In de aanloop naar het WK gaan we op zoek naar de veldjes waar de Rode Duivels voor het eerst tegen een bal trapten. Deze week: Thibaut Courtois, op vierenhalf jaar al een heel mannetje bij de duiveltjes van Bilzen.

Jens Brulmans draait zich naar de wind. ‘Ruik je ’t?’ Een wat weeë geur waait ons tegemoet. ‘Van de kaasfabriek, daar achter de huizen’, glimlacht hij. We staan aan Sportpark Katteberg. Hier speelt en traint Bilzerse Waltwilder VV, het resultaat van een nog jonge fusie in het ergens halfweg tussen Hasselt en Maastricht gelegen Bilzen. Een lage middenmoter in vierde klasse C, maar wel de club met het oudste stamnummer van Limburg. Hier zette Thibaut Courtois zijn eerste voetbalstapjes, lang voor hij de handschoenen aantrok die hem wereldfaam bezorgden. Eind 1996 was het en het toenmalige Bilzerse VV zou dat seizoen degraderen naar derde provinciale. Twee opeenvolgende kampioenstitels later stond het terug op het hoogste provinciale niveau. Courtois zat toen al bij KRC Genk.

‘Ik heb maar enkele maanden met hem samen gespeeld’, zegt Jens. Buurjongens waren ze, hij en Thibaut. Zaten bij elkaar in de klas en bezochten dezelfde verjaardagsfeestjes. Op het voetbal werden ze gescheiden. ‘Thibaut mocht vrij snel met de oudere jongens meedoen.’ Een van die jongens was Raf Caubergh. ‘Hij was maar een jaar of vijf’, zegt de jongere broer van Bart Caubergh, de conditietrainer van Frank Vercauteren in Rusland en eerder bij Genk. ‘Wacht, ik heb nog een foto. Kijk, helemaal links staat Thibaut. Die blonde jongen rechts onderaan, dat ben ik. En rechtsboven staat Peter Baerten, de trainer.’

Baerten heeft het voetbal inmiddels achter zich gelaten, maar duikt met plezier in zijn archief. Al was het maar omdat er wel wat foute info over Thibaut circuleert op het internet, zegt hij. Vier dagen later citeert hij uit zijn goed bewaarde stapel papier: ‘Thibaut trainde voor het eerst mee op woensdag 16 oktober 1996. Hij was maar vierenhalf. Samen met zijn vriendje Jesse, die zijn broer Niels was gevolgd, was hij in de ban van de voetbalsport geraakt. Thibaut en Jesse waren de jongsten van twintig duiveltjes: de oudste was van november 1988, Thibaut van mei 1992. Ondanks dit enorme leeftijdsverschil was snel duidelijk dat hij best zijn mannetje stond tussen de grote jongens.’

DUIVELSTOERNOOIEN

Terwijl de oudere duiveltjes competitie speelden bij de KBVB, werkten de vijf- en zesjarigen wekelijks een door de Bilzerse sportdienst georganiseerd toernooi af. Ieder weekend vormde de accommodatie van een van de vele Bilzerse clubs het toneel van een reeks wedstrijdjes tussen alle duiveltjesploegen uit de gemeente. Toch al gauw een twintigtal. Spelertjes waren verzekerd via Bloso en speelden zeven tegen zeven in de breedte van een half terrein. Spelplezier stond voorop. Baerten, archief bij de hand: ‘Thibaut speelde zijn eerste wedstrijd op 9 november 1996 op het terrein van Rijkhoven tegen KFC Schoonbeek. Hij zou van dan af geen enkele wedstrijd meer missen. Ook papa Thierry raakte meer en meer betrokken bij het voetbal. Hij was nog actief als volleyballer, maar kwam zijn zoontje zo veel mogelijk steunen.’

Dat Thibaut zich als vierenhalfjarige staande hield tussen de oudere kinderen, is volgens Baerten op zijn minst opmerkelijk te noemen. ‘Thibaut beschikte voor zijn leeftijd over een goede motoriek en had een opmerkelijk goed spelinzicht. Hij posteerde zich van nature graag achter de bal als verdediger. Spelers werden nog niet vastgepind op een positie, maar we probeerden toch al de tros uit elkaar te krijgen. Als de kans zich voordeed, bood hij zich vrijwillig aan om in doel te staan. Hoewel klein van gestalte deed hij het ook daar niet onaardig. Hij was wat timide in de omgang, maar dat verdween zodra hij zich op het veld kon uitleven. Ondanks zijn goede motoriek, uitstekende spelinzicht en sterke linkervoet konden we nooit vermoeden dat hij later een absolute wereldster zou worden.’

KUNSTGRAS

De foto met Thibaut, Raf en hun eerste trainer is genomen op het A-plein van het toenmalige Bilzen VV. Het nieuw gevormde Bilzen Waltwilder speelt er nog steeds, weliswaar in een volledig vernieuwd complex. ‘De huidige gebouwen zijn enkele jaren geleden gebouwd’, zegt Jens Brulmans, terwijl we voorbij de twee terreinen – het hoofdterrein en het trainingsveld – wandelen. ‘Verder is alles hetzelfde, op het oefenveld na dan. Dat is een kunstgrasveld nu. En die hoge draad stond er vroeger ook niet rond. Toen moesten we de weggetrapte ballen zelf gaan halen. Niet leuk: je ziet hoe open het hier is.’

Jens wil ons nog een ander veldje laten zien. Achter het nieuwe gebouwencomplex, links in de diepte. Terwijl we ernaartoe wandelen, wijst hij naar een huizenrij in de verte. ‘Zie je dat rode dak? Daar woont de familie Biesmans.’ Het is het gezin waarin Jesse opgroeide, het vriendje naast Thibaut op de foto, met wie hij zijn eerste voetbalstappen zette. Broer Niels ging hem voor, maar zus Julie is de bekendste. Zij speelt voor Standard Fémina en is net als Thibaut international, een Red Flame dus. Aan de andere kant van Sportpark Katteberg, achter de hoge bomenrij, woont Pieter Gerkens, het pas naar STVV getransfereerde talent van wie de overlevering wil dat hij door pa Courtois bij KRC Genk onder de aandacht werd gebracht.’In vogelvlucht tweehonderd meter van hier’, schat Jens.

Via Gerkens maakt het gesprek een ommetje naar Jens’ twee jaar jongere broer Seppe. Samen met Gerkens maakte hij één seizoen deel uit van de Genkse A-kern. ‘Seppe heeft lang in balans gelegen met Pieter’, zal pa Hendrik Brulmans ’s anderendaags toelichten. ‘Onder Vercauteren zat hij twee keer als negentiende man bij de selectie. Een zware knieblessure heeft hem afgeremd en na vier jaar is hij er vertrokken. Vorige winter stond hij dicht bij een transfer naar KV Kortrijk. Nu speelt hij bij Dessel.’

IN DE VIJVER

Daar ligt dan het derde veldje. Een vierkanten lap. Niet reglementair voor wedstrijden, maar wel op maat van duiveltjestrainingen. ‘Hier hebben we het vaakst getraind, veel meer dan op het echte oefenveld’, zegt Jens. ‘Het ziet er nog precies uit als toen. Alleen staat er nu meer gras op.’ Het veldje ligt in het verlengde van het A-terrein en wordt begrensd door een vijver en een bosje. ‘De omheining was nog niet zo hoog toen. Er zijn vaak ballen in de vijver gevlogen. En uit de manege die je daar ziet, ontsnapten soms de honden. Dan liepen er plots twee op het veld. Maar dat was later: Thibaut was toen al weg.’

Jens wil nog iets laten zien. Naast het kunstgrasveld, op een oude asfaltvlakte, vroeger de parking toen de oude kantine er nog stond, ligt een pitch. Een miniveldje met groen tapijt en houten boarding. Het heeft zijn beste tijd zichtbaar gehad. De netten zijn gescheurd, in de boarding gaapt een gat en plassen decoreren de mat. Niets laat vermoeden dat hier ooit heroïsche duels zijn uitgevochten. En of Thibaut erbij betrokken was. Jens rakelt een anekdote op, die de Chelseadoelman helemaal typeert.

‘We hebben een Facebookgroep met een kliek jongens uit de buurt. Allemaal voetballers, van wie velen het tot de nationale reeksen hebben geschopt. Het gebeurt dat iemand er heel impulsief een oproep plaatst om hier samen te komen voor een potje voetbal. Zoals ook die keer in de winter van 2011, in de kerstperiode. Plots zagen we de opzichter naderen. Snel zijn we met z’n allen over de draad geklauterd en plat op het kunstgrasveld gaan liggen. Het schemerde al, die man was al oud, dus we dachten: hij zal ons niet zien. Maar hij had ons wel gezien. Hij draaide de deur in het slot en dreigde ermee de politie te bellen. Dat heeft hij uiteindelijk niet gedaan. Toen hij ons buiten liet en Thibaut tussen ons opmerkte, had je zijn blik moeten zien.’

Jens lacht. Niet langer dan vier jaar geleden is het. ‘Thibaut had gewoon zijn training van Atlético aan. Hij was die zomer pas naar Chelsea getransfereerd en aan Madrid uitgeleend. Toch was hij met ons meegekomen. Ik weet nog dat we erover grapten: één slechte tackle en zo veel miljoenen wég! Maar daar trok hij zich niets van aan. Hij vindt zoiets fijn. Hij hoeft dan ook niet in de goal te staan. En het strafste van al is: ook als veldspeler kan hij perfect mee.’

OLYMPISCHE ZOMERSPELEN

Hendrik Brulmans herinnert het zich nog als was het gisteren. ‘Ik kwam thuis en vroeg: waar zijn de gasten? Gaan sjotten dus. En ik verzeker je: het was slécht weer die dag. Stel dat er iets gebeurde met Thibaut. Maar daar was hij niet mee bezig, Atlético of niet.’

Brulmans, een geboren en getogen Bilzenaar, nu bij Oud-Heverlee Leuven TVJO voor de elite, maar voordien jarenlang scout en jeugdtrainer bij KRC Genk, heeft recht van spreken. Hij kent het sluitstuk van de Rode Duivels als geen ander. Omdat zijn zonen jeugdvrienden zijn, omdat hij ze als kwajongens de straat en de tuin onveilig zag maken, maar ook omdat hij de jonge keeper als jeugdtrainer in Genk bij zich in de ploeg had. ‘Bij de U16 was dat. Ik heb de strijd tussen Thibaut en Koen Casteels van dichtbij meegemaakt. Thibaut kwam altijd op de tweede plaats. Dat zorgde voor spanningen, mede doordat Thibaut van klein af bij ons thuis kwam voetballen en ik hem dus ook privé kende.’

Bij de Courtois’ lag er een beachvolleyveldje in de tuin. Beide ouders speelden volleybal op het hoogste niveau, dochter Valerie schopte het zelfs tot de nationale ploeg. Thibaut en zijn jongere broer Gaétan zochten hun toevlucht noodgedwongen enkele huizen verder, bij de Brulmansen. Daar was het al voetbal wat de klok sloeg. Aan het klassieke speeltuig had pa Hendrik een doel geïmproviseerd. Een tweede, levensecht exemplaar kocht hij in de winkel. Rondom de lap grond spande hij draad. ‘Zo kon de bal nooit buiten. Er is daar gesjot op leven en dood. Van overal in de buurt kwamen ze meedoen. Dan speelden ze doelpunten van het WK na en filmden dat. Elke keer als ik het gras had gemaaid, daagde ik ze uit: kijk eens wat een Champions Leaguemat! Hoe absurd is het niet dat Thibaut nu écht in die Champions League speelt.’

’s Zomers werden er Olympische Spelen georganiseerd. De halve buurt tekende present, in de tuin en op straat. Voetballen, fietsen, allerhande behendigheidsproeven. ‘Die duurden dan enkele dagen. En op het eind werden er medailles uitgereikt. Thibaut ontfermde zich over zijn jongere broer. Dat was wel chic. Je pikte hem er altijd meteen uit, ook op de foto’s van de bos- of zeeklassen: hij was steevast de jongen met Genkkleren aan.’

KAARTJE MET FELICITATIES

Hoe het met de carrière van Thibaut is gelopen, had Hendrik Brulmans nooit kunnen voorspellen. ‘Ik trapte weleens een bal op doel in onze tuin. Hij was een jaar of dertien, veertien. Oei, dacht ik, daar is nog werk aan. Ik had hem ook op de topsportschool. De combinatie van school met A-kern was niet makkelijk voor Thibaut. Had hij zijn jaar toen niet gedubbeld, was hij weg geweest. Er was contact met Wolfsburg. Wegens dat dubbelen is het niet doorgegaan. En toen kwam dus die kans. Ze bibberden als een blad bij Genk toen ze Thibaut moesten zetten. Mocht de club financieel sterker hebben gestaan, was dat niet gebeurd. Met de middelen van vandaag hadden ze andere pistes bewandeld.’

Veel contact met de familie Courtois heeft Brulmans niet meer. Zijn vrouw is de zus van de mama van Kim Clijsters. ‘Ik heb van kortbij meegemaakt wat er op zo’n gezin afkomt. Dan laat ik die mensen liever met rust.’

Peter Baerten heeft Thibaut nooit meer teruggezien. Eén keer was er nog contact tussen de keeper en zijn allereerste trainer. ‘Dat was bij zijn eerste A-selectie voor Genk. Een bekerwedstrijd tegen Gent. Ik stuurde hem een kaartje met felicitaties. Daar is het bij gebleven.’

DOOR JAN HAUSPIE – FOTO’S BELGAIMAGE – ERIC LALMAND

‘Het strafste van al is: ook als veldspeler kan hij perfect mee.’ – JENS BRULMANS

‘Ik trapte weleens een bal op doel in onze tuin. Thibaut was een jaar of dertien, veertien. Oei, dacht ik, daar is nog werk aan.’ – HENDRIK BRULMANS

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier