Dominique Baeyens leidt deze week zijn eerste trainingen bij de nationale volleybalploeg. Ondanks het ‘strontseizoen’ waarmee hij zijn vijftienjarig tijdperk bij Roeselare afsloot, is de winnersmentaliteit van de kersverse Belgische bondscoach nog intact. ‘Ik wil altijd terugvechten, áltíjd.’

Vanaf 1997 tot 2011 waren er in het Belgische volleybal twee zekerheden: Roeselare en Maaseik speelden de finale van de play-off en Dominique Baeyens was trainer van Roeselare. Maar vorig jaar strandde Roeselare in de play-off plots eens op de derde plaats en grepen de West-Vlamingen dus naast een finaleplaats en het bijhorende Champions Leagueticket. En afgelopen seizoen belandde de zesvoudige kampioen van de regen in de drop. Schiervelde haalde enkele weken geleden opgelucht adem toen Roeselare in de play-off op het nippertje van de laatste naar de vierde plaats klom, die nog recht geeft op een ticket voor de CEV-Cup, te vergelijken met de Europa League in het voetbal. Net vóór die slotremonte besliste Baeyens, 56 jaar intussen, dat hij geen verlenging meer wou van zijn aflopende contract.

Mysterieuze krachten

Wat liep er de laatste jaren mis bij Roeselare?

Dominique Baeyens: “Afgelopen seizoen en het seizoen voordien zijn verschillende verhalen. Wat vorig jaar gebeurde, kwam totaal onverwacht. Tot en met de bekerfinale, die we wonnen, was er geen vuiltje aan de lucht. Wat er vervolgens in de play-off misliep, is iets heel fascinerends. Onze ploeg stuikte in elkaar en intussen verraste Asse-Lennik ( dat de finale van de play-off wel haalde, nvdr). Een pasklare verklaring voor ons falen heb ik niet.

“Treviso wilde in het midden van het seizoen Frank Depestele ( exspelverdeler bij Roeselare, nvdr). Roeselare weigerde. Speelde dat mee? Verscheidene jongens vielen ook uit. Waarschijnlijk lagen allemaal kleine zaken bij elkaar aan de basis van de negatieve spiraal waar we zelfs met ervaren jongens niet uit raakten.

“We waren ook wat ingedommeld, denk ik. Misschien hadden we een te ervaren ploeg. Een cliché zegt dat je als topsporter elke training je grenzen moet proberen te verleggen. In die periode deden we dat niet. Dat was deels te wijten aan onze gerustheid. Vóór eind februari speelden we ook al slechte matchen, maar als het moest, stonden we er. Zowat iedereen in de club dacht dus dat het wel weer zou lukken. Ik ook. Als trainer is dat een fout.”

Voelden jullie je onaantastbaar?

“Ik denk het. Maar het is moeilijk te zeggen in welke mate dat meespeelde. Zoiets is niet meetbaar. Ik catalogiseer dat onder ‘de mysterieuze krachten in de sport’.”

Mocht je teruggebracht worden naar die play-off van 2011, wat zou je dan anders doen?

“Eigenlijk had ik na de bekerfinale de knuppel eens in het hoenderhok moeten gooien. Soms moet je als coach conflicten zoeken, bijvoorbeeld door op training heel hoge normen te stellen en maatregelen te treffen als die niet gehaald worden; een rustdag schrappen bijvoorbeeld. Maar als alles goed gaat, is de analyse van veel mensen – ook in het bedrijfsleven – een pak minder scherp dan wanneer het slecht gaat. Overwinningen verdoezelen soms zaken. Eigenlijk moet je je crisisvergadering houden als de resultaten nog positief zijn. Dán moet je iedereen wakker schudden. Maar dat lijkt contradictorisch.”

Slappeling

Wat is het verhaal van afgelopen seizoen?

“Toen hebben we slecht gerekruteerd, en ik was daarin een sleutelfiguur. We hadden een probleem met de mix van kwaliteit, ervaring en leiderschap. Dat leidde tot ‘een strontseizoen’, zoals iemand het eens bondig maar accuraat formuleerde.

“Ik voelde al vroeg nattigheid. Bij onze eerste confrontatie in de CEV-Cup gingen we in Finland winnen met 0-3. We speelden degelijk, maar onze tegenstander was bloednerveus en maakte per set zo’n tien punten voor ons. Dus moest je die 0-3 toch wat relativeren. Thuis wonnen we weer, maar heel nipt. Wat er in die match allemaal gebeurde, dat hou je niet voor mogelijk. Toen al dacht ik: dit wordt een heel zwaar seizoen.”

Omdat je weet welk niveau Roeselare normaal gezien tegen zo’n ploeg moet halen?

“Het seizoen voordien waren er ook wedstrijden die we met moeite wonnen, maar omdat we slecht speelden.”

En tegen de Finnen deden je spelers alles wat ze konden …

( onderbreekt) “En was het eigenlijk niet genoeg, zeker niet op mentaal vlak. Het probleem van een gebrek aan een leidersfiguur stelde zich afgelopen seizoen ongelooflijk.

“Op een keer stuurde ik iedereen na een uur trainen naar huis. Het was nog maar de tweede keer in mijn carrière dat ik zoiets deed. Twee dagen later kwam ik terug op dat incident. Ik praatte erover met een speler. ‘Denk eens terug aan die oefening waaraan we eergisteren bezig waren,” zei ik, “jij stond in verdediging en een andere speler deed niet wat hij moest doen. Zag je dat of niet?’ Hij antwoordde: ‘Natuurlijk zag ik dat.’ Ik vroeg: ‘Hoe kan het dan dat jij daar niet op reageert?!’ En op die vraag komt dan geen antwoord. Terwijl het net daarom draait; spelers coachen spelers, dát is ploegsport, en zeker topsport.”

Wat als zo’n jongen antwoordt: ‘Ik durf op zo’n moment niet te reageren’?

“Wat loopt hij dan in Roeselare te doen?! Van spelers bij zo’n club mag je toch verwachten dat ze leiderscapaciteiten hebben? En leeftijd heeft daar weinig mee te maken. ‘

Op zo’n moment móét een topsporter reageren?

“Om het even op welke manier. Je kunt ook in alle kalmte aan iemand vragen waarom hij niet doet wat afgesproken was. Maar niet reageren is een vorm van passiviteit en Christoph Daum ( trainer van voetbalclub Club Brugge, nvdr) zei het onlangs nog in jullie blad: ‘Passiviteit is de eerste stap naar een nederlaag.’ Ik omcirkelde dat direct met een stift. Ik ben van plan om een boek te schrijven, zulke zaken zullen daarin aan bod komen.

“Er zei afgelopen seizoen ook eens een speler tegen mij: ‘Toen ik hier vijf jaar geleden tijdens een training Iván Contreras naar een moeilijke bal zag duiken, voelde ik mij in de fase erna verplicht om ook naar een bal te gaan.’ Op zo’n moment moet ik mij echt inhouden. Ik vroeg, zo rustig mogelijk, wat hem in godsnaam tegenhield om zelf te beslissen om op training naar elke bal te gaan. ( schudt het hoofd) Hoe durf je zoiets nog maar te zeggen? Wat voor een slappeling ben je dan?!”

Terug naar de essentie

Hoe diep heb jij zelf gezeten tijdens de malaise?

“Heel diep. Mocht ik dit vijftien jaar geleden meegemaakt hebben, dan zou ik daar moeilijk van hersteld zijn. Het vreet aan een mens. Je sport zelf niet meer, je slaapt niet goed meer, je eet niet deftig meer. Voor het eerst nam ik ook pilletjes, tegen de maagpijn.

“Ik zag in mijn spelers- en trainerscarrière verscheidene trainers afhaken na een speciaal seizoen. Afgelopen seizoen voelde ik aan hoe zo’n moment er min of meer uitziet, hoe je voor jezelf kan beslissen dat je niet meer van ’s morgens tot ’s avonds in die miserie wil zitten. Voor het eerst in mijn leven dacht ik ook eens tijdens een match terwijl ik stond te coachen: ik wil hier weg uit deze zaal.

“Echt depressief ben ik gelukkig niet geweest. Ik ben wel iemand die wat zelfbescherming kan inbouwen; ik hield er op den duur bij elke wedstrijd rekening mee dat het zowel 3-0 als 0-3 kon worden. En ik leerde de afgelopen 25 jaar toch ook wat relativeren, wat er aan de andere kant niet voor zorgt dat ik minder passioneel bezig ben.”

Overwoog je nooit om er de brui aan te geven?

“Nee. Ik wil altijd terugvechten, altijd, vanuit elke mogelijke situatie. En dat is geen façade, dat ligt in mijn aard.”

Ben je blij met die eigenschap?

“Ja. Ik denk dat ze bij winnaars hoort. Hoewel ( stilte). Soms benijd ik Trond Sollied ( trainer van voetbalclub AA Gent, nvdr). Hij kan na een nederlaag een heel realistische uitleg geven. En intussen heeft hij toch een serieus palmares.”

Wat je doet vermoeden dat het dus toch anders kan?

“Voilà. En zo komen we bij een van de conclusies van dit seizoen. Ik besef nu dat er niet alleen verschillende wegen naar Rome zíjn, maar dat je soms ook zelf verschillende van die wegen moet gebruiken.

“Vroeger gaf ik elk van mijn spelers na iedere wedstrijd individueel beeldmateriaal mee, om dingen te tonen die ze goed gedaan hadden, maar meestal om dingen te tonen die ze slecht gedaan hadden. En als het moeilijk ging met de ploeg, confronteerde ik mijn spelers nog vaker met hun fouten. Uiteindelijk denk ik dat ik zo extra druk legde. Een vriend van mij zei na een match: ‘Dominique, sommige van je spelers zijn bang van jou.’ Dat deed me inzien dat ik het anders moest aanpakken.

“Na onze 0-3-overwinning in Maaseik bekeek ik de video van die match en liet ik de gelaatsuitdrukkingen van mijn spelers eens na elkaar monteren. Ik zei aan mijn groep: ‘Dát is de essentie van sport: plezier beleven, ongeacht het niveau waarop je bezig bent.’ Ik bouwde mijn trainingen ook wat om. Vroeger moest ik niet veel weten van stomme spelletjes, ik dacht eerder: als we drie uur op iets moeten oefenen om het onder te knie te krijgen, dan oefenen we drie uur. En vóór een match mochten mijn spelers nooit een voetbalspelletje spelen. Maar in Halen liet ik hen in de aanloop naar een wedstrijd eens vrij. Er was veel beweging en energie. Ik vroeg om dat door te trekken naar de match. ‘En lach!’, zei ik. Dat was voor die groep duidelijk een betere aanpak. Als je een jong team hebt met weinig ervaring op het vlak van crisissituaties, moet je ook eens zeggen: ‘Gasten, relax, het is maar een spel.’ Dat schatte ik waarschijnlijk te laat juist in.

“De laatste maanden zei ik tegen mijn spelers ook enkel nog wat ze goed gedaan hadden. Terwijl een speler op een bepaald vlak keer op keer met zijn hoofd tegen de muur bleef botsen en ik ervan overtuigd bleef dat hij aan dat aspect moet werken om beter te worden, zweeg ik erover. Dat is niet makkelijk. Op een moment dat je zwaar in de problemen zit, wil je het liefst je impact nog vergroten.”

Afgelopen seizoen moest je je groep wat losser laten, het seizoen voordien had je eens forser moeten ingrijpen?

“Niet alleen elk individu, maar ook elke groep vereist zijn eigen aanpak.”

De jongensdroom

Waarom besloot je om niet door te gaan bij Roeselare?

“Het is ongelooflijk, maar als ik gewild had, was ik nog twee jaar bij Roeselare geweest. Maar ik ben iemand die altijd bewust probeert om routine te doorbreken. En je voelt op een bepaald moment …”

Dat je dat op eenzelfde plaats niet tot in het oneindige kunt doen?

“Er was een stramien dat nu eenmaal hetzelfde bleef. Bij het begin van het seizoen zag ik op de vijftiende persconferentie voor de vijftiende keer dezelfde journalisten. En ook: wat moet je daar op den duur nog zeggen? Daarnaast begin je bepaalde personen in de club erg goed te kennen. Dat heeft zijn voordelen, maar het maakt je ook minder scherp op bepaalde momenten.

“Onlangs gaf ik een persconferentie bij de nationale ploeg. Toen ik daarnaartoe reed, voelde ik mij licht zenuwachtig. Ik zat er met nieuwe mensen rond mij en voelde de adrenaline zo opkomen. Ik voel dat die nieuwe uitdaging me plezier geeft, en energie.”

Wat wil je bereiken met de nationale ploeg?

“Ten eerste wil ik dat we ons plaatsen voor het EK ( in 2013, nvdr). En als je ziet dat Frankrijk de finale al eens nipt verloor en dat Spanje Europees kampioen werd, waarom zouden wij dat dan niet eens kunnen?”

België kan Europees kampioen worden?

“Ik vind van wel. Officieel ambieer ik om met België bij de laatste zes te eindigen, maar eens je daarbij raakt, kan alles. En dat meen ik.”

De uitdaging om bij de nationale ploeg aan de slag te gaan, kwam er snel. Had jij geen nood aan wat vakantie?

“Als we ons kwalificeren in september, wordt het nadien wat rustiger. Dan kan ik ook tijd besteden aan andere dingen die ik echt wil doen; lezingen geven en dat boek schrijven. Dat boek is een jongensdroom. Ik wil het dan ook zelf schrijven. Tien jaar geleden begon ik al met het opslaan van mijn ervaringen.”

Wat voor boek wordt het?

“Mogelijk worden het er meerdere. Misschien zou het voor veel mensen in het volleybal interessant zijn als ik mijn ervaringen op het vlak van techniek, tactiek en fysieke voorbereiding eens zou publiceren. Als ik anderzijds wil dat veel mensen mijn werk lezen, moet ik ook buiten het volleybal gaan. En dat kan, want ik zie het breder. Ik kan schrijven over het omgaan met mensen. Dat blijft iets heel speciaals.”

DOOR KRISTOF DE RYCK – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“Voor het eerst in mijn leven dacht ik eens tijdens een match terwijl ik stond te coachen: ik wil hier weg uit deze zaal.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier