Na de bekerwinst volgt dit weekend met de organisatie van de Final Four van de CEV Cup een tweede hoogtepunt in het jubileumjaar van Noliko Maaseik. Ondanks de gerenommeerde tegenstand rekent kapitein Jo Van Decraen ook op een sportief feest.

Volleybalclub Maaseik bestaat dit jaar 50 jaar, met al 25 jaar Noliko als hoofdsponsor en Mathi Raedschelders als voorzitter. Naast de “indrukwekkende faciliteiten van de Lotto Dôme”, aldus het communiqué, was dat voor de Europese volleybalfederatie het sein om de Limburgers de eerste Final Four in België sinds 1994 toe te wijzen. “We hopen er hier in een vol huis echt van te genieten”, klinkt de Maaseikse kapitein en middenman Jo Van Decraen (27) enthousiast. “Ik geef toe dat ik aanvankelijk met een dubbel gevoel zat. Twee jaar geleden speelden we de Final Four in Rome en die verplaatsing gaf dat Europees avontuur toch iets bijzonders. Dat dubbel gevoel was echter snel verdwenen toen ik de bezieling merkte binnen de club. Bovendien zal onze zaal twee dagen afgeladen vol zitten en zullen er veel familieleden en vrienden aanwezig zijn. Dat is ook uniek, kunnen laten zien aan anderen: dit is wat ik doe en dit is waarom ik het doe.”

Mooi, maar een sportman wil in de eerste plaats natuurlijk winnen. De tegenstander in de halve finale wordt Odintsovo, geen onbekende voor Maaseik. De Limburgers werden vorig seizoen in de achtste finales van de Champions League uitgeschakeld door de Russen, die later de bronzen medaille pakten op de Final Four in Praag na winst tegen Macerata. Het wordt zaterdag dus geen eenvoudige opdracht. “Op papier speel je tegen een topploeg met een budget dat ik-weet-niet-hoeveel-groter is dan het onze. Als je de spelers naast elkaar zet, dan beschikken ze ontegensprekelijk over meer kwaliteiten. Gelukkig werkt het niet zo. Wij zullen zoals steeds heel goed voorbereid zijn. Hopelijk geldt dat voor hen iets minder en onderschatten ze ons een beetje. Hoe dan ook, we gaan in die wedstrijd vooral uitgaan van onze eigen sterkte. Ik verwacht niet zomaar een walk-over voor hen. Als ze ons een kans geven – en dan moet die maar zo groot zijn ( houdt duim en wijsvinger dicht bij elkaar) – dan zullen we die pakken.”

Champions Leagueambitie

Hoe mooi het uiteindelijk ook uitdraaide met een Europese finale in eigen huis, de doelstellingen die de spelers voor aanvang van dit seizoen zelf op papier zetten, betroffen een andere Europese beker. “We mikten inderdaad op zijn minst op de tweede ronde van de Champions League”, geeft Van Decraen toe. “Dat was haalbaar, maar we hebben een ongelooflijke mogelijkheid laten liggen.” Hij doelt op het verlies tegen Innsbruck, tot tweemaal toe zelfs. “In Oostenrijk hebben ze ons geen kans gegeven. Ze hebben ons heel goed aangepakt. Wij daarentegen waren – nonchalant mag ik zeker niet zeggen, want ze zorgen er hier wel voor dat we dat niet zijn en we hebben er ook geen reden toe, maar we waren – niet genoeg op onze hoede. Dan kwam die wedstrijd thuis en daarin hebben we gefaald. Die nederlaag heeft ons de kwalificatie gekost.”

Ondanks de uitschakeling was het niet zo moeilijk om zich weer op te laden voor het vervolg, zegt Van Decraen, “We stonden immers meteen op twee wedstrijden van de finaleronde. Met vier spelers in de rangen die er twee jaar geleden ook al bij waren, begon dat meteen te leven in de groep. Vanzelfsprekend was het uiteraard niet, met Patras kregen we het nummer twee van Griekenland voorgeschoteld. Zij dachten de klus hier snel even te komen klaren en onderschatten ons compleet, waardoor we met een bonus aan de terugwedstrijd begonnen.”

Daarin was Patras vastberaden zich geen tweede keer te laten verrassen. De Grieken stonden een stuk scherper, “maar wij bleken net iets beter met de spanning om te gaan in die tiebreak. Hun sleutelfiguur is de Bulgaarse opposite Yordanov. Wij wisten ook dat bij bijvoorbeeld een 24-23-stand de bal niet naar een Griekse hoekaanvaller zou gaan, wel naar Yordanov. Zodra de druk hoog is, gaat een spelverdeler toch weer terugvallen op zijn vaste patroon. Wij hadden ons daar heel goed op ingesteld. De eerste wedstrijd slaagden we erin Yordanov volledig uit de wedstrijd te houden. In de tweede minder, maar nog genoeg om in een wedstrijd waarin het een dubbeltje op zijn kant was, het laken naar ons toe te trekken.”

Titelambitie

Naast het Europese verhaal is er voor Maaseik ook nog de strijd om een plaats in de finale van de play-off. “En dat blijft hét belangrijkste”, beseft Van Decraen maar al te goed. “Daaraan hangt een Champions Leagueticket vast voor volgend seizoen.”

Ondanks de valse start van de titelverdediger verwacht iedereen op het einde van de rit toch weer Knack Randstad Roeselare en Noliko Maaseik in de finale van de play-off. “We blijven de twee sterkste ploegen, maar wat er nét iets anders is dan de voorbije jaren, zijn de verhoudingen daarachter. Lennik voelt zich opgejaagd, want Antwerpen zit niet stil, en na de eerste wedstrijd hadden ze ook in Averbode een reden om zich goed in hun vel te voelen. Daardoor zijn ze dan weer extra geprikkeld in Halen en krijg je een reeks ploegen die meer dan ooit de top twee het vuur aan de schenen willen leggen.”

Best mogelijk, maar uitgaan van een finale tussen Roeselare en Maaseik staat niet bepaald gelijk met een wilde en veel geld opbrengende gok bij de bookmakers. Van Decraen blijft voorzichtig. “Ik hoop dat we het halen, temeer omdat ik dit jaar kapitein geworden ben. Het zou voor mij een ware nachtmerrie zijn – ik lig er zelfs af en toe wakker van – mocht Maaseik net dit seizoen voor het eerst in lange tijd niet in die finale staan. Ik mag er niet aan denken.”

Als we dat ‘doemscenario’ even buiten beschouwing laten, wat ziet Van Decraen dan als mogelijke doorslaggevende factoren in een titelstrijd tussen Roeselare en Maaseik? “Het zal weer wel afgedaan worden als een spelletje om wie er als underdog aan een eventuele finale begint – een spelletje waar ik eigenlijk niet aan wil meedoen – maar als wij van een Roeselare op volle sterkte willen winnen, dan moeten we boven onszelf uitsteken. Als je rekening houdt met de ervaring van een sleutelfiguur als de spelverdeler, dan moet je hen op papier een stuk hoger inschatten. Frank Depestele is dé grote meerwaarde voor Roeselare. Anderzijds: als wij allemaal gedreven en met vuur volleyballen, dan kunnen we hen aan.”

“Een Roeselare op volle sterkte”, horen we zeggen. Het uitvallen van libero Manu Callebert en de Braziliaan Danilo betekent een serieuze aderlating voor de West-Vlamingen, weet ook Van Decraen. “Callebert was als sterkhouder in de receptie aan een sterk seizoen bezig. In dat compartiment zijn ze dus danig verzwakt en als ze van het net gehouden worden, mogen hun spelverdeler en opposite nog zo goed zijn, dan wordt het een pak moeilijker.”

Ook het argument ‘druk’ kan een rol spelen in het voordeel van Maaseik, denkt Van Decraen nog. “Roeselare heeft al twee jaar op rij geen prijs behaald en ook dit seizoen was de beker voor ons.”

Clubliefde

Voor het wellicht tot een veertiende Maaseik-Roeselare op een rij komt, is er voor de Belgische landskampioen dus eerst nog de Europese Final Four. Van Decraen: “Hoeveel Belgische spelers kunnen op hun cv zetten dat ze een Europese finale gespeeld hebben? Om maar te zeggen dat we die Final Four er niet even snel bij nemen. De trainer zal niet veel speeches nodig hebben om ons scherp te houden. Een vierde plaats? No way.

Het jubileumjaar zorgt bovendien voor nog meer motivatie, besluit Van Decraen. Verscheidene jongens zitten hier al drie seizoenen en we hebben allemaal bepaalde gevoelens voor de club, clubliefde zeg maar. Die willen we mee gestalte geven door iets extra’s te geven om een echt feest te maken van de Final Four.”

door roel van den broeck

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier