Achtergronden bij het vertrek van Michel Preud’homme, die Standard verlaat en dinsdag met AA Gent een afspraak had om, behoudens onverwachte wendingen, de laatste details te regelen.

Ze zijn voor mekaar gemaakt … Scheiden, scheiden, scheiden. Je kan ze nooit scheiden.” Een fragment uit L’un pour l’autre, een liedje van Maurane, heel populair ten zuiden van de taalgrens. Een paar weken geleden vierde Standard zijn eerste titel in een kwarteeuw en niemand die toen kon bevroeden dat het succesduo achter de Rouches, de entente Michel Preu- d’hommeLuciano D’Onofrio deze week uit mekaar zou worden gespeeld.

Lang leek het de perfecte combinatie. De ene, gewezen beste doelman van de wereld, had het charisma en de voetbalwijsheid van jaren topvoetbal en sterke kleedkamers. De ander, een ex-topmakelaar in spelers, had relaties met de grootste clubs over de hele wereld en verstand van transfereren en alles wat erbij komt kijken. Luciano D’Onofrio had Standard met zijn relaties van het faillissement gered, een opleidingscentrum gebouwd dat als voorbeeld voor heel België mag gelden en was bezig met de bouw van een nieuw stadion. Michel Preud’homme had jaren – van 2000 tot 2002 als trainer, vervolgens als technisch directeur en sinds september 2006 weer als trainer – gewerkt aan de sportieve uitbouw van de ploeg. Met spelers die hij her en der verzamelde, veroverde hij na een foute trainerskeuze – het was Preud’homme die Jan Boskamp naar Sclessin haalde – uiteindelijk zelf de titel. Eindelijk leek er stabiliteit in de tent. Gedaan het komen en gaan van oefenmeesters, gedaan het komen en gaan van spelers. Standard was geen duiventil meer, Preud’homme kon topvoetballers overtuigen om te blijven. Neen, zei Defour tegen Ajax. Neen, zei Jovanovic tegen buitenlandse clubs. Neen, zei Fellaini, die nochtans zelfs even zijn contract verbrak, tegen aanbiedingen. Standard was prioritair.

Maandag kwam er dus toch een einde aan die ogenschijnlijk perfecte combinatie. De vraag is waarom.

Andere visie

Niet dus omwille van het uitblijven van succes. Vorig seizoen eindigde Michel Preud’homme met Standard, dat slecht was gestart, derde en speelde hij de finale van de Belgische beker. Dit jaar werd hij kampioen, met een heel jonge groep. Een smalle kern bovendien. Hij leidde zijn groep een beetje zoals Arsène Wenger: met oog voor het spel, met oog voor overbelasting. Zoveel weelde had Standard niet. Jongens die met blessures sukkelden – en zo waren er op het einde een pak – kregen vaak rust. Dat werd niet altijd geaccepteerd door de mensen aan de top. Preud’homme waakte ook over de sfeer, toen met Nieuwjaar werd geopperd of Sérgio Conceição niet beter terugkeerde, was het antwoord een beslist neen.

In de coulissen kon je wel eens horen dat deze ontwikkeling bij Standard niet door iedereen naar waarde werd geschat. De top verkoos de harde hand van iemand als Tomislav Ivic of een Javier Clemente. Een harde hand waar ook Conceição – pas maar op dat die straks zijn carrière als coach op Sclessin niet begint – voorstander van is. Het spel moest meer verticaal gaan, hoorde je geregeld, sneller diep. Moderner zo u wil, zeker als je succes wil hebben op het Europese vlak. Want dat wilde Standard, het verder schoppen in Europa.

Een ander punt was een discussie over de lengte van een nieuw contract, eentje van één seizoen. Zoals bij ons de gewoonte is, opperde Standard. Niet helemaal terecht, Dominique D’Onofrio moest indertijd altijd genoegen nemen met jaarcontracten, maar toen Preud’homme van Boskamp overnam, tekende hij meteen tot 2008, voor nagenoeg twee seizoenen dus. Maar dat was niet alles: Preud’homme ergerde zich ook aan de traagheid waarmee alles werd afgehandeld. Drie weken na het behalen van de titel was er nog geen duidelijkheid. De cijfers kennen we niet, maar zeker is dat Preud’homme daar wel de limieten van zijn club kent. De ploeg heeft het nog steeds niet breed, ondanks de publieke opkomst werd het kampioensjaar afgesloten met een deficit dat ergens tussen 2,5 en 4 miljoen euro schommelt. Standard deed er immers alles aan om spelers als Marouane Fellaini en Milan Jovanovic ook dit seizoen nog op Sclessin te houden en moest een pak premies betalen.

Een eerste signaal dat een afscheid best mogelijk was, kwam er, achteraf bekeken, al in januari, toen de naam van Preud’homme viel als eventuele opvolger van RenéVandereycken. Luciano D’Onofrio zei toen aan Jean-Marie Philips: “Als je hem wil, neem hem dan.” Preud’homme wist dat. Maar hoe moest je dat interpreteren? Als een gebrek aan vertrouwen, of als een vorm van sereniteit en geloof in het kunnen van de eigen trainer, die Sclessin toch niet zou verlaten?

Een tweede teken kwam er vanuit Brussel, waar de naam van Preud’homme ook viel als eventuele opvolger van tussenpaus Ariël Jacobs, voor die zijn contract als T1 verlengde. Dat was een idee van Roger Vanden Stock, die allicht ook signalen vanuit Luik interpreteerde. Uiteindelijk wilde Vanden Stock niet in de clinch gaan met Standard en liet hij de piste voor wat ze was. Voor Preud’homme waren het allemaal wél signalen dat de Belgische voetbalwereld hem niet louter en alleen associeerde met Standard.

Dat blijkt ook nu: na de bond en Anderlecht meldde AA Gent zich bij Preud’homme, met een voorstel voor twee of zelfs drie seizoenen. Dinsdag hadden de twee partijen een nieuwe afspraak, maar dat Preud’homme al langer met een verhuis naar Gent rekening hield, mag blijken uit de opdracht die hij zijn twee assistenten, Stan van den Buijs en Manu Ferrera, al gaf: licht de kern van Gent eens door. De twee deden dat vorige week en kwamen tot de bevinding dat de resultaten niet zo goed waren, maar de kwaliteit behoorlijk hoog. Enkel achterin moeten er wat aanpassingen komen.

Interne aanvaringen

Het bod van Gent kwam er op een moment dat de geruchten over een nakende breuk steeds luider klonken. Geruchten dat niet alles peis en vree was in het huishouden op Sclessin. Geruchten waarin steeds vaker de naam van Dominique D’Onofrio, sportdirecteur, en Pierre François, algemeen directeur, opdoken.

In theorie vulde iedereen mekaar goed aan: na jaren van relatief sportief succes onder Dominique D’Onofrio had die zich gevonden in een rol van technisch directeur. Medeverantwoordelijk voor de jeugdopleiding én voor de rekrutering. Niet zonder succes, hij ontdekte Marcos en raadde Standard DieumerciMbokani aan. Maar volgens het Franstalige weekblad Le Vif/L’Express was Dominique toch ook wat jaloers op de lof aan het adres van de T1. Lof die hij nooit kreeg.

Idem met die andere sterke man, Pierre François. Briljant advocaat, een man van dossiers en contracten, maar geen smoel voor de buitenwereld en dat stak. Toen dit blad een speciaal dossier maakte over de titel van Standard en daarin uitgebreid de rol van de familie D’Onofrio, de trainer en de spelers werd belicht, vond hij zichzelf nergens terug. Waarop hij dat gebrek aan erkenning toch eens moest onderstrepen. Dat gebeurde ook geregeld intern. Wilde François zijn plaats als tweede man achter Luciano D’Onofrio op die manier onderstrepen? Meer dan eens riep de algemeen directeur de T1 in zijn bureau als hij het ergens niet mee eens was. Toen Preud’homme op een middag de geplande training schrapte omdat hij oordeelde dat de groep te vermoeid was, kwam het tot een hevig dispuut. François had net die dag een school beloofd dat ze even op het trainingscentrum langs mocht komen …

Vraag is nu hoe de spelers gaan reageren op het vertrek van Preud’homme. Jovanovic is wellicht niet te houden, maar de rest ging blijven. Nu nog? S

door pierre bilic

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier