Vanavond sluiten we de reguliere competitie af. Meer dan ooit zal het woord play-off de komende weken de voetbalverslaggeving bepalen. Dat het meestal over play-off 1 zal gaan en slechts sporadisch over die met 2 erachter, valt niet te verwonderen. De strijd met misschien wel de grootste gevolgen zal echter in play-off 3 geleverd worden. Als club bijna een strijd op leven en dood, wetende dat de financiële gevolgen bij een degradatie amper te overzien zijn. Als speler een zware last om dragen, toch voor diegenen die met hun club begaan zijn.

Toen ik als 17-jarige in de zomer van 1989 een telefoontje kreeg van de beloftetrainer van SK Beveren, sprong ik een gat in de lucht. Ik zou in het seizoen dat volgde de vaste tweede doelman worden. Elke dag meetrainen met de grote jongens, op zaterdagmorgen mijn eigen wedstrijd spelen met de UEFA’s en mij in de namiddag aanmelden in het stadion om, weliswaar vanop de bank, te proeven van eerste klasse … Het leek te mooi om waar te zijn.

Dat was het ook, want zo mooi is het dat jaar uiteindelijk niet verlopen. Al van bij de start bleek het elftal moeite te hebben om resultaten te halen. Toenmalig trainer Rik Pauwels had het over een probleem met de kerktoren van Beveren. Zodra die voor sommigen te ver uit het zicht was, bleek presteren volgens hem onmogelijk. Hierdoor keerden we week na week met lege handen terug naar de Freethiel. Toen ook thuis heel wat punten te grabbel werden gegooid, kondigde zich een lang en zwaar seizoen aan. Een onvermijdelijk trainerswissel drong zich op. Assistent Eddy Roelandt moest de man met de legendarische snor opvolgen. ” Vliegerke, het zijn geen hete kolen die ge moet pakken”, is een uitspraak die me tot vandaag van Rik is bijgebleven. Grappig maar tegelijk heel duidelijk kreeg ik van hem mijn eerste lessen in het profbestaan.

Veel beterschap zou er de daaropvolgende weken niet komen. Uit twaalf wedstrijden werd amper één puntje gepuurd. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de rode lantaarn akelig dichtbij kwam. Met RC Mechelen net achter ons waren we samen met SV Waregem en Sint-Truiden verwikkeld in een hevige strijd om de punten.

Toen kwam Jan Boskamp. In zijn gekende rechttoerechtaanstijl probeerde hij tijdens de laatste weken van het seizoen het tij nog te keren. Het puntenaantal tikte aan, de kloof met de concurrenten werd kleiner. Een overwinning op het veld van Cercle Brugge, ver weg van onze eigen kerktoren, zou alsnog de redding kunnen betekenen op de laatste speeldag. Die winst kwam er ook, maar omdat onze buren uit Lokeren er niet in slaagden om Waregem te kloppen, was de degradatie een feit. Beveren in diepe rouw, terwijl aan de Gaverbeek een feest losbarstte.

Veel plezier heb ik dus niet beleefd aan mijn eerste seizoen als prof. Week na week verliezen brengt vooral irritatie, zenuwachtigheid en discussies met zich mee. De persoonlijke balans met drie (!) speelminuten oogde ook pover. Ik troostte mij met de gedachte dat ik dat dan alvast eens had meegemaakt in mijn hopelijk lange carrière. Werkelijk alles zou ik er later aan doen om nooit meer in eenzelfde scenario verzeild te raken. Een tweede keer is er ook niet meer gekomen, gelukkig. Het neemt niet weg dat ik me perfect kan inbeelden hoe je je als speler van Westerlo of STVV momenteel voelt. Voor diegenen die het echter in de stille Kempen of op Stayen nog niet beseffen: DAT WIL JE ECHT NIET MEEMAKEN!

DOOR GEERT DE VLIEGER

“Vliegerke, het zijn geen hete kolen die ge moet pakken.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier