Twaalf verschillende trainers in de afgelopen tien jaar, dat is de trieste balans bij Lokeren OV. Met Emilio Ferrera hoopt de Wase club de eindronde te ontlopen. Reconstructie van een bewogen decennium.

Voor mij is het simpel: je moet als trainer punten pakken. Dat is het enige wat telt”, verklaarde voorzitter Roger Lambrecht (78) vorige week maandag, nadat hij “na onderling overleg” niet verder ging met Jacky Mathijssen als coach. “Ik weet wel dat ik met een nieuwe coach geen garanties heb op beterschap, maar dat heb ik met niemand. De slechte resultaten kruipen in ieders kleren. Er moest iets gebeuren.” Sportief directeur WillyVerhoost voegde toe: “Als je voor een trainer kiest, dan is dat omdat je ervan overtuigd bent dat hij de juiste man is.”

Lokeren OV dreigt het slachtoffer te worden van zijn eigen wanbeleid de afgelopen jaren, waarbij Lambrecht als een alleenheerser optrad en te lang leefde op de verkoop van enkele topspelers. Een terugblik op de structurele malaise.

Hoerastemming

Het seizoen 1999/2000 begon met Willy Reynders als coach. Na goed voetbal in de Intertoto werd de Limburger – die een gebrek aan vertrouwen én conditie werd verweten en die ook constant bleef zeuren om twee nieuwe spelers – na amper twee speeldagen, met nederlagen tegen Lommel (1-0) en Club Brugge (2-5), ad interim vervangen door de tandem Rudi CosseyRonny Van Geneugden (die ook nog speelde). Zij zorgden tegen STVV (1-1), in een revolutionaire 3-5-2-veldbezetting (!), en Verbroedering Geel (0-0) voor puntengewin, maar werden toen afgelost door ex-bondscoach Georges Leekens. Hij kreeg de opdracht om de ploeg zo snel mogelijk naar de veilige zone te loodsen. Mac the Knife deed dat met zijn traditionele wapens: een strakke organisatie, collectieve blokvorming, veelal terend op fysiek en discipline. Uiteraard riep ook hij om nieuwe spelers (een balvaste centrumspits en vinnige flankspelers). Resultaatvoetbal, in een vaste 4-4-2, was het gevolg. Die aanpak leidde uiteindelijk tot een tiende plek aan de eindmeet. Chris Janssens symboliseerde de standvastigheid en het engagement. Met de 18-jarige pijlsnelle Guinees Souleymane Youla werd er voorin een Afrikaanse ‘witte merel’ uit de hoed van Verhoost en makelaar Alfred Raoul getoverd. Leekens slaagde dus in zijn missie: Lokeren een nieuwe ziel en de nodige onderbouw geven.

De sterkhouders Janssens, Dabanovic en Mbayo werden in 2000/01 behouden, met de IJslandse internationals Gretarsson en vooral Kristinsson (een authentieke nummer tien, die de vertrokken Van Geneugden verving) werd gekozen voor een kwaliteitsinjectie. Verhoost liet ook meermaals duidelijk uitschijnen dat er veel potentie zat in de Guinese aanvaller Sambegou Bangoura.

Leekens koos “voor karaktersterkte op een bedje van frivoliteit”, maar zocht lange tijd naar continuïteit in de prestaties. Youla verkaste na amper een speeldag op huurbasis naar Anderlecht (voor 750.000 euro), Kristinsson voegde zich pas bij de groep in november. De winterstop werd ingegaan op de negende plaats, Leekens slaagde er toch in een hoerastemming te creëren door de techniek van de IJslanders te mixen met een frivole Afrikaanse toets. Meer zelfs, Lokeren groeide uit tot de ploeg van de terugronde. Een vierde plaats (én een Intertototicket) was het verrassende eindresultaat, met een opvallende hoofdrol voor de explosieve Adekanmi Olufade (de opvolger van Mbayo, die voor 1,25 miljoen euro naar het Turkse Gençlerbirligi was vertrokken), karaktervoetballer Janssens en doelman Zítka. Leekens, die werd geprezen om zijn rol als motivator, zijn gerichte wedstrijdaanpak en zijn vertrouwensband met de spelers, vertrok richting Roda JC. De clubleiding kon financieel de sportieve ambities van Leekens niet bijbenen.

Intuïtie

Paul Put, die veel lof oogstte met offensief gekruid spel tijdens zijn periode bij Ingelmunster, kreeg de zware taak om vanaf het seizoen 2001/02 Leekens op te volgen. De flegmatieke Antwerpenaar verloor meteen Janssens aan Willem II, Vanic aan AA Gent, Youla aan Gençlerbirligi, en Olufade voor 1,8 miljoen euro aan Rijsel. De centrale as was dus volledig weg! Put kreeg bovendien geen inspraak bij het aankoopbeleid. Een rampzalige een op twaalf, door een schrijnend gebrek aan scorend vermogen, deed de stoel van Put wankelen. De coach volgde echter zijn intuïtie en liet Lokeren een hoge pressing spelen. Na een reeks van zestien opeenvolgende wedstrijden zonder nederlaag kwam de ploeg daardoor zelfs even in de buurt van de titelkandidaten, maar de blessures van draaischijf Rudi en goalgetter Bangoura gooiden roet in het eten. Verder dan een zevende plaats, Intertotovoetbal én een halve finale in de beker van België raakte het team niet.

Zítka (Anderlecht), Rudi (Germinal Beerschot), Roman Vonasek (Cercle) en Seyfo Soley (RC Genk) verdwijnen dan voor het seizoen 2002/03. Put bleef aan de macht, maar zijn wens om de smalle kern te vergroten, werd niet ingewilligd. Trouw aan zijn principes koos hij voor een 4-4-2-veldbezetting, waarbij een ijzersterk middenveld (Gretarsson, Kristinsson, De Beule en ArnarVidarsson) het team op sleeptouw nam. De enige valse noot kwam van Bangoura, die uit was op een transfer. Put zag zich genoodzaakt om de Guinese centrumspits naar de B-kern te zetten wegens ego- istisch gedrag. Een superseizoen werd afgesloten op de derde plaats, wat voor het eerst in zestien jaar een UEFA Cupticket opleverde.

Het seizoen daarop (2003/04) moet Put opnieuw aan de slag met een afgekalfde selectie. Dat leidde tot frustratie. Zijn balvaste targetman met scorend vermogen, Bangoura, stapte transfervrij over naar Standard. Europees zette Lokeren nog een degelijke prestatie neer tegen Manchester City (3-2 in Engeland, thuis 0-1), maar een 6 op 30 in competitieverband deden Put uiteindelijk de das om. De laattijdige komst van Aristide Bancé had daar ongetwijfeld ook mee te maken. Franky Van der Elst werd ingehaald om het tij te keren. De voorzitter eiste goed voetbal en 34 punten, plus een beperking van het aantal Afrikanen. Van der Elst kreeg wel lijn in het team, maar het voetbal bleef slap. Uiteindelijk haalde Van der Elst 39 punten en een tiende plaats.

Propagandavoetbal

Van der Elst kreeg nog een heenronde de tijd om in het seizoen 2004/05 zijn werkelijke waarde te bewijzen. Een 1-1-gelijkspel op Charleroi werd de ex-Rode Duivel echter fataal, want de voorzitter had een overtuigende zege geëist met goed voetbal. Volgens Lambrecht werd Van der Elst doorgestuurd omwille van zijn verkeerde spelersbenadering. Reynders werd weer opgediept: hij kende het huis, de Afrikaanse mentaliteit en kon spelers beter maken. De Limburger plaatste meteen zijn accenten: een hoge pressing, een vlotte balcirculatie en een stevige verdedigende organisatie. Reynders zorgde met een 3-5-2 duidelijk voor meer scherpte en beleving. Dat bracht een achtste plaats in de competitie en een halve finale in de beker met zich mee.

Voor het seizoen 2005/06 werd er met de Serviër Slavoljub Muslin een ‘wereldtrainer’ binnengehaald, althans volgens de voorzitter. Hij moest Lokeren naar de Belgische top vijf leiden. Muslins aanpak (vaak optredend als een strenge vader) sloeg aan: de Waaslanders brachten propagandavoetbal en konden terugvallen op een hecht collectief blok waarbij de meeste pionnen direct vervangbaar waren. Goed voetbal én resultaten, het is de door Lambrecht gewenste mix waarop al meerdere trainers hun tanden stuk beten. De vijfde plaats bij de winterstop oogde mooi. Maar Muslin werd gedreven door ambitie en verliet al in januari, voor een royaal loon (900.000 euro) Daknam voor het Europees spelende Lokomotiv Moskou. Oud-bondscoach Aimé Anthuenis kreeg de onmogelijke opdracht die unieke prestatie te evenaren. Na amper een maand (en een teleurstellende 3 op 15) moest de 62-jarige Anthuenis echter afhaken met hartklachten, waardoor assistent Rudi Cossey het seizoen moest volmaken als eindverantwoordelijke. Hij bracht de nukkige Bancé opnieuw naar een aanvaardbaar niveau en sloot het seizoen af met een degelijke achtste plaats.

Ariël Jacobs werd bij het begin van het seizoen 2006/07 ingehaald als nieuwe trainer. Vanaf het begin liep het mis, want het vertrek van de spitsen Bancé- BouchouariDrulic (samen goed voor de helft van de doelpuntenproductie) werd niet adequaat opgevangen wegens een gebrek aan een degelijke scoutingstructuur. Lambrecht ergerde zich aan het spektakel- en het puntenarme voetbal. Eind oktober gaf hij Jacobs zijn C4 na de 4-1-nederlaag bij Westerlo én een één op vijftien. Een paar dagen eerder stond dezelfde eindstand op het bord voor de beker bij tweedeklasser Antwerp. De tegenvallende resultaten kostten hem de kop. Alweer Cossey moest als interim fungeren. Eind november kwam Muslin plots weer boven water. Lambrecht vroeg aan de Servische kolonel om met ijzeren hand op te treden. Dat de sportieve middelen voor een hoofdtrainer (door een pak mislukte transfers) almaar beperkter werden, deerde Lambrecht niet. Maar Muslin bleek ook geen tovenaar. Halverwege het seizoen een voorlaatste plaats was het gevolg. Het werd ook pijnlijk duidelijk dat het team niet het spel kon maken. Te weinig kwaliteit en de verkeerde mentaliteit, zo luidde de conclusie. Met veel vallen en opstaan ontsnapte Lokeren aan de degradatie, door als zestiende slechts respectievelijk vier en vijf punten over te houden op Lierse en Beveren.

Puinhoop

Muslin besliste niet verder te gaan en liet een puinhoop achter. Kristinsson en Milojevic stopten, de chaos dreigde. Leekens wilde zijn vriend Lambrecht nog wel eens helpen. Na drie succesjaren bij AA Gent hield hij het daar voor bekeken. Wonder boven wonder slaagde hij er alweer in om de ploeg uit het slop te halen. Met Ouwo MoussaMaâzou vond hij ook opnieuw een koelbloedige afwerker, die in maart 2009 voor vier à vijf miljoen euro werd verpatst aan CSKA Moskou. Achterin vormde het trio CopaCarlosDoll het slot op de deur. In april 2009 kreeg Leekens echter een aanlokkelijk (financieel) voorstel van het Saudische Al Hilal. Assistent Freddy Heirman neemt één duel over, tegen Anderlecht (0-0).

De komst van Aleksandar Jankovic was verrassend. De Servische ex-verdediger verbaasde met aantrekkelijk voetbal én goede resultaten. Na een voortreffelijke eindsprint bekoorde hij met een zevende plaats. Dit seizoen lukte het dan weer niet voor de oud-assistent van Muslin. Er werd hem aangewreven dat hij te weinig trainde en een gebrekkige kennis van het Belgische voetbal had. Er zat natuurlijk ook te weinig kwaliteit in de (te grote) spelerskern. Slechts 8 punten op 33 was te weinig voor Lam- brecht, die de minzame Serviër eind oktober aan de deur zette.

Amper twee dagen later maakte rendementstrainer Jacky Mathijssen al zijn opwachting. Hij moest voor een nieuwe beleving zorgen en snel de noodzakelijke punten pakken. Het draaide echter totaal verkeerd uit, want hij verzamelde slechts vier punten in tien duels. Vooral het gebrek aan scorend vermogen deed hem de das om. Na een ultiem onderhoud met de stilaan depressieve Lambrecht besloot Mathijssen ermee te kappen.

Emilio Ferrera en Chris Van Puyvelde krijgen nu de moeilijke opdracht om de ontredderde ploeg, waar het duidelijk ontbreekt aan interne cohesie, weer op de rails te krijgen én de eindronde met de tweedeklassers te ontlopen. Het belooft alleszins geen eenvoudige opdracht te worden. Er is weinig tijd (zeven speeldagen) en de Spaanse Belg kreeg al vaker het verwijt dat hij vooral een theoreticus is. Het moet voor hem dan ook een uitdaging zijn om zich in dit wespennest te begeven. Wordt hij de zoveelste trainer op het kerkhof van Daknam? Of breekt hij met de traditie?

door frédéric vanheule – beelden: reporters

Goed voetbal én resultaten, het is de door Lambrecht gewenste mix waarop al meerdere trainers hun tanden stuk beten.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier