Waarom zei hij de Beloften vaarwel? Waarom tekende hij niet bij Mouscron-Péruwelz en wel bij Kortrijk? Hoe gaat hij die eerste opdracht als T1 van een profclub aanpakken? Johan Walem antwoordt.

Nu hij mag meedoen met ‘de grote jongens’ gaan we zien wat Johan Walem in zijn mars heeft. Overal waar hij al coachte, klinkt hetzelfde geluid: grote kwaliteiten, visie, passie, oog voor goed voetbal, buitengewone werkijver. Steeds met jongeren: bij Anderlecht, bij Udinese en aan het hoofd van de nationale Beloften.

En nu zit hij dus op de bank bij een club in eerste klasse. Met als doel: even goed doen bij Kortrijk als Hein Vanhaezebrouck en Yves Vanderhaeghe. Dat is zijn uitdaging, zijn nieuwe leven.

Had je het na zeven jaar met de Beloften wel gezien? Had je nood aan een nieuwe uitdaging?

Johan Walem: “Niet speciaal. Wat ik deed, deed ik graag. Zowel bij Anderlecht, in Italië als bij de bond heb ik me geamuseerd, het vak geleerd en veel ervaring opgedaan. Het is niet vanzelfsprekend om weg te gaan bij een nationale ploeg, maar kijk, ik heb de beslissing genomen. En het was mijn eigen beslissing. Eigenlijk… heb ik geen zin om daarover te praten. Ik hou het er eenvoudig bij dat ik drie uitzonderlijk jaren heb beleefd bij de voetbalbond, maar dat het de laatste tijd wat moeilijker was.”

De sfeer was veranderd?

“Laten we zeggen dat ik van bepaalde zaken wat afstand wou nemen. Het was zo pijnlijk dat ik er zelfs ziek van geworden ben. Het bobijntje was op. Twee maanden was ik uit roulatie, ik kon niet meer. Ik ken mijn lichaam, het was de eerste keer dat het zo reageerde. Er zijn zaken die me echt geraakt hebben. Maar dat is het leven, ik moet harder leren zijn. Gelukkig had ik mensen om me heen die merkten dat ik afzag en die zeiden: ‘Johan, doe er iets aan.’ Ik heb de kracht gehad om te zeggen dat ik ermee kapte. Ik hou van mijn job, ik kon het risico niet nemen dat ik er een degout van zou krijgen. Ik heb in mijn hoofd een klik gemaakt en mijn ontslag gegeven.”

Voor de buitenwereld was het niet te zien dat je er genoeg van had.

“Maar ik had er ook niet genoeg van! Nogmaals: ik heb me drie jaar geweldig geamuseerd, ik had een prima relatie met iedereen – tot er wat veranderd is. Zo gaat dat in een groot bedrijf, daar moet je mee leren leven.”

Gemiste kwalificatie

Zijn er bepaalde aspecten aan het werken met jongeren die je gaat missen?

“Misschien hun onbevangenheid. Dat je hen af en toe nog dingen kunt inprenten die een prof moet beheersen. Maar goed, het was blijkbaar tijd voor een nieuwe stap, zodat ik eens kan nagaan of mijn ideeën ook werken bij de profs. En ik geef toe dat ik het jammer vond dat ik bij de nationale Beloften niet elke dag tussen de spelers kon staan. Dat dagelijkse contact had ik wel bij Anderlecht en Udinese.”

Je wou toch altijd al wel een profploeg trainen?

“Ja, maar ik had geen haast. Ik wilde de tijd nemen, zien of dit vak me lag. Ik weet nu dat dat inderdaad zo is.”

Je bent van de ene dag op de andere vertrokken, op een moment dat niemand het verwachtte, na een overwinning. Hoe kwam dat?

“Na de zege tegen Moldavië heb ik diep nagedacht. Er was niet één directe aanleiding, maar een hele reeks van feiten die me deden besluiten: ‘Johan, het is tijd voor iets anders.’ Na alles wat ik de voorbije twee jaar heb meegemaakt, professioneel maar ook privé, vond ik dat ik afstand moest nemen van deze job. Opnieuw evenwicht zoeken. Een nieuwe uitdaging.”

Als je ploeg zich geplaatst had voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro volgend jaar, was je dan gebleven? Je had immers altijd de mond vol van de Spelen.

“Misschien zou ik dan gebleven zijn, ja. Maar dat is een ander verhaal. Om naar de Spelen te mogen, moet je je eerst zien te plaatsen voor het EK. Dat is ons niet gelukt. Misschien hebben sommigen dat aangegrepen als een excuus om mij te… Weet je, we haalden in de kwalificaties evenveel punten als Servië, dat wel mag gaan. We kwamen niet eens een punt te kort, het is gewoon het onderling resultaat dat ons genekt heeft. We kregen twee beslissende kansen, respectievelijk tegen Servië en Italië, maar we hebben die niet benut. Ik geloof echter dat ik het maximum gehaald heb uit deze generatie.”

Wat opvalt in jouw cv als trainer, is dat je overal zelf bent opgestapt. Dat is een luxe.

“Inderdaad. Toen ik Anderlecht verliet, vond ik dat het tijd was voor een buitenlands avontuur en vertrok ik naar Udinese. Ik was zeker dat het me wat zou bijbrengen en dat ik niet teleurgesteld zou zijn. Nadien heb ik de gelegenheid gehad om op internationaal niveau te werken met de Beloften, een heel andere job waar ik enorm veel van geleerd heb. Ik mocht van de KBVB taallessen en managementcursussen volgen, dat was echt geweldig. Ik heb ook geleerd met een andere organisatie om te gaan. Slechts een handvol wedstrijden per jaar hebben, dat is niet hetzelfde als elke week spelen. Ja, het is een luxe om zelf te kunnen vertrekken, maar elk van die beslissingen was weldoordacht.”

Kiezen voor Kortrijk

Wat er bij Mouscron-Péruwelz gebeurd is…

(onderbreekt) “Daar wil ik het niet over hebben.”

Als je hoort wat er over jou gezegd…

(onderbreekt) “Ik heb hen bedankt voor de interesse die ze hadden…”

Ze zeiden dat…

(onderbreekt) “Ik heb zaken vernomen die me niet bevielen, daarom wilde ik daar niet tekenen. Ondertussen hebben ze een goeie trainer en een goeie staf gevonden. Ik wens hen het beste toe, echt.”

Ze verweten je een belofte afgewezen te hebben. Dat komt niet overeen met het imago dat je hebt in het voetbal en bij het grote publiek.

“Daarom zeg ik ook: je moet alles weten om te kunnen oordelen.”

Denk je niet dat je imago daar voor iets tussen zat?

“Neen. Men heeft me trouwens onlangs nog gezegd dat ik me daar niet te veel van moest aantrekken en soms wat harder mocht zijn. Weet je, een goed imago helpt je ook niet altijd vooruit. Ik heb gewoon een keuze gemaakt tussen twee verschillende projecten, dat van Mouscron-Péruwelz en dat van KV Kortrijk. Kortrijk is een stabiele, rustige club die al jaren aan de weg timmert en er komt door hard te werken.”

Dat was gisteren zo… Vandaag is er een nieuwe eigenaar, die van de andere kant van de wereld komt. Die Maleisiër dreigt alles op zijn kop te zetten.

“Niet zo direct. En dat is alleszins niet de bedoeling.”

Heb je hem al ontmoet?

“Neen. Hij zal ook niet naar alle matchen komen, hij heeft andere dingen te doen. Ik heb onderhandeld met de manager, die heeft me uitgelegd dat de manier van werken niet zal veranderen.”

Wat media-aandacht betreft, val je van het ene uiterste in het andere. Over de Beloften van de nationale ploeg, Udinese of Anderlecht werd amper gesproken. Over een aantal weken opent Kortrijk de competitie tegen Standard en het staat nu al vast dat jij dagen voor de wedstrijd al in het middelpunt van de belangstelling zult staan. Vind je dat prettig?

“Over de Beloften werd er inderdaad nooit gesproken, maar dat weet je als je jeugdtrainer wordt. Je hebt voetballers die na hun carrière in een zwart gat vallen omdat ze niet meer in de krant staan, maar voor mij was dat echt geen probleem. Het is duidelijk dat ze nu opnieuw over mij gaan praten. Zeker bij het begin van de competitie, omdat we met een mooie affiche openen.”

Een andere nieuwigheid: je C4 hangt voortdurend als het zwaard van Damocles boven je hoofd. Die ontslagdreiging was er niet bij de jeugd.

“De mensen van Kortrijk hebben me beloofd dat ze me de tijd zouden gunnen om me aan te passen en mijn werk te doen. De club is de voorbije jaren verwend geweest en heeft van play-off 1 geproefd. Mocht dat dit seizoen niet lukken, dan is dat nog geen ramp.”

Binnen- en buitenland

Zag je bij de Beloften het stempel van Anderlecht, van Club Brugge, van Standard…?

“Jazeker, erg opvallend zelfs. Dat is geen fabeltje of zo. De spelers van Anderlecht die naar de nationale ploeg kwamen, baseerden hun spel op techniek, die van Standard waren erg gemotiveerd en die van Brugge hadden een goede mentaliteit, gedisciplineerd, welopgevoed. Ook bij Genk zit er veel talent. Er zijn veel verschillen in aanpak, dat verklaart ook de globale kwaliteit van de opleiding in België. Wanneer een jeugdspeler van een goede club naar een concurrent vertrekt, dan botst het tussen de besturen, want zo’n speler vertrekt over het algemeen vanwege een kleinigheid. Maar voor hemzelf kan het nut hebben, omdat hij dan twee manieren van werken leert kennen, wat hem verrijkt.”

En als je een speler van een buitenlandse club bij de groep kreeg, merkte je dan ook een verschil?

“Ja, enorm. Neem nu Yannick Ferreira Carrasco: die heeft iets extra’s. Zijn dribbel, zijn techniek, zijn loopvermogen: indrukwekkend. Ik heb Michy Batshuayi er niet vaak meer bij gehad sinds hij naar Marseille vertrok, maar ik heb gemerkt dat hij in zijn hoofd een knop heeft omgedraaid. Dat komt doordat hij bij een club als Marseille voetbalt, met een trainer als Marcelo Bielsa, die hem veel dingen heeft doen inzien. Ook Igor Vetokele heeft een stap vooruit gezet nadat hij België verlaten had. Idem voor Thorgan Hazard. Hij heeft zes maanden afgezien in Duitsland, maar stilaan begint hij erdoor te komen. De spectaculairste metamorfose was die van Junior Malanda. Die was onherkenbaar na zijn overstap naar de Bundesliga.”

En Charly Musonda? Is hij de meest getalenteerde jongere met wie je gewerkt hebt?

“Neen, maar hij heeft natuurlijk uitzonderlijke kwaliteiten, hij kan dingen die een ander niet kan. De tijd is aangebroken voor hem om te spelen, daar moet hij echt stilaan aan toe komen. Hij moet in een eerste elftal wekelijks tegen profs spelen. Hij moet ook leren om het spel simpel te houden. Bij de Beloften wil hij nog te vaak tonen dat hij de beste is. Ik zei hem: leg jezelf niet te veel druk op wanneer je naar België komt.”

Makelaars alom

Voor elke Kevin Mirallas, Eden Hazard, Thomas Vermaelen of Radja Nainggolan die heel jong naar het buitenland getrokken is en het daar gemaakt heeft, zijn er een pak jongeren die mislukt zijn. Loont het om op jonge leeftijd weg te gaan uit België?

“Je moet zien wat de reden van het vertrek is. Krijgen ze een project voorgeschoteld of gewoon een gouden contract met allerlei voordelen voor de ouders? Ouders zijn minder en minder geïnteresseerd in een project. De beste Belgische clubs weten de jeugd nochtans perfect te omkaderen. Als je op je veertiende goed bent, zal je op je achttiende ook nog goed zijn, dus blijf in België en maak je middelbare school af – heel belangrijk, want het voetbal kan erg vluchtig zijn. Je mag nog de beste jeugdspeler van de wereld zijn, als je op een trainer botst die je niet moet hebben of je geraakt zwaar geblesseerd, dan kan het voorbij zijn. Je moet ook rekening houden met het aspect ontheemding. Hier hebben sommigen het er al moeilijk mee als ze bij een club tachtig kilometer verderop gaan spelen. Als ze hier dan weggehaald worden en in een totaal onbekende omgeving worden gedropt, dan kan dat rampzalig zijn. Niet iedereen heeft hetzelfde karakter.”

Ben je al gewend aan de spelersmakelaars?

“Op jeugdwedstrijden zijn die inderdaad alomtegenwoordig. Je ziet ze overal! Het is soms echt enerverend om ze op alle plaatsen te zien opduiken, maar ze horen blijkbaar bij de sport. Ze doen ook maar hun werk.”

In het jeugdvoetbal zijn ze toch een plaag, niet?

“Die vraag moet je aan de clubs stellen. Die vinden het vaak niet zo fijn om hun beste spelers naar de Beloften te laten komen, want ze weten dat vooral die internationale matchen een doelwit vormen voor makelaars en scouts. Bij de nationale ploegen komen de spelers in een uitstalraam te staan. Als een van je spelers een geweldig EK speelt, dan kun je ervan op aan dat een buitenlandse club die komt wegplukken.”

DOOR PIERRE DANVOYE, FOTO’S: BELGAIMAGE / DAVID STOCKMAN

“Het was zo pijnlijk geworden bij de voetbalbond dat ik er ziek van geworden ben.”

“Als je op je veertiende goed bent, zul je op je achttiende ook nog goed zijn, dus blijf in België en maak je middelbare school af.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier