Hoe valt het opmerkelijke parcours van Brecht Dejaeger wetenschappelijk te verklaren? Joost Desender wijst op zijn coördinatief leervermogen, zijn late puberteit en zijn mentale ingesteldheid.

Joost Desender, fysiektrainer van Club Brugge, schreef een zesdelige boekenreeks over ‘Long Term Player Development’, een fysiek ontwikkelingsmodel voor voetballers tussen 6 en 21 jaar in overeenstemming met de biologische leeftijd en gekoppeld aan de juiste levensstijl. “Alles begint met het talent van de speler, wat grotendeels aangeboren is”, zegt hij. “In die ontwikkeling is het coördinatief leervermogen een belangrijke pijler. Het zijn onze hersenen die op basis van waarneming via onze zenuwen de spieren doen bewegen en die van een speler een betere beweger maken – met en zonder bal. Wat bij Brecht meteen opvalt, is dat hij technisch enorm getalenteerd is. In eender welke sport zou hij goed kunnen presteren, net omdat onder andere zijn coördinatief leervermogen zo groot is. Dat zijn jongens die als je ze een bepaalde beweging aanleert, die twee keer nadoen en die ze de derde keer al beter doen dan jijzelf. Doorgaans zijn dit ook technisch goede spelers. Glenn Verbauwhede was op de topsportschool ook zo iemand. Ook als veldspeler was hij een goeie geworden, mocht hij zich erop toegelegd hebben. Dat hij vorig seizoen de deklatcompetitie in Extra Time won, verwonderde mij niet.”

Techniek kan je uiteraard trainen. “En dat doe je door constant de hersenen te prikkelen. Door nieuwe bewegingen aan te leren. Door ze telkens weer in nieuwe situaties te brengen, zowel wat keuzes maken – bal en tegenstander – als wat bewegen betreft. De belangrijkste leeftijdsfase daarvoor is ‘de gouden leeftijd’, namelijk van 8 tot 13 jaar. Dat is de coördinatiefase. Mijns inziens moeten kinderen in die periode zo veel mogelijk voetballen en zeker ook andere sporten beoefenen. In Ajax spreken ze van een multiskillprogramma, om zo tot een optimale motorische ontwikkeling te komen. Daarom: laat die jongens niet te vroeg voetbalspecifiek en positiegebonden trainen. Dat Brecht keeper is geweest op jonge leeftijd, is in die zin geen nadeel, want jonge keepers krijgen tegenwoordig ook deels de opleiding van een gewone veldspeler. Daarbij zal hij als keeper vaak moeten springen, sprinten, vallen en opstaan hebben, wat ook zeker zijn explosiviteit ten goede is gekomen. Het zou mij niet verwonderen, mocht hij ondertussen ook nog vaak andere sporten beoefend hebben.”

“Dat Brecht Dejaegere een laatrijp kind was, biologisch pas laat tot ontwikkeling kwam en uiteindelijk toch nog doorbreekt, is een frequent voorkomend fenomeen in onze jeugdopleiding”, zegt Desender. ” Dries Mertens is een ander voorbeeld van een zuiver laatmature speler met een bijzonder groot coördinatief leervermogen. Bij spelers met een latere puberteit valt de gevoelige leerperiode voor coördinatie pas op een leeftijd van 15, 16 jaar. Daardoor was het voor Brecht ook op 14, 15, 16 jaar nog relatief makkelijk om om te schakelen van doelman naar veldspeler. En mede dankzij zijn aangeboren coördinatief talent (bouwsteen van techniek en explosiviteit) en zijn op dat moment al veelzijdig ontwikkelde bewegingsmotoriek zijn op vrij korte termijn specifieke en functionele voetbaltechnieken aan te leren. Bovendien is Brecht een jongen die ook mentaal uitstekend in elkaar zit. Hij stelt zich doelen en beschikt over een sterke winnersmentaliteit én de juiste levensstijl. Dat hij pas laat tot volle ontplooiing kwam, is natuurlijk ook de reden waarom hij niet op 17, 18 of 19 jaar is doorgebroken maar pas nu hij al bijna 21 is.”

DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE

“Technisch is hij enorm getalenteerd.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier