De Senegalese verdediger Mohamed Sarr staat met Standard op de drempel van een Europese kwartfinale. ‘We spelen telkens de match van ons leven.’

Standard lijkt zijn laatste kans op play-off 1 aan de Gaverbeek verspeeld te hebben, maar de Rouches zijn wel op weg naar de kwartfinale van de Europa League. Mohamed Sarr lijkt net op tijd zijn goede vorm teruggevonden te hebben.

Tegen Panathinaikos heeft de verdediging van Standard Djibril Cissé perfect aan banden gelegd. Blijkbaar dankzij je ‘grote broer’ Khalilou Fadiga …?

Mohamed Sarr: “In Senegal is het de gewoonte om naar je grote broers te luisteren. Fadiga kent Cissé erg goed en in een interview wenste hij me ‘veel geluk’. Dat was een manier om te zeggen dat we belachelijk gemaakt zouden worden. Voor mij was dat een uitdaging. Als je dan het resultaat bekijkt en ziet hoe we de schrik van de tegenpartij uit de wedstrijd gehouden hebben, dan kun je alleen maar tevreden zijn.”

De koninklijke Sarr van de voorbije twee jaar, die heerste over zijn verdediging, lijkt weer terug te zijn.

“Ik voel me goed in mijn vel en dat zie je ook op het veld. Dat het in het begin van het seizoen minder goed liep, kwam door blessures en een hoop problemen.”

Problemen?

“Dingen in mijn privéleven, maar die wil ik ook privé houden. Soms denk je dat je alles aankunt en dat je sterk genoeg bent om boven alles te staan, terwijl het in het kopje echt niet juist zit. Maar het gaat nu steeds beter, ook met de ploeg trouwens.”

Waarom heb je niet eerder gezegd dat je privéproblemen had?

“Omdat ik geen excuses wou zoeken. Het zou wel een en ander verklaard hebben, maar goed … Ik ben een man en ik moet eroverheen raken. Iedereen maakt wel eens wat mee.”

Je hebt lange tijd helemaal niet met de pers gesproken. Waarom?

“Vanwege mijn ploegmaats. Als het in de pers voortdurend over je mindere prestaties gaat, dan gaan ze je daar op den duur op aankijken – ook al weet ik wel dat mijn makkers in de kleedkamer me respecteren. Ik voelde dat sommige uitspraken hen zouden kunnen kwetsen en dus concentreerde ik me liever op het opkrikken van mijn eigen niveau.”

Je hebt dus in feite lessen getrokken uit het interview waarin je Jovanovic de mantel uitgeveegd hebt?

“Dat heeft er niks mee te maken. Ik apprecieer Jova heel erg en hij weet dat. Hij zegt het zelf ook: wij zitten elkaar voortdurend in de haren, maar we respecteren elkaar ten zeerste. Anderzijds vind ik ook wel dat ik het me als ancien kan permitteren om hem eens wakker te schudden. Ik heb alleen de fout gemaakt om hem dat niet eerst rechtstreeks te zeggen voor ik het aan de pers vertelde. Ik heb me daar ook voor verontschuldigd. Het heeft wel gewerkt, want tegen Club Brugge en Olympiacos speelde hij vervolgens een sterke partij.”

Voeten op de grond

Wat zijn de redenen van jullie defensieve instabiliteit?

“Onze voorbereiding was erg slecht. Ik heb dit seizoen al zó veel verschillende centrale verdedigers naast mij gehad. Eerst Mikulic, dan Mangala, vervolgens Felipe, maar die raakte geblesseerd en zo kwam Rocha centraal te staan. Nadien werd het Victor Ramos. Terwijl een centraal duo op elkaar ingespeeld moet zijn. De ene moet op de andere kunnen rekenen in moeilijke momenten. Onyewuen ik hebben daar jaren over gedaan. Wij hebben ook fouten gemaakt vooraleer we een hecht blok werden.”

Het lijkt vooral beter te gaan sinds je met Victor Ramos samen speelt. Toeval?

“Ja. We zijn beginnen samen te spelen op het moment dat de ploeg begon te draaien. Had men ons enkele maanden eerder naast elkaar gezet, dan had het misschien helemaal niet gewerkt.”

Is de prestatie op Panathinaikos tekenend voor het nieuwe Standard?

“De grootste verandering is dat Dominique D’Onofrio iedereen scherp houdt. Als je niet doet wat je moet doen, dan zegt hij dat in je gezicht. Iedereen stelt zichzelf dus in vraag.”

Hoe valt het te verklaren dat alleen het vertrek van Onyewu de ploeg op losse schroeven heeft gezet?

“We moeten weer bouwen. Niet alleen Onyewu is weggegaan. In één jaar zijn er wel drie dragende spelers vertrokken. De nieuwelingen kwamen bij een ploeg die aan de top stond, maar hadden niet meegemaakt hoe die ploeg heeft moeten knokken om aan de top te raken. Sommigen beseften niet dat dat niet vanzelf gaat en dat je daarvoor moet werken.”

Zaten de jongeren niet aan hun plafond?

“Het gaat te snel voor hen. Je bent zeventien en opeens sta je in het eerste elftal van de landskampioen … Opeens kent iedereen je, de pers wil je, je moet dat allemaal verwerken. Ik zei hen dat ze met de voetjes op de grond moesten blijven.”

En hadden ze daar oren naar?

“Ik blijf het in elk geval herhalen. Ze weten dat ik het voor hen heb, ook al ga ik duizend keer met hen in de clinch. Of ze er nu naar luisteren of niet, er komt wel een dag dat ze zeggen: die onnozelaar had gelijk!”

Varkentje wassen

Hoe komt het dat er zo’n verschil is tussen het Europese Standard en dat van de Belgische competitie?

“In Europa vrezen we de tegenstander meer. Iedereen speelt de match van zijn leven omdat hij denkt: anders worden we misschien belachelijk gemaakt. In de competitie denken we gemakkelijker dat we dat varkentje wel even zullen wassen.”

Jij was nochtans een van degenen die daar al in augustus voor waarschuwden.

“Ja, want ik had het toen al door, zelfs nog voor de competitie begon. In de oefenwedstrijden was het al te zien, we waren niet klaar. Door de supercup te winnen dáchten we dat we klaar waren. Sommigen dachten bij zichzelf: twaalf punten achter op Anderlecht, dat worden er in de play-off zes en als we hen dan twee keer kloppen, staan we weer gelijk. Resultaat: we staan nu zowat dertig punten achter hen.”

Hebben jullie afgezien van die grote achterstand wel genoeg kwaliteit om Anderlecht te verslaan?

“Ik denk het wel. We groeien nog. Met de ploeg van de laatste weken hadden we kunnen meedoen voor de titel.”

Gaat Standard play-off 1 nog halen?

“Ik hoop het.”

En als het niet lukt?

“Het leven gaat verder. Dan proberen we play-off 2 te winnen.”

Zou play-off 2 geen mentale klap betekenen? Spelen tegen Westerlo, Cercle, …

“Dat denk ik niet. Als we tegen hen moeten spelen, is dat een teken dat dat het niveau is van ons seizoen.”

door stéphane vande velde

Onder Dominique D’Onofrio stelt iedereen zichzelf in vraag.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier