Vorige week overleed Dominique D’Onofrio (62), oud-trainer van Standard en als raadgever van de voorzitter van de Franse tweedeklasser Metz op scouting in Argentinië. Frédéric Waseige, zoon van voormalig bondscoach Robert Waseige, kende hem goed. Een eerbetoon.

Je was altijd op tijd. Punctueel, zoals niemand anders het was. Klasse. Maar dit keer, mon vieux, was je veel te vroeg. Echt véél te vroeg. Verdomme!

En wij te laat toen we het nieuws vernamen, bij het krieken van een alweer nieuwe dag, die nochtans zo mooi beloofde te worden.

Eerlijk, we hebben op dit moment niet veel zin om ons af te vragen hoe het verder moet. Hoe we jouw vertrek moeten compenseren. Want zoals jij, zo maken ze er geen meer. We denken op dit moment aan je familie, waarover je zo graag praatte, en van wie je zo ontzettend veel hield.

Vandaag is die familie nog veel groter geworden, veel groter dan je ooit had durven denken. Je kan niet geloven hoeveel mensen al spijt hebben dat je er niet meer bent. En hoe ik al veel zin heb om te glimlachen. Omdat ik jou deze eer mag betuigen. Dat ik mag beschrijven hoe je was. Wie je was.

Als Dominique een kamer binnenkwam, was het alsof vreugde binnen waaide.

Echte vreugde, écht geluk. Geen berekend. Vanuit de buik.

Als hij verscheen, keek iedereen, en had je snel, heel snel, veel sympathie.

Hij had een gave. Als je in zijn buurt vertoefde, bestond je. Of je hem nu kende of niet, of hij je kende of niet, het maakte niks uit. Je kreeg een goeiendag, een stevige por, een handdruk, en zijn fameuze zin: Comment vas-tu, mon ami? Zijn vaste openingszin, gemeend.

Honderden keren heeft hij me de vraag gesteld. Op het einde werd ik zelfs een beetje kregelig. Ik antwoordde dan: ‘Je vraag betekent niks meer. Je kan onmogelijk 10.000 vrienden hebben.’

‘Wat wil je dan dat ik zeg als begroeting?’, antwoordde hij. ‘Dag dikke onnozelaar?’

Hij had gelijk. Geen twijfel, we zijn er op de wereld om goed te doen. Hier, vandaag, in ons leven.

In dat leven heeft hij veel gezien, is hij overal geweest. In alle richtingen. Zijn leven heeft hij groots gemaakt, op veel vlakken. Hij had het door. Hij was iemand die uit alles vreugde probeerde te halen. Een geniale communicator. Ongeëvenaard in het provoceren van de lach. Dankzij hem heb ik rimpels. Van geluk. Van het lachen. Hij had echt niet veel nodig, je moest hem niet op gang brengen. Het ging vanzelf.

We hebben vaak samengewerkt. Hij woonde niet zo ver van mij vandaan en dan ging ik hem oppikken. Deden we samen de baan. Vaak begon ik al te lachen als ik hem zag staan wachten. Dan ging hij naast me zitten en vroeg hij of het ging, kleine. Ik antwoordde: ‘En met jou?’

En dan waren we weer vertrokken, voor een rondje analyseren en gedurfd nadenken. Over voetbal. Hij kende het helemaal vanbuiten. Alle aspecten. De nobele, maar ook de andere kant. Hem kon je niks wijsmaken. Misschien was het daarom dat hij het zo belangrijk vond. Dat lachen.

Het is gebeurd dat ik langs de snelweg moest stoppen. Niet meer verder kon. Buikkrampen, en tranen. Van het lachen.

Wat ik zo leuk vond aan samenwerken met hem, is dat wij na de uitzendingen meer de wereld verbeterden dan het voetbal. Het leven had altijd de prioriteit.

Hij had een gave. Als we naar Vlaanderen kwamen, was hij de enige ter wereld, van Antwerpen tot Oostende over Brugge, die door iedereen werd gegroet in het Frans. Wij kregen een handdruk, hij een knuffel.

Ik herinner me een ontmoeting met Jan Ceulemans. Dominique sprak geen drie woorden Nederlands, Jan geen vier Frans. Maar toch zag je hen anderhalf uur lang samen praten en lachen. Schitterend Belgisch surrealisme.

De avond van zijn dood kwam het eerste telefoontje dat ik kreeg van iemand van… Telenet, die me vroeg of het waar was. Hij was helemaal ondersteboven.

Don Dono, noemde ik hem soms. Iedereen stond achter hem.

Nochtans namen ze ons lang voor idioten. Die twee die veel te veel praatten en veel te luid lachten, terwijl we er nochtans waren om te werken. Maar al zeer snel kwamen ze dichterbij, om wat mee te genieten.

Hij was sterk in woordspelingen. Sommige vonden ze op het randje, andere noemden ze geniaal. Ze zijn nu al legendarisch.

Het gebeurde dat we in volle uitzending begonnen te praten over Frédéric François (een in Italië geboren Belgische zanger, nvdr) en zijn bekende ‘Laisse-moi vivre ma vie‘. En dan begon hij het te zingen. Live. Geniaal.

Helemaal Dominique. Hij leefde zijn leven als een lied. Een vrolijk lied want daar ben ik van overtuigd. Hij was gelukkig.

Gelukkig en genereus. En dat is wat hij ons naliet als boodschap. Als plicht. Een laatste voorschrift: ‘Leef, beste vrienden. Geniet van het leven. Lach uitbundig.’ En het liefst in onbeperkte mate.

Merci Dottore Domenico.

DOOR FRÉDÉRIC WASEIGE – FOTO BELGAIMAGE

Dominique sprak geen drie woorden Nederlands, Jan Ceulemans geen vier Frans. Maar toch zag je hen anderhalf uur lang samen praten en lachen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier