Welk Club Brugge krijgen we volgend seizoen onder de leiding van Georges Leekens te zien? Ronny Desmedt en Freddy Heirman, twee van de trouwste assistenten uit zijn trainerscarrière, geven de contouren aan. ‘Intelligent spelen is iets wat hij er overal inslijpt.’

Het voorbije seizoen leefde Club Brugge in extremen. Adrie Koster wordt in het Jan Breydelstadion herinnerd als de Nederlander die te weinig aandacht besteedde aan de defensieve weerbaarheid en zijn opvolger Christoph Daum als de Duitser die daar te veel aandacht aan besteedde. Wat mogen we van Georges Leekens verwachten?

“Ik verwacht daartussen een evenwicht”, zegt Freddy Heirman, die bij de Rode Duivels, bij AA Gent en bij Lokeren assistent is geweest van de nieuwe Clubtrainer. “Thuis iets meer in de offensieve richting en buitenshuis iets meer in de andere. Daarmee bedoel ik dat de zone van het veld waarin verdedigd zal worden op verplaatsing weleens iets lager kan liggen.

“Georges is geen trainer die een spelsysteem van club A naar club B meeneemt. Waar hij in dienst treedt, gaat hij uit van de kwaliteiten die beschikbaar zijn. Maar zodra hij daarvoor de beste manier van voetballen vond, houdt hij daaraan vast. Hoogstens kan er dan nog in bepaalde wedstrijden of omstandigheden een ander accent gelegd worden. Feit is dat overal waar hij trainer is geweest, hij voor een zekere organisatie opteerde. Maar voor creatieve spelers, zoals bijvoorbeeld Boussoufa bij Gent, zorgt hij dat er voldoende ruimte en vrijheid is om hen hun inspiratie, hun intellect en hun creatief vermogen vorm te laten geven. Intelligent spelen is iets wat hij er overal inslijpt. Ik noem het verstandig offensief spel, aanvallen op een realistische basis. In elke bespreking is zijn uitgangspunt om minstens twee doelpunten te proberen te maken. Daarvoor geeft hij een structuur aan, een spelwijze met grenslijnen, bijvoorbeeld in welke zones geen risico’s genomen mogen worden. Het is een stramien waarbinnen hij op een aantal spelers rekent om voor het evenwicht te zorgen en op een aantal anderen om beslissend te zijn.”

Voetbalintellect

Een heel belangrijke rol in het bewaken van het evenwicht speelt bij Leekens de speler voor de verdediging: op positie 6 staat bij hem doorgaans een echte verdedigende, controlerende middenvelder. Bij Lokeren, AA Gent en KV Kortrijk was dat Nebojsa Pavlovic – en bij de Rode Duivels was dat ondanks de weelde aan buitengewoon talentrijke centrale middenvelders nog altijd Timmy Simons (35). Maar over dat type beschikt Club Brugge momenteel niet. Niki Zimling neigt naar een 8, van wie de kwaliteit meer is zich mee in te schakelen in het aanvalsspel en ook af en toe in en rond de zestien meter van de tegenstander op te duiken dan voor defensieve stabiliteit te zorgen. De impulsieve Jonathan Blondel is daarvoor zeker niet geschikt, Víctor Vázquez is vooral een passeur en Vadis Odjidja is met zijn loopvermogen en balvastheid veel nuttiger op 8 en eventueel ook op 10. Het dichtst in de buurt komt nog belofte-international Thibaut Van Acker.

“Heel belangrijk bij een Pavlovic of een Simons is hun voetbalintellect, hun snelle denken en hun feeling om hun positie in het teambelang aan te passen naargelang van de situatie”, zegt Heirman. “Daarmee zijn ze nuttig in de balrecuperatie, in het afdekken van andere, creatievere spelers, en in het sober inspelen na de balrecuperatie. Georges heeft alleszins een boontje voor intelligente spelers.

“De tweede centrale middenvelder is bij hem vaak iemand met voldoende volume om te kunnen infiltreren en op 10 speelt hij met een teruggetrokken spits of met een offensieve middenvelder die voor de creatieve passing moet zorgen. Hij hecht zeker veel belang aan infiltreurs vanuit het middenveld en probeert ook op standaardsituaties via bepaalde bewegingen met afleidingsmanoeuvres voor verrassing te zorgen.

“Ook op de flanken zoekt hij naar complementariteit. Dat is de reden waarom hij al met een back als Lombaerts speelde, maar daar ook al mannen met offensieve impulsen als Gillet en Sandy Martens zette. Het hangt af van het type dat ervoor staat: is het iemand die open blijft of naar binnen trekt, of een middenvelder of meer een aanvaller? Afhankelijk van de kwaliteit, de complementariteit en de omstandigheden kan hij diep in de spits zowel voor snelheid als voor présence in de zestien meter kiezen. Centraal achterin is de verdedigende taak uiteraard prioritair. Daar verwacht hij zekerheid en soberheid, maar toch ook een bepaalde constructieve opbouw. Hij werkte er al met veel no-nonsenseverdedigers; maar bij Gent toch ook met een Smoje, die nonchalanter was en risico in zijn spel durfde te leggen. Een doelman moet voor hem stabiliteit uitstralen en voor een beetje verbale sturing zorgen. Hij beoordeelt hem vooral op zijn keeperskwaliteiten, maar hij moet ook met de voet een bal kunnen aannemen en spelen.

“Georges probeert spelers te gebruiken en hen elkaar te laten aanvullen. Als hij overtuigd is van iemand geeft hij hem veel vertrouwen – en ook altijd wel feedback – en kan hij hem boven zichzelf laten uitgroeien.”

Mensenkennis

Wat is er momenteel bij Club Brugge in de andere linies aan kwaliteit beschikbaar? Een lijnkeeper met voeten die niet zo geschikt zijn om méé te voetballen ( Jorgacevic). Een ervaren krijger en aanvoerder als rechtsback ( Hoefkens). Centraal in de verdediging: een klasbak die nog af en toe met het hoofd in de wolken loopt ( Donk) en een minder snelle centrumverdediger met voetballend vermogen ( Figueras). Een linksback met een groot loopvermogen die bijna heel het seizoen geblesseerd was ( Stenman). En voorin: een snelle centrumspits ( Akpala), een kopbalsterke centrumspits ( Vleminckx) en een creatieve centrumspits ( Bacca); alle drie gewezen topscorers, respectievelijk in België, Nederland en Colombia. Alsook: Refaelov (hangende spits met een actie); en de belofte-internationals Lestienne (linksbuiten), Meunier (offensieve middenvelder die omgeschoold werd tot flankspeler maar nog te verkrampt speelt) en Bakenga (snel en doelgericht).

Prioriteit is – naast een verdedigende middenvelder – een extra linksachter, zodat er op links geen rechtsachter ( Høgli) meer opgesteld moet worden wanneer Stenman niet fit is. De rest zoekt Leekens wel uit, verwacht Ronny De-smedt, zijn assistent destijds bij Cercle Brugge, Club Brugge en Trabzonspor. “Georges is niet iemand die ergens aankomt en alles opzijzet”, zegt hij. “In een eerste fase observeert hij alles, kijkt hij hoe de hele werking eruitziet en hoe iedereen daarin functioneert. Hij verzamelt informatie, analyseert en praat met iedereen afzonderlijk. Van het Personal Performance Center zal hij zeker gebruikmaken, tenslotte is hij kinesist van opleiding, maar indien hij het nodig vindt, zal hij bijsturen. Met mensen die niet op dezelfde golflengte zitten als hij kan hij niet werken. Maar in het begin geeft hij normaal iedereen de kans. Na veertien dagen trainen zal er al veel duidelijk zijn en wanneer er dan nog extra transfers nodig zijn, zal hij daarvoor bij het bestuur aankloppen.

“Bij Georges hoeven dat niet noodzakelijk toppers te zijn. Het kan hem ook om de complementariteit gaan, of om de concurrentie te verhogen, anderen scherp te houden en ingedekt te zijn in geval van een blessure. Waar hij zeker voor zal zorgen, is voor een sterke centrale as. Wat dat betreft, weet iedereen dat als Donk gedisciplineerd speelt hij een hele goeie is achterin en dat Vadis op het middenveld van grote offensieve waarde kan zijn.

“Een van de kwaliteiten van Georges is zijn mensenkennis. Hij is niet een trainer die zegt: ‘Als er een probleem is: mijn deur staat open.’ Neen, hij voelt het als er een probleem is en gaat zelf naar die speler toe. Hij spreekt véél met spelers, indien nodig kan hij druk wegnemen en mensen op hun gemak stellen waardoor ze spontaner gaan voetballen. Wie zich maximaal inzet, mag eens een ongelukkige wedstrijd spelen. Maar je moet bij hem niet te pas en te onpas uit positie lopen zonder de zekerheid van overname van taak en plaats, want dan zal hij maatregelen treffen. Uiteindelijk is het al van in de tijd van Happel dat we weten waar het om gaat: bij het aanvallen een meerderheidssituatie proberen te creëren en zorgen dat je die man meer ook hebt wanneer je moet verdedigen. Daarvoor is er voldoende loopvermogen nodig, en de mentale sterkte om het bij balverlies telkens weer op te brengen om terug te keren, en balvastheid voorin, en actiespelers om in de laatste fase beslissend te zijn, en scorend vermogen. Hoe dan ook is er ook wat tijd en geduld nodig om alles in elkaar te laten klikken. Toen wij in 1989 bij Club Brugge kwamen, ging het in het begin niet goed en werd er al om zijn ontslag geroepen. Maar het bestuur was verstandig en uiteindelijk werden we nog kampioen.”

DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“Met mensen

die niet op dezelfde golflengte zitten als hij kan hij niet werken.”

Ronny Desmedt

“Bij Georges hoeven transfers niet noodzakelijk toppers te zijn.”

Ronny Desmedt

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier