Slecht nieuws uit de veldritwereld: Zdenek Stybar maakte bekend dat hij volgend seizoen volop de kaart van het wegrennen trekt en nog maar sporadisch zal te zien zijn in het veldrijden. Hij treedt daarmee in de voetsporen van de Nederlander Lars Boom. Weer een aderlating voor deze bij ons toch zo populaire sport. 61.000 toeschouwers in Koksijde voor het WK. Meer dan 1.500.000 mensen voor de buis, het is niet te geloven. 30.000 liter bier geconsumeerd en laten we maar zwijgen over de verorberde braadworsten, hotdogs en hamburgers, men waande zich op de bierfeesten in München. En dit allemaal voor een evenement zonder enige buitenlandse tegenstand voor onze renners. Stybar zou een bedreiging geweest kunnen zijn voor onze jongens, maar die warmde zich voor de wedstrijd al op met een roze hoed op zijn kop en was er duidelijk niet met zijn gedachten bij. Wat bleef er dan nog over? Enkele verdwaalde Fransen, een paar uit een boom gevallen Nederlanders en een Turk zonder fiets! Maar dit alles kon de pret niet bederven. Zeven Belgen op de eerste zeven plaatsen, dat zou ik graag nog eens meemaken tijdens een WK op de weg. De buitenlandse persbelangstelling was ook minimaal. Buiten een tv-ploeg uit Tsjechië, een Italiaan en een Fransman, die voor hun pensioen nog een WK wilden meepikken, en enkele onvermijdelijke Hollanders was er geen kat.

Niels Albert is gedoemd om wereldberoemd te blijven in Vlaanderen, zolang de mondialisering van zijn sport geen feit is. Volgens mij is er maar één oplossing om de buitenlandse interesse te doen groeien, maak van het veldrijden een olympische sport. Jacques Rogge zou daarbij een handje kunnen toesteken, want dat zijn drie gegarandeerde medailles, goud, zilver en brons voor ons landje.

Slecht nieuws uit de voetbalwereld: de belangstelling voor de beker van België zakt zienderogen, niet alleen bij de supporters, maar ook bij de clubs en spelers. Ik kan je verzekeren: het spelen van een bekerfinale is een beleving die je minstens eenmaal in je leven als voetballer moet hebben meegemaakt! Ik speelde er vijf op de toenmalige, bijna altijd uitverkochte Heizel en iedere match had zijn eigen verhaal.

De eerste was in 1972 tegen Standard. Anderlecht won met 1-0. Na de wedstrijd was er trammelant in de vestiaire van de Rouches. Jean Thissen beschuldigde Nico Dewalque ervan ons een handje te hebben geholpen en wilde Nico een mep verkopen. Gelukkig kon men Thissen tegenhouden, anders had Dewalque grote kosten gehad.

De tweede was in 1973, opnieuw tegen Standard, Anderlecht won met 2-1. Deze match veranderde mijn hele voetballersloopbaan. Georges Heylens brak zijn been tijdens de eerste helft en dat kwam nooit meer goed. Ik moest later zijn rechtsachterplaats overnemen en was gedoemd voor de rest van mijn carrière de lijn af te dweilen in plaats van rustig achterover te leunen als libero. Ik heb het Georges nooit vergeven.

De derde was in 1975 tegen Antwerp. Anderlecht won met 1-0. Het was de allerlaatste wedstrijd van Paul Van Himst voor paars-wit. We hebben er alles aan gedaan om ‘Polle’ de mogelijkheid te geven de beker nog eens omhoog te steken. Gelukkig voor hem wisten we toen nog niet dat zijn volgende club RWDM zou zijn …

De vierde was in 1976 tegen Lierse. Anderlecht won met 4-0. Het was het afscheid van Hans Croon, die ondanks het winnen dat seizoen van de Europese beker voor bekerwinnaars en de Belgische beker de laan werd uitgestuurd en werd opgevolgd door Raymond Goethals. Van dankbaarheid gesproken. Niemand was echt blij na de overwinning en er hing een bedrukte sfeer in de kleedkamer na de match. Ja inderdaad, zelfs voetballers hebben gevoelens.

De laatste was in 1977 tegen Club Brugge. Anderlecht verloor met 4-3, na met 0-2 en 1-3 te hebben voorgestaan. Goethals was ervan overtuigd dat enkele van zijn spelers de boel hadden beduveld en smeet zijn verliezersmedaille tegen het plafond van de vestiaire. Er gebeurde zelfs een mirakel tijdens die finale: Raoul Lambert scoorde met het hoofd.

“Maak van veldrijden een olympische sport.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier