CÉDRIC ROUSSEL

Cédric Roussel: 'Ik ben een fuifbeest, maar in de aanloop naar een loopwedstrijd zweer ik bier, chocolade en frieten af.' © KOEN BAUTERS

Tijdens zijn voetbalcarrière heeft Cédric Roussel (39) heel wat rondgezworven. Nu is hij honkvaster als werknemer bij Intersport, waar hij zijn job combineert met zijn nieuwe passie.

In de etalage hangen truitjes van Manchester United, de Rode Duivels, Olympique Marseille, Real Madrid en andere grote ploegen, maar Cédric Roussel loopt er achteloos voorbij. Bijna twintig jaar profvoetbal, een veertigtal wedstrijden in de Premier League en topschutter in de Jupiler League in 2003, maar nu is voetbal voor hem fini. Sinds vijf maanden werkt Roussel bij Intersport waar hij zich bezighoudt met zijn nieuwe passie: running. ‘Voor mij is dit niet werken, het is puur plezier. De hele dag praat ik over lopen en laat ik klanten tests afleggen zodat ze weten welk soort jogger ze zijn. Zo kan ik hen advies geven over wat ze echt nodig hebben. Ik ben gelukkig met wat ik nu doe, ik volg zelfs opleidingen. Nee, het voetbal zegt me niets meer.’

99,8 KILO

Het moge duidelijk zijn, het afscheid van de sport die hij zo lang beoefende, was niet moeilijk voor de oud-speler van onder meer AA Gent, Coventry, KRC Genk en Standard. Het gebeurde op een winterse zondag met een banale wedstrijd in tweede provinciale Henegouwen. ‘Het was de wedstrijd te veel’, herinnert Roussel zich. ‘Modder, slecht voetbal, koude… Ik kwam thuis, gooide mijn voetbaltas op de grond en heb hem niet meer aangeraakt.’

Het duurde enkele weken vooraleer hij weer aan sport begon te denken. Toen hij zijn voetbalschoenen aan de haak hing, overkwam hem echter hetzelfde als toen hij stopte als profspeler: niets meer om handen en zich eens goed laten gaan. ‘Ik kwam onmiddellijk veel bij tot ik op een dag op de weegschaal ging staan en 99,8 kilo zag staan. Ik zei tegen mijn vrouw: ‘Ik wil geen 100 zien. Zoveel heb ik nooit gewogen en zoveel zal ik ook nooit wegen.’ Zij was al een jaar aan het lopen en ik besliste om haar voorbeeld te volgen.’

Het was voor Roussel geen stap in het onbekende, want als kind had hij nog aan atletiek gedaan. Hij werd zelfs provinciaal kampioen veldlopen. Al snel had hij de smaak weer te pakken. Samen met enkele kameraden richtte hij ook een running-club op.’We tellen momenteel een 40-tal leden. We hebben kinesisten, dokters en een orthopedist in de club. We zijn goed georganiseerd en boeken progressie. Sommige leden hebben al wedstrijden gewonnen. Een van onze trailloopsters (trailrunning is hardlopen op onverharde paden over een lange afstand, nvdr) behoort tot de top vijf in België en een man van onze club liep de marathon van Amsterdam in drie uur en zes minuten.’

Zelf liep hij die 42,195 kilometer in de Nederlandse hoofdstad ook, in iets minder dan vijf uur. ‘Ik doe het niet voor de competitie, daar heb ik me genoeg mee beziggehouden tijdens mijn leven. Maar ik ben wel bereid om opofferingen te doen. Voor de marathon van Amsterdam, bijvoorbeeld, ben ik negen kilo afgevallen. In de aanloop naar een wedstrijd zweer ik bier, chocolade en frieten af.’ De rest van het jaar verzorgt hij zich niet meer als een prof en geniet hij van de geneugtes des levens. ‘Ik ben een fuifbeest’, geeft hij toe. ‘Tijdens de Doudou van Bergen (een jaarlijks folkloristisch feest, nvdr) ben ik zeven dagen lang van de partij. Ik loop dus niet om 75 kilo te wegen, ik wil alleen maar vermijden dat ik rond word.’ (lacht)

VERSLAAFD

Toen Cédric Roussel zijn carrière als profvoetballer beëindigde na een verblijf van één week bij AEK Larnaca op Cyprus, stond hij voor een dilemma: zoals veel voetballers profiteren van het geld dat hij verdiend had of een job zoeken. ‘Op zo’n moment besef je dat veel beloftes die gemaakt werden tijdens je carrière, geen enkele waarde meer hebben eens je ‘met pensioen’ bent. ‘Als je me dit geeft, dan zal ik je helpen na je carrière’, heb ik wel honderd keer gehoord, maar toen ik die mensen dan contacteerde, kreeg ik soms zelfs helemaal geen antwoord.’

Drie jaar nadat hij een punt gezet had achter zijn profcarrière, aanvaardde Roussel uiteindelijk de baan die de voorzitter van de club waar hij op dat moment speelde, Waterloo, hem aanbood in diens immobiliënmaatschappij. ‘Ik stond in de verkoop’, vertelt de tweevoudige ex-Rode Duivel. ‘Ik bezocht werven, onderhandelde met klanten over de keuze van materialen, enzovoort. Op een dag deed mijn voorzitter de boeken toe en moest ik op zoek naar een nieuwe job.’

Een half jaartje geleden viel zijn oog op een aanbieding van de Intersportwinkel in Bergen, waar ze een verantwoordelijke zochten voor de running-afdeling. Roussel voelde zich meteen in zijn element. ‘Veel mensen herkennen me. Ik denk wel dat ze mijn raad vertrouwen omdat ik profvoetballer geweest ben. Dat ik zelf loop, komt mijn geloofwaardigheid natuurlijk ook ten goede. Als ik aan het trainen ben, herkennen ze me meer en meer als die meneer van Intersport en steeds minder als Cédric Roussel, de oud-voetballer.’

Hij beschouwt lopen als een drug, waarvan hij het niet jammer vindt om eraan verslaafd te zijn. Hij vindt er ook bepaalde waarden in terug die in het voetbal al te vaak ontbreken. ‘Je kan ten opzichte van iemand van 65 jaar tien minuten verliezen op tien kilometer zonder jaloers te zijn. Vaak zie je ook mensen die bij anderen blijven wanneer die het moeilijk hebben. Zo’n solidariteit heb ik in het voetbal zelden meegemaakt.’

Momenteel weegt hij opnieuw minder dan 90 kilo en beschikt hij over een goede conditie. Voor 2017 mikt Roussel dan ook op de lange afstand. De marathon van Parijs, de 20 kilometer van Brussel, trailrunning en enkele halve marathons staan op zijn programma. Hij heeft een aantal verplaatsingen voor de boeg, maar minder dan tijdens zijn voetballoopbaan. ‘Ik ben graag thuis nu, maar één keer per jaar ga ik naar Coventry’, besluit hij. ‘De club nodigt me elk jaar uit als oud-speler. Ik heb zelfs een keer live wedstrijdcommentaar gegeven voor de BBC, een leuke ervaring.’

DOOR EMILIEN HOFMAN – FOTO KOEN BAUTERS

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier