Als voetballer was Jan Ceulemans wereldklasse, maar als trainer kan hij de vraagtekens niet zo gemakkelijk afschudden als de verdedigers in zijn spelersloopbaan. Als Westerlo zakt, dreigt het een monument met zich mee te sleuren.

Twintig jaar geleden stopt Jan Ceulemans noodgedwongen met voetballen. Het is januari 1992 en zijn knie wil niet meer mee. Ceulemans wil graag trainer worden, maar in augustus zit hij gewoon thuis: “Ik moet van nul af aan beginnen. Ik zal opnieuw iedereen moeten overtuigen.”

Met Westerlo is hij nu bezig aan zijn veertiende seizoen als trainer in eerste klasse. Een rondvraag bij Belgische spelers die onder hem gewerkt hebben, leert dat het respect voor Jan Ceulemans nog zeer groot is. De meest kritische bemerkingen wil een aantal ondervraagden niet tussen aanhalingstekens:

Het is een goeie trainer, maar geen toptrainer.

Zodra er spelers bij zijn die wat richtlijnen nodig hebben, wordt het moeilijk.

Tactisch ingrijpen doet hij niet.

Als het misgaat, heeft hij te weinig structuur in zijn methode om dat op te vangen.

Het feit dat hij alleen Nederlands praat, maakt het gewoon moeilijk.

De vraag of Ceulemans een goeie trainer is, kaatsen de meesten terug: ‘Wat is dat, een goeie trainer?’

1. Eendracht Aalst

Eind oktober 1992 kondigt tweedeklasser Eendracht Aalst aan dat Jan Ceulemans de vervanger is voor de ontslagen Jean-Pierre Vande Velde.

Ceulemans nemen was toen een gok, geeft toenmalig manager Patrick Orlans, die Ceulemans haalde, toe. “Want iedereen zei: hij kan het niet.”

Orlans: “Met Jean-Pierre liep het verkeerd. Op een dag belt Hugo De Roeck, die sponsor, vriend én supporter van Club was: ‘Spring in je auto, ik zit hier bij de nieuwe trainer van Aalst.’ Ik rijd naar de Holiday Inn in Gent en daar zit Hugo bij Jan Ceulemans en James Storme. Ik heb Hugo nog gevraagd: mag ik kiezen? Maar James zei: je moet Jan nemen!”

Wat overtuigde u?

Orlans: “De totale eenvoud en het realisme van zijn betoog. Jan zegt nooit onzinnige dingen over voetbal. In die vijf jaar heb ik nooit gedacht: wat zegt of doet die nu? En hij maakt het super basic. Hij heeft zeer weinig woorden nodig om het uit te leggen. Als het alleen over voetbal gaat, denk ik dat Jan een van de beste coaches is die je kunt hebben. Hij had nog een bijkomend voordeel: je kon – toen toch – alle spelers naar je ploeg krijgen met Ceulemans als trainer.”

Wat was zijn zwakke punt?

Orlans: “Het moment dat je niet meer de goeie spelers hebt. Als Westerlo tien geblesseerden heeft, is Jan niet de man die een psychologische truc gaat uithalen om dat op te vangen. Bij Aalst waren we aan het einde van ons Latijn, het was op. Hij besefte dat, en wij ook.

“Voor ons is hij vijf jaar de ideale trainer geweest. Wij omringden hem ook met een goeie structuur. Zijn beperkingen camoufleerde hij door zich goed te omringen. Wat Jan deed, was: de baas blijven en toch iedereen in zijn waarde laten.”

Toen Ceulemans bij Aalst kwam, was Peter Van Wambeke er de spelmaker. Hij ziet Ceulemans nog binnenkomen. “Een beetje aarzelend en onwennig, maar heel rustig. Een verademing na de tacticus Vande Velde.”

Het ontzag voor Ceulemans was enorm: “In die tijd liep je voor Ceulemans door een muur. Als een jonge speler als Yves Vanderhaeghe de naam Ceulemans hoorde, zag je zijn ogen al schitteren. In de omgang bleek het ook een toffe kerel, een die geen prietpraat vertelde. Niet de man van veel woorden, maar hij ziet het wel goed, en hij liet ons voetballen. Hij dacht van zichzelf niet dat hij dé tovenaar was. Alleen vond ik dat hij met al zijn ervaring best wat meer had mogen zeggen. Als hij iets meer vanuit zijn ervaring zou doorgeven, zou hij een betere trainer kunnen zijn.”

Trainden jullie tactisch?

Van Wambeke: “Niet zo veel. Als je hem daarover aansprak, zei hij: ‘Maar Peter, dat jij dat niet weet als voetballer!’ Wat hij voor zichzelf als normaal ervoer, was niet normaal voor de gemiddelde speler van Aalst. We losten met een paar spelers op het veld veel zelf op. Hij gaf ons daar ook de vrijheid voor.”

Kan hij een topclub trainen?

Van Wambeke: “Als hij bepalende spelers heeft en er iets meer van zichzelf instopt, wel. Toen hij zei dat een trainer maar tien procent van het resultaat bepaalt, antwoordde ik hem: je kunt dat percentage omhoog halen als je er meer in stopt. Hij is niet de man van de grote motivatietechnieken à la Leekens. Zijn nadeel was dat hij geen Frans en geen Engels kende. Dan vroeg Okpara ons wat Ceulemans nu precies gezegd had. Maar onder Caje speelde Okpara wel goed. Als we tegen Standard speelden, zei hij tegen Okpara dat Wilmots geen bal mocht raken. En Wilmots raakte geen bal.”

Doelman Nico Vaesen stond al op Ceulemans’ verlanglijst toen hij nog bij Tongeren keepte. Later haalde de Caje Vaesen weg bij Cercle. Vaesen: “Ik vond Jan een goeie trainer in het simpel-zijn. Ik heb trainers gekend die voor elke match elke speler van de tegenstander ontleedden en dan nog iets over elk van de eigen spelers meegaven. Jan is een fantastische trainer als het goed gaat. Als mens zat hij ook fantastisch in elkaar. Hij is recht voor de raap, speelt geen psychologische spelletjes, geeft heel veel vertrouwen aan spelers. Vergeet niet dat wij in die tijd ook een zeer volwassen groep hadden, die zichzelf op het veld durfde te corrigeren. Jan kon dat ook hebben, hij kon heel goed inschatten wie iets interessants zei en daar rekening mee houden.”

Wanneer is hij als trainer op zijn best?

Vaesen: “Volgens mij is hij zeer geschikt om manager te zijn naar Engels model: aan de kant staan, observeren en de trainingen overlaten aan zijn assistent. Als Jan kan terugvallen op twee goeie assistenten zit hij goed. Het is niet de trainer die met een nieuwe tactische vondst komt, die een training geeft op positiespel en de zaak stillegt als het niet goed loopt.”

Leo Van der Elst kreeg zijn vroegere ploegmaat in de nadagen van zijn carrière bij Aalst als trainer. Op de trainersopleiding legde Ceulemans op een ochtend voor het tactisch bord uit waarom hij een wedstrijd gewonnen had. Toen de Caje vroeg of er nog vragen waren, stak Leo Van der Elst zijn vinger op: “Trainer, waarom staan er bij de tegenstander maar tien spelers op het veld?” Ceulemans schrok, keek en zei: “Ha, daarom hebben wij zo gemakkelijk gewonnen.” Iedereen lachte.

Leo Van der Elst: “Dat was typisch Jan, zich met zo’n kwinkslag redden. Exotische namen waren ook niet zijn sterke punt. Brogno was Brongo. Bij Aalst gaf hij het briefje met de namen van de tegenstander aan de materiaalman, die dat dan correct en in schone letters op het bord schreef.”

Wat vond je van hem als trainer?

Van der Elst: “Hij zag en ziet alles. Je had op training de indruk dat hij wat afwezig naast het veld stond, maar achteraf haalde hij een detail aan waarvan je je afvroeg: hoe heeft hij dat gezien? Ik heb altijd het gevoel gehad dat er een grote trainer in de Caje zat. Gilles De Bilde bijvoorbeeld heeft hij gelanceerd, omdat hij oog had voor talent, terwijl de Gilles toch niet de meest simpele was om mee te werken. Maar hij liet die ook na twee, drie mindere matchen staan, en die won de Gouden Schoen.”

Had Jan Ceulemans een topclub verdiend?

Van der Elst: “De enige topclub waar ik Ceulemans zie functioneren is Club, of misschien Genk. Ik vond Westerlo op zijn lijf geschreven. Hij kan ook goed delegeren. Hij weet wat hij kan en waarvoor hij anderen nodig heeft.”

Wat is dan zijn toegevoegde waarde als hoofdtrainer?

Van der Elst: “Zijn persoonlijkheid. Onlangs gingen we nog eens naar een training op Westerlo kijken. Zijn assistenten gaven die, maar hij heeft ze wel een paar keer stilgelegd om details te corrigeren. Ik vond hem tactisch niet slecht. Hij zegt alles, zij het niet met 500 woorden. De Caje is absoluut geen dommerik.”

2. Ingelmunster-Westerlo

“Plots weet iedereen waar Ingelmunster ligt”, zegt voorzitter Willy Lapeire wanneer hij in oktober 1997 de nieuwe trainer van de toenmalige derdeklasser voorstelt. Om in Ingelmunster te werken rijdt Ceulemans dagelijks 260 kilometer. “Na Aalst dacht ik gemakkelijk elders in eerste aan de slag te kunnen. Dat was dus niet waar.”

In 1999 belandt Ceulemans bij Westerlo. Bart Willemsen, die op 22 jaar door artrose met topvoetbal stopte en tot voor kort trainer was van Zwarte Leeuw, was toen speler. “Hij heeft mij in de ploeg gebracht en me altijd vertrouwen gegeven. Het was geen babbelaar, maar als hij iets zei, was het er wel op. Op een bepaald moment speel ik een mindere match, maar laat hij me staan. Zes weken later haalt hij in een individueel gesprek fases uit die match aan, waarbij ik me afvroeg: hoe weet jij dat nog allemaal? Kritiek gaf hij individueel, terwijl andere trainers spelers durven af te kraken voor de groep.”

Was hij tactisch sterk?

Willemsen: “Het was niet iemand die op het bord met de pionnen schoof. Een matchbespreking duurde tien minuten. Ik heb ook trainers gehad bij wie dat een uur en een kwart duurde, of die het eerst een uur in het Nederlands en daarna drie kwartier in het Frans brachten. Daar gruwen spelers van.”

Hij gaat ervan uit dat spelers zelf hun verantwoordelijkheid nemen.

Willemsen: “Ik kreeg die verantwoordelijkheid, maar daar voel je je toch goed bij? Jan ging ervan uit dat spelers zelf wisten wat ze moesten doen.”

Was hij de beste trainer die je meemaakte?

Willemsen: “In ieder geval de trainer die me gemaakt heeft en die ervoor zorgde dat ik een transfer naar Gent kreeg, door altijd positief over mij te praten. Qua trainingsvariatie was het wat minder dan bij pakweg Jan Olde Riekerink, die ik bij Gent fantastische trainingen zag geven, maar bij wie de resultaten in de wedstrijden dan weer tegenvielen. Ik bedoel: wat weegt dan het zwaarst door?”

3. Club Brugge

In juli 2005 keerde Jan Ceulemans terug naar de Club die hij in 1992 verliet als speler, in een constructie waarbij hij omringd werd door vrienden en ex-ploegmaats. In februari werd Ceulemans ontslagen.

Gert Verheyen – die bij Club belandde toen Ceulemans net speler af was – was in die periode kapitein van Club.

Wat onthoud jij van Ceulemans, passage als trainer van Club?

Gert Verheyen: “Dat het moment voor hem slecht gekozen was. Hij mislukte omdat we veel kwaliteit verloren hadden. Hij dacht dat hij terugkwam bij de club die hij als speler had verlaten, maar er was in die jaren veel veranderd. Daar schrok hij van. Dat jaar was het eerste van een aantal mindere seizoenen. Als je de uitslagen van dat seizoen legt naast wat er de volgende jaren gebeurde, was dat jaar nog niet zo slecht.”

Hoe vond je hem als trainer?

Verheyen: “Jan is geen trainer die de hele training geeft, meer een trainer die alles superviseert, die alles gezien heeft. Want hij heeft echt alles gezien. Dat is net het probleem. Het is moeilijk als je zelf alles zo gemakkelijk ziet om dat uitgelegd te krijgen aan iemand voor wie dat allemaal niet zo evident is. Ik herinner me een aantal gesprekken onder vier ogen. Dat was super, maar een stuk van die impact viel soms weg als hij dat voor twintig man moet doen.”

Is hij verbrand voor een topclub?

Verheyen: “Is Hein Vanhaezebrouck verbrand voor een topclub omdat het hem bij Genk niet lukte? Ik vind van niet. Ik weet ook niet of Jan nog droomt van een topclub. Jan is een realistische gast. Die beseffen dat anderen ook weleens gelijk hebben. Veel trainers zijn zo overtuigd van hun eigen gelijk. In de praktijk zijn dat vaak de beste trainers, die in de schijnwerpers lopen. Te veel realisme is niet de beste eigenschap voor een trainer. Hoe kun je anderen mee krijgen in je boodschap als je zelf die boodschap sterk relativeert? Je moet heel erg geloven in het verhaal dat je brengt én dat ook uitstralen. Maar ik voelde me als speler wél goed bij mensen die realistisch zijn, omdat ik zelf ook zo ben.”

4. Westerlo (bis)

David Paas stopte als speler bij Westerlo in 2007, toen Jan Ceulemans aan zijn tweede ambtstermijn in de Kempen begon. Paas had Ceulemans eerder gehad als trainer bij Aalst en bij de eerste passage in Westerlo en zou de Caje nog enkele jaren meemaken vanuit zijn functie van commercieel manager.

Paas: “Mijn jeugdidolen waren Erik Gerets en Jan Ceulemans. Toen bij ons thuis de telefoon rinkelde en ik als speler van Tongeren mijn idool aan de lijn had die vroeg of ik niet bij zijn ploeg wilde komen spelen, kon ik mijn geluk niet op. Ik zou desnoods te voet naar Aalst zijn gegaan om met Ceulemans te werken. Ik vond hem heel warm, correct en een gewoon mens, ondanks dat aureooltje rond zijn hoofd. Wat hij zei, was de nagel op de kop.”

Wat was zijn minpunt?

Paas: “Ik kan over Jan niets negatiefs zeggen. Ik werkte graag met trainers als hij en Henk Houwaart, die uitgingen van de menselijke aanpak en die je veel vertrouwen gaven. Ceulemans had charisma, uitstraling en toch een bepaalde mate van gedrevenheid.”

Communicatie was niet zo zijn ding?

Paas: “De show naar buiten is wat minder bij hem. Hij draait nooit rond de pot, dramatiseerde niet als het slecht was en was niet euforisch als het goed ging.”

Heeft of had hij de potentie van een toptrainer?

Paas: “Als hij door goeie mensen omringd wordt, kan hij op elk niveau mee. Misschien verwachtte men bij Club meer dan er op dat moment in de spelerskern zat.”

Nico Van Kerckhoven (vandaag beloftetrainer bij Lierse) werkte na een rijk gevulde loopbaan in zijn nadagen met Ceulemans bij Westerlo.

Wat voor een trainer was Jan Ceulemans in jouw ogen?

Van Kerckhoven: “Hij zei niet veel, keek naar de training en hakte dan de knopen door. Het is een van de trainers die het minst praatten, maar op dat moment had ik dat ook niet meer nodig, ik wist wat van mij verwacht werd. Maar ik denk dat dat niet bij iedereen het geval was. Ik ben blij dat ik hem op het eind van mijn carrière tegenkwam. Als jonge voetballer zou het iets moeilijker geweest zijn, dan ben je beter af met een trainer die er korter op zit, dan heb je meer nodig dan een gemoedelijke aanpak.”

Kon Jan zijn ideeën aan de buitenlanders overbrengen?

Van Kerckhoven: “Ik vond niet dat er zo veel tactische richtlijnen werden gegeven dat een buitenlander daar niet aan uit gekund zou hebben. Jan besteedde daar niet zo veel aandacht aan.”

Tot slot: is wat Ceulemans nu bij Westerlo overkomt zijn fout?

Van der Elst: “Wat hij de afgelopen tien jaar bij Westerlo heeft gedaan, was toch straf? Dat het nu tegenvalt, hebben zo vooral aan zichzelf te wijten.”

Vaesen: “Je kunt toch niet zeggen dat er uit Westerlo de laatste jaren meer te halen was? Ik denk niet dat een andere trainer daar meer had uitgehaald.”

Verheyen:Yves Lejaeghere, die voorzitter is van Oostende, heeft ooit een studie gemaakt van de kansberekening om te degraderen. Behalve de vijf topclubs heeft elke club voor de start van het seizoen één kans op drie om te degraderen. Dat is veel, hoor. Dan ben je beter af met wat minder kwaliteit en meer karakterspelers. Als je het dan moet doen met gasten als Verbauwhede – die ik overigens een toffe kerel vind – die al na twee weken roept dat hij voor eind maart de naam van zijn toekomstige club bekend gaat maken … Tja.”

DOOR GEERT FOUTRÉ

‘Ik ben geen grootspreker, geen veelprater, waarschijnlijk wek ik de indruk dat ik onbekommerd en gezapig door het leven stap. Da’s nog waar ook, en ik probeer dat zo te houden. Kun je dan geen goeie trainer zijn?’ (Jan Ceulemans, januari 1992)

‘Mijn stempel drukken? Ik geloof daar niet in.

Wat ik ook doe, ik blijf afhankelijk van de spelers op het veld. Mijn impact op het resultaat gaat niet verder dan 20 of 25 procent.’ (december 1992)

“Als je hem over tactiek aansprak, zei hij: ‘Maar Peter, dat jij dat niet weet als voetballer!'” Peter Van Wambeke

‘Veel trainers trekken één lijn, ik trek twee lijnen waartussen spelers zich kunnen bewegen.

Sollied zegt dat je voetballers als volwassenen moet behandelen. Dat vind ik ook. Ik heb natuurlijk het voordeel dat ik Jan Ceulemans heet. Dat respect blijft. Als ik iets zeg, luisteren ze.’ (mei 2001)

‘Ik voelde me als een leraar op een nieuwe school met allemaal nieuwe leerlingen. Elk woord dat ik vandaag uitspreek, klinkt plots veel luider. De trainer van Club geniet zoveel meer aanzien dan die van Westerlo.’ (Jan Ceulemans, september 2005).

“Ik zou desnoods te voet naar Aalst zijn gegaan om met Ceulemans te werken.”

David Paas

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier