Geboren op 28 juli 1975

Getrouwd met Mick, vader van Milan

Hoeveel kost een Playboy ?

“Dat weet ik niet. Vorig jaar, toen ik in Nederland voetbalde, lag dat altijd in het spelershome. Dan sla je het wel eens open. Maar zelf eentje kopen, neen, dat doe ik niet. Bij Roeselare vind je dat trouwens niet in het spelershome.”

Dat is dus waarom het interessant is om in Nederland te gaan voetballen ?

“Neen. ( lacht) Maar bij FC Eindhoven hadden ze een leesmap. Daar zaten allemaal magazines in. Die moet je zeker eens openslaan als je er ooit komt.”

Stel dat je veel geld werd geboden om in Qatar te gaan spelen, zou je je valies gaan zoeken ?

“Direct. Dat is een belevenis, denk ik. En als je terugkomt, heb je helemaal geen zorgen meer.”

En het bedenkelijke niveau van het voetbal daar ?

“Dat maakt mij weinig uit.”

Wanneer was je voor het laatst echt dronken ?

“Een maand of twee geleden. We waren met vrienden op stap, iemand van ons was vader geworden. We zijn iets gaan drinken en toen was ik wel redelijk … beschonken. Ik kies meestal voor de sterke dranken ; Bacardi-cola, wodka-Red Bull en meer van dat lekkers. Die keuze maak ik vooral met het oog op the day after. Tegen bier kan ik niet zo goed.

“Maar ik merk eigenlijk dat ik sowieso almaar minder goed recupereer na een zware avond. Als ik ’s zaterdags ben weggeweest, voel ik me ’s zondags echt een wrak, kom ik bijna niet uit de zetel.”

Zijn er liedjes waarbij jij heel raar begint te doen als je ze hoort ?

“Als ik nuchter ben niet. In dronken toestand krijg ik wel eens rare kuren. En dan maakt het niet uit welk nummer gedraaid wordt, het mag zelfs iets van Frans Bauer zijn. Mijn vrouw zegt dat ik dan van die bewegingen begin te maken met mijn knieën, zoals Elvis Presley. ( lacht) Er was zo eens een feestje waarbij de meeste mensen in het begin van de avond dachten dat ik een rustige jongen was. Die wisten wel beter toen ze naar huis gingen.

“Het is wel zo dat ik in het dagelijkse leven een kalm persoon ben. Mij krijg je niet snel kwaad. Ik laat alles maar begaan, trek mij van weinig iets aan. Vroeger werd mij wel eens gezegd dat ik meer van mij moest afbijten, maar pfff … Als mensen iets zeggen, word ik daar warm noch koud van. Ik doe mijn eigen ding en als ze het niet goed vinden, is dat maar zo.”

Stel dat je op voorhand wist dat je morgen met een man opgesloten raakt in een lift, wie mag men dan bij jou steken ?

“Euh … euh … euh … ( lange stilte) Met een man ?”

Het zou serieus tegen je goesting zijn, zo te horen.

“Ja, natuurlijk. ( denkt nog even na) Met Lenny Kravitz. Ik zou hem wel eens willen uitvragen over de feestjes die gehouden worden in het milieu waarin hij rondhangt.”

De straat waar je woont, heeft een fantastische naam : Piep-in ’t-riet. Is het daar ook fantastisch om te wonen ?

“Absoluut. Een klein wijkje, met in het midden een pleintje. Heel rustig. Als je hier niet woont, moet je hier niet zijn. Passeert er een auto, dan zie je sommige mensen al kijken met een blik waarin te lezen valt : wat kom jij hier doen ?

Hoe was jij als kind ?

“Thuis viel dat redelijk mee. Maar op school was het echt een ramp. Gebeurde er iets, dan zat ik er altijd tussen. Kattenkwaad uithalen tegen de sterren op. Op den duur mochten ik en de jongens met wie ik optrok, onze plechtige communie niet meer doen. We hadden het tafellaken in brand gestoken, stinkbommen in de kerk gegooid en de vogel van de man die ons catechese gaf, die hadden we laten vliegen.”

Ketter. En voel je dat nu aan als een gemis, je plechtige communie niet gedaan hebben ?

“Helemaal niet. Bij mij draaide het om de cadeaus die je kreeg.”

Maar daar kon je naar fluiten toen bleek dat je je communie niet mocht doen ?

“Toch niet. Toen ik al die streken uithaalde, wist ik dat die al gekocht waren.”

KRISTOF DE RYCK