van Germinal Beerschot zondagavond exact datgene doen wat ze niet goed kunnen: de boel openbreken bij een achterover leunende tegenstander. Wel meer teams hadden de laatste maanden door dat, zeker sinds het uitvallen van Bart Goor en de afwezigheid en fletse terugkeer van Faris Haroun, het manco van de manschappen van trainer Jos Daerden schuilt in een gebrek aan balvastheid en creativiteit. Ook moet Germinal Beerschot openingen proberen te creëren vanuit het middenveld, waardoor er weleens een gat valt tussen de middenvelders en de verdedigers. Tegenspelers kunnen tussen de lijnen lopen en wrijven zich in de handen als er ruimte komt in de rug van de (centrale) verdedigers. Frappant is evenwel dat Germinal Beerschot met dezelfde defensie eerst een 32 op 42 boekte en nu een 3 op 24. Duidelijk is dat de verdediging haar tekortkomingen beter kan verdoezelen als ze niet onder druk komt.

Een rist elementen

Een plaatsje bij de eerste zes lijkt intussen onhaalbaar geworden. Hoe is dat toch kunnen gebeuren? De club prijkte na zestien speeldagen op de derde plaats, met negen punten voorsprong op de nummer zeven. Een eenduidig antwoord lijkt er niet te zijn, er is een rist elementen.

Ten eerste begon Germinal Beerschot aan het seizoen met een trainer die niet echt voldeed aan de wensen van het bestuur. Er was vorig jaar veel getalm toen de contractverlenging van Aimé An-thuenis getekend moest worden. Het zou Germinal Beerschot goed zijn uitgekomen, zegt meer dan één iemand binnen de club, als Anthuenis afgelopen seizoen op een bepaald moment wat minder punten gepakt had. Na veel vijven en zessen werd toch besloten om met elkaar door te gaan. Toen sommigen op het Kiel in juli voor de lol eens voorspelden welke trainer uit de eerste klasse dit seizoen als eerste aan de deur zou vliegen, was Anthuenis de naam die het vaakst viel. Na de 1-3-nederlaag tegen KV Mechelen, op speeldag 4, toen Germinal Beerschot nog maar twee punten had, vroeg de Waaslander zelf schertsend: ” Allè, lig ik nu nog niet buiten?” Een week later, na de 1-1 in Genk, mocht hij inpakken.

Ten tweede was er de beslissing van de spelers om eind vorig jaar, tijdens de reeks van 32 op 42, naar de voorzitter te stappen met de vraag wat er nog te verdienen was bij kwalificatie voor play-off 1. “Dat viel slecht bij het bestuur”, weet een insider. “Germinal Beerschot is altijd heel correct bij de uitbetalingen van lonen en premies. Bovendien waren er duidelijke afspraken vóór het seizoen. Sommigen wilden het onderste uit de kan. Er vielen toen harde woorden.”

Eén linksback

Ten derde waren er de blessures van Haroun en Goor. Haroun zat aan acht goals en vier assists toen hij op Sclessin uitviel. Hij miste vervolgens vier matchen en is nu nog een schim van de speler die hij eind vorig jaar was. Het seizoen van Goor eindigde in Kortrijk, toen er vijf goals en vijf assists achter zijn naam stonden. Hij is een jongen die niet enkel op het veld zijn waarde bewees, maar ook in de kleedkamer. “Voor de rest hebben we veel brave jongens”, zegt iemand die de groep van nabij volgt. “Er zijn te weinig smeerlapjes die de ploeg wakker houden. Als iemand op training weer eens een slechte pass geeft, krijgt die niet onder zijn voeten van zijn maats. Daar wordt gewoon eens mee gelachen.” Een clubmedewerker zegt: “Soms hoor ik: ‘ Amai, jullie hebben nogal een ploeg.’ Dan verbeter ik: ‘Nee, wij hebben nogal namen.'”

Ten vierde had de club tijdens de wintertransferperiode een akkoord met Standard over een transfer van Sherjill MacDonald en stond het bestuur – eufemistisch uitgedrukt – niet afkerig tegenover een vertrek van Tosin Dosunmu naar Lokeren. Daar was weinig begrip voor, omdat dat duo belangrijk is voor het team en geen van beiden weg wilde. Dosunmu en MacDonald kunnen het onmogelijk geïnterpreteerd hebben als een blijk van vertrouwen. “Als je je als club zo opstelt, kies je voor het geld”, klinkt het in de wandelgangen. “Je zou eens aan het bestuur moeten vragen wat de sportieve visie is van Germinal Beerschot”, aldus iemand die het huis kent. “Het zal lang stil blijven. Kijk eens naar onze A-kern. De pijnpunten van drie à vier jaar geleden zijn er nog altijd.” Een clubmedewerker: “We hebben 25 à 30 spelers. Bij hen zit welgeteld één linksback.”

Een afzakkende broek

Ten slotte is er irritatie over een uitspraak die sterke man Jos Verhaegen op 29 januari deed in Gazet van Antwerpen. “We staan al maanden bij de eerste zes”, stond er. “Dan moet je niet zeuren. Uiteraard zou ik dat liefst zo houden tot het eind van het seizoen. Maar als dat niet zo is, is het ook geen ramp.” Een bron dicht bij de club: “Daar zakt mijn broek dus van af, hé! Je linkerhand verkondigt dat je in de top zes wil eindigen en je rechterhand roept zulke dingen. Er zit weinig logica in wat dit seizoen gebeurd is. Dat is niet de eerste keer en zal ook niet de laatste keer zijn.”

Een man in paarse plunje zegt: “Naar de buitenwereld toe zijn wij een plezante club waar altijd iets te beleven is, maar ik denk dat er veel verschil is tussen het idee dat een speler over Germinal Beerschot heeft vóór hij naar hier komt en het beeld dat hij heeft bij zijn vertrek. Het zal overal wel iets zijn, maar bij ons is het toch extreem.”

De doorsnee-Antwerpenaar verliest er gelukkig zijn gevoel voor humor niet bij. Met een schijnbaar bedrukt gezicht en een verdoken lach stapt een man die zich voor Germinal Beerschot inzet zondagavond, na de match, naar een kennis die van de tribunes komt. Hij zegt, in ware begrafenisstijl: “Bedankt voor ’t komen, hé.” Onder amicale hilariteit wandelen ze naar de toog. “Twee pintjes alstublieft.”

door kristof de ryck – beeld: reporters

Je zou aan het bestuur eens moeten vragen wat de sportieve visie is van Germinal Beerschot. Het zal lang stil blijven.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier