Drie redenen ziet Luis Aragonés als sleutels voor het succes van Spanje vier jaar geleden: het bannen van ego’s, het opleggen van een idee en het psychologisch overtuigen van zijn spelers dat ze het EK konden winnen. Verbazend is wel dat de man die Spanje eindelijk succes bracht, daarna moest opkrassen. ‘Het was mijn beslissing, maar ze deden geen enkele poging om me tegen te houden.’

De grootste ploegen van Spanje trainde hij, Luis Aragonés (73), vier jaar bondscoach van de nationale ploeg. Atlético, Barcelona, Espanyol, Sevilla en Valencia, als eerste trainer rondde hij de kaap van 700 wedstrijden op de bank van een ploeg in de Primera División. Maar nooit zat hij op die van Real, dé ploeg van de hoofdstad, nochtans dicht bij de wijk Hortaleza waar hij opgroeide en die hem later zijn bijnaam zou schenken: El Sabio de la Hortaleza, de wijze van Hortaleza. Een kwestie van timing, hij stond er twee keer dicht bij, zegt hij, één keer zei hij zelf neen, een andere keer haakte de club af. Maar ook een kwestie van etiket wellicht: iets te veel jaren bij Atlético, eerst als speler, daarna als trainer. Toch spreekt hij uitgerekend in de schaduw van het Estadio Bernabéu met ons af, in een hotel op het einde van de Calle del Padre Damián.

We zitten hier om het over het EK van vier jaar geleden te hebben. Het is onder Aragonés dat Spanje begon aan een zegereeks, die Vicente Del Bosque twee jaar later in Zuid-Afrika zou doortrekken met de wereldtitel.

Met welke verwachtingen begon u aan dat EK?

Luis Aragonés: “Toen ik in 2004 de nationale ploeg overnam, kozen we voor een andere manier van voetballen. Ik vond onze fysieke conditie niet te best, toch niet zoals die van de Duitsers, Engelsen, enkele Afrikaanse ploegen of de Fransen. Evenmin hadden wij de lichamelijke voordelen van andere rassen. Ik vond dat wij wél spelers hadden die over heel veel techniek beschikten. Vandaar het idee om die kaart te trekken. Aanvallend voetbal, gebaseerd op balbezit. De baas van de bal is de baas van het spel. Maar: nooit vergeten dat het doel moest zijn om zo snel mogelijk te scoren. En daarnaast was het ook de bedoeling om bij balverlies de bal zo hoog mogelijk te heroveren. Het liefste al in het kamp van de tegenstander.”

Probeerde u dat ook al op het WK van 2006 in Duitsland?

“Ja. Ik vond dat dat helemaal niet zo slecht ging, ook al gingen we er toen in de achtste finales uit tegen Frankrijk. Maar we waren zeker niet minder in die wedstrijd. Pech? Helemaal niet, het geluk moet je zoeken. We hebben in die wedstrijd fouten gemaakt en misschien was de tijd ook iets te kort om alles wat ik wilde, over te brengen op de ploeg. Na de Mundial ging het ook niet direct goed, we zijn héél slecht aan de kwalificaties begonnen, met twee nederlagen. Na die in Zweden schreeuwde iedereen om mijn ontslag. Maar in de volgende match, tegen Denemarken, hebben we dat rechtgezet. Vanaf dan zijn we écht gaan winnen en voetballen zoals ik het wilde, met heel veel autoriteit. Op balbezit.”

Leiders

U moest in die periode enkele moeilijke knopen doorhakken. Raùl uit de kern laten was er eentje van.

“Niet alleen Raúl verdween, er gingen vier, vijf spelers weg. Ik ben een trainer die vaak spreekt met zijn spelers, individueel of in groep. Uit die gesprekken probeerde ik dingen te leren. Een voorbereiding moet je ook op psychologisch vlak doen en ik kreeg het gevoel dat het belangrijk werd om de ego’s uit de groep te elimineren, om zo wat meer samenhang te krijgen. Iedereen focuste op Raúl, omdat hij de meest bekende was, maar er verdwenen nog anderen: Joaquín, Reyes, Salgado, Cañizares. Spelers die hun verdiensten hadden, ik vind Raúl nog steeds een van de besten ooit, maar ik dacht dat anderen wél zouden kunnen brengen waar ik naar zocht.”

U lanceerde bij uw aantreden onmiddellijk Iker Casillas in doel, maar koos eind 2007 ook voor het eerst voor een middenveld met Xavi en Iniesta. Dat bleek een gouden zet.

“In het voetbal is er een wet die zegt: als je baas bent op het middenveld, dan ben je baas van het spel, van de match. Voor mij was niet alleen Iniesta van groot belang, of Xavi, maar ook Silva en Senna. Mensen stelden toen nog vragen bij Xavi, of hij spelmaker kon zijn. Xavi had in een toernooi nog niks laten zien. In Portugal 2004 speelde hij geen minuut en in Duitsland 2006 was hij maar net hersteld van een zwaar knieletsel. Ik geloofde wél in hem en hij heeft zich ook omgevormd tot generaal van de ploeg.”

Senna was een van uw sleutelspelers. Een Braziliaan nota bene. U kreeg daarvoor ook kritiek, want Spanje zag daar graag Xabi Alonso, die toen furore maakte bij Liverpool.

“Senna was voor mij, samen met Xavi en Casillas, de beste speler van het EK. Ik vond hem op dat moment de beste verdedigende middenvelder, de stofzuiger. Oké, hij was Braziliaan, maar voor ik hem selecteerde, hadden we meerdere gesprekken en hij noemde Spanje zijn tweede vaderland. Senna was rechtuit, je kon rekenen op hem. Extraordinario, op alle vlakken.”

U begon sterk aan het toernooi, met een duidelijke 4-1 tegen Rusland.

“Een signaal van macht. De stokken van de journalisten mochten meteen worden opgeborgen. God, wat kreeg ik er tot dan van langs. Vroeger kwamen spelers vaak met tegenzin naar de nationale ploeg als we hadden verloren. Omdat de pers hier zeer hard kan zijn na een nederlaag. En dan de kritiek dat ik het aandurfde met allemaal kleine mannekes… Maar na de tweede zege, tegen Zweden, waren we al geplaatst voor de kwartfinales. Toen zag ik dat er weer wat onrust in de ploeg sloop, ik merkte zenuwachtigheid bij de kern. In eerdere toernooien was Spanje er in dat stadium bijna altijd uit gegaan. Dat had trauma’s nagelaten. Ik zag dat de druk op de ploeg toenam en ben daarop gaan werken. Veel gaan praten, ook de hulp van de kapiteins ingeroepen, iets wat nu nog altijd gebeurt.”

Uw kapiteins waren Casillas, Puyol en Xavi?

Sí. Iker was de hoofdaanvoerder, maar de anderen waren zeer belangrijk. Met hun gedrag en in hun gesprekken tegenover hun ploegmaats maakten zij mijn werk gemakkelijk. Toen we uiteindelijk die klip namen en met de strafschoppen wonnen, was ik ervan overtuigd dat we de beker zouden pakken. Mijn boodschap was dat wij van niemand bang moesten zijn, want dat ons voetbal veruit het beste was. Rusland gaf in dat toernooi ook heel even een sterke indruk, maar die hadden we in de openingswedstrijd van de groep al weggeveegd, daar hoefden we niet bang voor te zijn. In de halve finale moesten we weer tegen hen. Dat is altijd wat lastiger – het verrassingseffect is weg – maar ook daar hebben we een oplossing voor gevonden en toen was ik zeker: wij worden kampioen.”

Barcelona

In mei 2006 won Barcelona de Champions League, twee jaar later werd u Europees kampioen. Was het mogelijk om wat van het spel van Barcelona te lenen?

“Neen. Nu heeft Barcelona een man of acht in de Spaanse selectie, ik had er drie in mijn basisploeg. Mijn Spanje had niks met Barcelona te maken, al vertrokken beide wel vanuit hetzelfde idee, met dezelfde opvattingen over de manier waarop het voetbal moest worden gespeeld. Op balbezit. Het belangrijkste is niet hoe de tegenstander speelt, het belangrijkste is hoe jij voetbalt. Maar dat vind ik fundamenteel, dat heeft niks te maken met Barcelona.”

Wij hadden de indruk dat Fernando Torres moeilijk in uw geheel paste. Hij heeft het later ook moeten afleggen tegen David Villa.

“Vergis u niet, voor ons was Fernando Torres zeer belangrijk door zijn snelheid in de aanval. Hij besliste ook de finale. We hadden spelers die de bal goed diep konden spelen in zijn richting. Maar u hebt wel gelijk als u stelt dat David Villa onze meest opmerkelijke spits was. Zijn rendement was ongelooflijk hoog. De Villa van toen was nog niet de Villa van Barcelona, hij voetbalde toen nog voor Valencia. De Villa van nu speelt ook wat meer vanaf de flank, maar ik liet hem in de rug van Torres spelen. Mijn buitenkanten vond ik al goed genoeg bezet met Silva en Iniesta. Die konden dat beter dan Villa. Ik vond hem beter in het centrum, als tweede spits. Hij maakt zeer makkelijk de kansen af.”

Voor het EK moest u op die positie kiezen tussen Villa en Fàbregas, toen sterk bij Arsenal. Gaf dat de doorslag?

“Ja. Cesc Fàbregas hield ik achter de hand als er met Villa of Xavi wat zou gebeuren. Dat de afwezigheid van Villa in de finale tegen Duitsland ons niet uit evenwicht bracht, was omdat Cesc het op alle posities goed deed. De selectie was gewoon enorm sterk, daarom kreeg ons succes een vervolg op de Mundial. Dit was en is nog steeds de beste selectie van de wereld, niet alleen vanwege het talent, maar vooral vanwege het idee dat erachter zit. Mensen bedanken mij nu nog steeds voor iets dat wij in die periode in gang hebben gezet.”

Op dat moment leek het net in de richting van atletische types te gaan: kracht, fysiek, lengte, het belang van spelhervattingen. U draaide dat om en in uw spoor ook dé atletische ploeg bij uitstek, Duitsland.

“Spanje heeft vroeger goeie voetballers gehad, maar in 44 jaar niks gewonnen. Elke coach pakte het wel op zijn manier aan, maar algemeen speelde Spanje vaak vanuit de counter. Het speelde zelden zoals nu, met zes, zeven, acht technisch sterke voetballers in het elftal. Wij hadden vroeger misschien wel betere atleten in de nationale ploeg, maar geen voetballers. Ik denk dat het idee echt fundamenteel was voor het succes van Spanje. Del Bosque bouwt daarop verder, hij schrikt er zelfs niet voor terug jongeren van 20, 21 een kans te geven. Juist omdat er aanvoer van onderuit is. De U21 is zeer goed.”

Was u voor de finale niet bang dat het gebrek aan lengte door pakweg de Mannschaft had kunnen worden afgestraft?

“Neen, neen. Ons idee, dat zouden wij desnoods tot de dood verdedigen. César Luis Menotti ( wereldkampioen met Argentinië en later vaak analist, nvdr) had er in die tijd zware bedenkingen bij. Spanje zou nooit kunnen winnen van een ploeg die hen hard aanpakte. Wel, tot nu slaagde niemand erin ons te stoppen. Als je zo snel de bal kunt laten rondgaan als wij kunnen, kan niemand dat. De Spaanse jeugdploegen zijn zeer goed bezig, al een tijdje. Een idee, met techniek als hoogste goed. Nog steeds vind ik de fysieke conditie van de Spaanse voetballer niet van de beste. Die ademt geen 7 liter in, maar hooguit 4,6. Wij lopen wel, maar in balbezit, en dat vermoeit minder. Achter een bal lopen is veel zwaarder.”

Dokter

Opvallend was ook de goeie sfeer tijdens uw toernooi. Hoe pakte u het die maand aan?

“We deden alles in kleine cyclussen. Ik zei de dingen zoals ze waren, dat ze hard moesten werken wilden ze resultaat halen, en daarnaast kregen ze veel vrijheid. Amper dagen met twee trainingen, geen trainingen in de namiddag, cyclussen van vier dagen training, waarna ze een dag of anderhalve dag weg mochten. Ze mochten bij hun vrouw slapen, doen wat ze wilden en daarna meldden ze zich weer bij de kern. Je moet hen als volwassenen behandelen tijdens zo’n toernooi.

“Spelers zijn niet dom, ze zagen ook dat ik meende wat ik zei, dat ze kampioen konden worden. Die zekerheid straalde ik uit, dat is misschien ook anders dan vroeger, toen bondscoaches soms vlak voor de start dingen gingen veranderen, gingen twijfelen. Als je zelf twijfelt, doorprikken spelers dat direct, wat je ook zegt. Een idee, geen ego’s en psychologisch werk, dat waren de drie sleutels voor het succes. Naast talent, uiteraard.”

Is Spanje voor u ook weer favoriet?

“Ja. Wel zal er nog veel meer druk zijn, geen enkel land wist tot dusver drie titels op rij te winnen. De andere ploegen gaan Spanje nu ook anders aanpakken. De afwezigheid van Villa is een handicap, op toernooien kan hij je een enorm rendement geven. Anderzijds blijf ik Torres een interessante speler vinden, juist omdat hij in Engeland een fantastische fysieke conditie kreeg. Torres lijkt op dat vlak een Duitser.”

U engageerde zich in 2008 nog tijdens het toernooi voor Fenerbahçe, al hielden uw vrienden in de pers dat stil, om de concentratie niet te schaden. Geen spijt dat u geen bondscoach kon blijven?

“Ik had met de bond nog voor het toernooi een akkoord dat we uit elkaar zouden gaan. Ze deden niks om me langer te houden, dus was ik vrij. Spijt… Ik wist dat ik een fantastische ploeg had die het op de Mundial goed zou doen, we stonden aan het begin van een cyclus. Anderzijds was de druk groot. Voetbal en geneeskunde zijn twee dingen die ieder mens nodig heeft. Wel, ik ga nooit mijn dokter zeggen wat hij moet doen. U wellicht ook niet. Maar u hebt ongetwijfeld wél een mening over uw nationale ploeg. En die man daar ook. En die ook. ( wijst rond in de lobby) Op den duur gaat dat wegen.”

DOOR PETER T’KINT

“Wij lopen ook wel, maar in balbezit, en dat vermoeit minder.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier