Heel Nederland huilde mee met Michael Boogerd toen hij in de laatste ronde van het WK 1998 vlak voor de Bemelerberg lek reed en een eventuele wereldtitel in rook zag opgaan. Oscar Camenzind was ondertussen ontsnapt uit de kopgroep met ook Van Petegem, Michele Bartoli, Lance Armstrong en Niki Aebersold. Hoewel Van Petegem en Bartoli nog in de achtervolging gingen, hield de Zwitser stand op de Cauberg. Tot grote frustratie van de Oost-Vlaming, die makkelijk de sprint won voor Bartoli. “Michaels pech was ook mijn ongeluk, want met hem erbij had Camenzind nooit zo veel voorsprong genomen of waren we zeker nog naar hem toe gereden. En in de sprint, waar ik op gokte, was ik sowieso de snelste.”

Boogerd: “Ik heb de kapitale fout gemaakt toch te blijven rijden toen ik in de afdaling van de Cauberg voelde dat mijn band langzaam loste. Toen ik dan toch wisselde, had ik ook meteen een andere fiets moeten nemen in plaats van een nieuw voorwiel – een depannage die veel te lang duurde. Anderzijds moet ik toegeven dat ik ook zonder die lekke band allicht niet had gewonnen. Mijn plan was om op de laatste klim van de Cauberg weg te knallen, maar ik betwijfel of ik Camenzind had kunnen volgen. En Peter kloppen in de sprint was allicht ook moeilijk. Misschien was ik ook nog te jong en te onervaren om wereldkampioen te worden.”

Van Petegem: “Ook voor mij was die situatie nieuw. Met het lef en het zelfvertrouwen, die ik later in mijn carrière, door onder meer de Ronde van Vlaanderen te winnen, wél had, had ik meteen gereageerd op de aanval van Camenzind. Terwijl ik nu te veel dacht: waarom zou een rennertje als ik wereldkampioen worden? Al geef ik ook toe dat Camenzind de beste was. Aan de voet van de Cauberg kwamen Bartoli en ik op 8 seconden, boven had hij er 23. En rapper rijden kon ik niet. Dat zegt alles zeker? Achteraf kan ik er enigszins mee leven. In 2003, in Hamilton, ( waar Van Petegem derde werd, nvdr) was ik veel meer ontgoocheld. Daar ging ik voor niets minder dan winst. Maar nadat ik op de laatste klim had doorgetrokken (Boogerd: “Een indrukwekkend nummer”), had ik te veel oog voor Paolo Bettini, waar Igor Astarloa van kon profiteren. En zo won, in tegenstelling tot in Valkenburg, níét de beste, want dat was ik. Helaas…”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier