‘ELKE TRAINING HET BESTE VAN JEZELF GEVEN, DAT ZIT IN HUN METABOLISME’

Stefano Denswil , Lex Immers , Ruud Vormer en Ricardo van Rhijn. © BELGAIMAGE

Club wordt anno 2017 geschraagd door vier Nederlanders, de ex-Feyenoorders Ruud Vormer en Lex Immers en de ex-Ajacieden Stefano Denswil en Ricardo van Rhijn. ‘Die jongens zijn in Brugge in een warm bad terechtgekomen.’ Telenetanalist Dennis van Wijk, onder meer ex-Ajax en ex-Club, over het oranje van blauw-zwart.

DENNIS VAN WIJK: ‘De geschiedenis van Club leert ons dat Nederlanders doorgaans goed gedijen in Brugge en dat er zelfs veel zijn die hier zoals ik na hun carrière zijn blijven hangen. FCB en de Hollanders, dat is een geslaagd huwelijk. Daar is een reden voor.

‘Er is de taal natuurlijk, die dezelfde is. Misschien zijn wij iets expressiever, doen we het met iets meer volume en iets meer woorden, maar eens we ons plekje in de kleedkamer vonden, wordt dat ook wel geapprecieerd. Jullie zijn wat meer gereserveerd. En voor wie bij Club aankomt en introvert is, duurt de integratie langer. Maar bij Nederlanders gaat het sneller. Zij wachten niet tot je tegen hen spreekt, zij gaan zelf op zoek naar hun plaats. Ook de leefomstandigheden vergen weinig aanpassing. Het eten, het huis, dat is ongeveer hetzelfde. Ook voor de vrouw is het makkelijk om zich te integreren en hier eventueel werk te vinden. Voor bijvoorbeeld een Braziliaan ligt dat toch allemaal heel anders.

‘Nederlanders passen zich sowieso makkelijk aan, overál, en zeker in een club als Club Brugge waar alles heel goed geregeld is. Als iets niet blijkt te zijn zoals het beloofd of contractueel vastgelegd werd daarentegen, krijg je er problemen mee. (lacht) Nederlanders komen overal in de wereld met één doel: presteren en geld verdienen. Dat er nu vier ineens zijn bij Club komt ook omdat er vroeger in België maar drie buitenlanders mochten meedoen én omdat het loonverschil minder groot is geworden. Tien jaar geleden waren die jongens van Ajax niet haalbaar geweest.

‘Ook heel belangrijk: bijna allemaal zijn ze goed opgeleid en weten ze hoe professioneel te handelen, hoe om te gaan met supporters, met pers en met pr-activiteiten ook. En zeker zij die van topclubs komen zijn gewoon om met een enorme druk om te gaan. Het zijn jongens met een ruggengraat. Alle vier de Nederlanders die nu bij Club spelen zijn enorme winnaars. Stefano Denswil en Ricardo van Rhijn zijn zo gevormd bij Ajax, waar er elke dag van jou verwacht wordt dat je de beste bent op training. Elke training het beste van jezelf geven, dat zit in hun metabolisme. Dat is hoe ze in Amsterdam zijn geworden. En Ruud Vormer en Lex Immers zijn jongens die hard hebben moeten werken om via AZ, Roda en ADO Den Haag bij Feyenoord te geraken. Ze brengen Club winnaarsmentaliteit bij, bravoure en een stukje agressiviteit, grinta.

‘Dat is ook wel noodzakelijk in het Club van Michel Preud’homme, die toch veel druk op zijn spelers legt: hij wil dat ze beter worden, dat hun volume groter wordt, dat ze in een bepaald stramien kunnen spelen en dat ze elke wedstrijd winnen. Daarom zoekt Club spelers die met zijn mentaliteit en drang naar succes kunnen omgaan. Nederlanders kunnen dat een stuk makkelijker. Die kunnen wel tegen een stootje.’

DE FEYENOORDERS

‘Vormer was de eerste die kwam en werd een schot in de roos. Nochtans: wie had dat gedacht?! Maar misschien was hij wel de missing link, met zijn bravoure, zijn drang naar voren, zijn drang om te scoren, om negentig minuten te gaan en ten koste van alles te winnen. In Nederland speelde hij op andere posities, meer teruggetrokken, daar was hij een meer verdedigend ingestelde speler. Maar Michel zag zijn dynamiek en actieradius en speelde hem als dynamo uit: iemand die vanuit het middenveld telkens voorin kan bijsluiten. Dat was een gouden zet.

‘Immers is een vergelijkbaar type. In de commentaren van de analisten over hem is de tendens vrij negatief, maar ik deel die mening niet. Ik zou altijd een speler als Immers in mijn ploeg willen, want dat is honderd procent vuur en vlam. Dat zijn jongens in wie je nooit bedrogen bent. Zo’n dynamische speler, met zijn gaven en zijn gebreken, vind ik een lust om naar te kijken. Schitterend, vind ik dat. Jan Mulder vindt dat natuurlijk niks, want hij wil een verfijnde voetballer zien. Maar ik heb het wel voor van die robuuste gasten die nooit opgeven, mannen met een enorm loop- en doorzettingsvermogen die altijd weer tot in de zestien meter komen. De voetjes zijn iets minder, maar fysiek en mentaal is hij enorm sterk.

‘Beiden zijn Vormer en Immers heel geschikt voor het Belgische voetbal, waar er meer strijd is en waar er meer duels zijn dan in Nederland, waar ze vooral verzorgd proberen te voetballen. Hier zie je nog meer dat er vanuit de tweede bal gevoetbald wordt. Dat kunnen die jongens goed, de tweede bal oppikken, op anticipatie spelen, goed omschakelen, voelen wanneer je in de zestien moet zijn.

‘Immers is nog meer Sturm und Drang dan Vormer, nog robuuster en kopbalsterker. Eens hij de tactiek van Michel onder de knie heeft, denk ik dat ze in Brugge een gouden jongen aan hem zullen hebben. Hij speelt in principe op dezelfde positie als Vormer en momenteel beschikt Club wel over heel veel middenvelders, maar dit zijn ook mannen die weten dat bij een topclub de kern groot is en die weten waar ze voor staan.

‘Van Immers weet je op voorhand: die zal heel dicht bij de supporters staan, snel één met hen willen zijn. Hij past uitstekend in een volksclub als Club en zal ook wel gecharmeerd geweest zijn door de interesse van zo’n club. Er is trouwens een band tussen de supporters van Club en ADO Den Haag, waar ze gek van hem waren. Volgens mij is hij iemand die in Brugge zelfs aangemoedigd zal worden als hij heel slecht speelt. Zie hoe geliefd Vormer is bij de Clubsupporters. Ook hij is zo’n volksjongen zonder pretentie: zich gewoon smijten en winnen. En als ze verliezen: oké, we deden er alles aan. Geen bullshit na afloop. Feyenoord staat voor werkvoetbal en dat zie je aan Vormer en Immers. Het zijn lopers en strijders. Bij Club houden ze meer van zulke jongens dan van bijvoorbeeld een hautaine Fransman bij wie zijn ego hem in de weg zit.’

DE AJACIEDEN

‘En Ajax staat voor finesse. Denswil en Van Rhijn, dat is iets meer stijl en iets meer flair, maar ook iets meer nonchalance.

‘De Ajacieden voegen voetballend vermogen aan de verdediging toe. Dat is ook nodig. Er is een periode geweest dat Club rechttoe rechtaan speelde, maar nu doen ze dat niet meer. Nu voetballen ze van achteren uit, met looplijnen, met veel beweging, niet op posities vastgepind. Dat vereist achterin jongens die kunnen voetballen en dat kunnen Denswil en Van Rhijn goed.

‘Beiden zijn het grote talenten die op een gegeven moment een beetje zijn blijven hangen en aan wie toen werd getwijfeld. Misschien komt dat ook wel door de enorme prestatiedrang die er bij Ajax heerst. Het is er altijd maar van móéten. Veel van die jongens krijgen het moeilijk met die druk eens ze bij de grote mannen komen. In Brugge voelen Denswil en Van Rhijn zich in hun sas. Dat komt omdat ze uit zo’n harde wereld komen en hier met zo veel respect worden behandeld. Misschien waren ze van inborst niet hard genoeg. Want onderschat dat niet. Ik maakte het destijds zelf mee: speelde je een slechte partij, dan werd je afgezeikt dat het niet normaal meer was. (lacht) Het is er ieder voor zich. Het is jij of een ander en je moet zorgen dat jij het bent. Mededogen is er niet. Stond je niet in de ploeg, dan voelde je je een mislukkeling. Soms werd het er ook nog eens ingewreven dat je mislukt was.

‘Bij Club is de benadering helemaal anders. Bij Ajax weet je: misschien krijg ik geen tweede kans meer. Hier is zelfs het nummer 18 belangrijk. Je bent er geen nummer. Denswil en Van Rhijn raakten in Amsterdam in een dip en nu zie je dat ze weer met vertrouwen voetballen. Dat vertrouwen krijgen ze ook van de staf.

‘Ook het respect van de supporters is bij Club groot. Het gebeurt zelden dat zij zich tegen de eigen ploeg keren. Doorgaans staan ze honderd procent achter het team. In Nederland wil ook dat weleens anders zijn. De sfeer is er in het algemeen vijandiger. Als je bij Ajax speelt, moet je in Rotterdam geen pint gaan drinken. Toen ik trainer was in de Eredivisie en ging scouten in de Kuip maakte ik hachelijke standjes mee. Intimidatie, net geen fysieke bedreiging. In België is dat helemaal anders, merk ik. Nederland is een zeer harde samenleving, vooral in de grootsteden. Als je dan van een milieu waarin je altijd bekritiseerd werd, terechtkomt in een milieu waarin je geapprecieerd wordt met je gaven en je gebreken, dan voelt dat heel goed aan. Die jongens zijn in Brugge in een warm bad terechtgekomen.

‘Dat verklaart mee de vooruitgang die Denswil bij Club al maakte. Hij is een jongen die achterin overal kan spelen en die het intussen uitstekend doet en op weg is om toch de stap te zetten die iedereen hem een paar jaar geleden voorspelde. Er wordt over een transfer naar Engeland gesproken, maar ik weet niet of dat de beste optie is voor hem. Kopkracht is er heel belangrijk, en altijd even resoluut zijn. Misschien zou de Duitse of de Spaanse competitie beter zijn voor hem.

‘Van Rhijn is er nog maar pas en moet nog stappen maken. Zijn laatste pass is nog wat te slordig. Defensief wordt hij wel eens geringeld, maar dat is een beetje eigen aan Nederlandse verdedigers. Zeker bij Ajax wordt van verdedigers vooral verwacht dat ze kunnen opbouwen, centers kunnen geven en kunnen scoren. Gelukkig zit Van Rhijn hier ook bij een topclub, moet hij wat minder verdedigen en kan hij veel meegaan. Maar ik ben er zeker van dat hij nog beter kan. Hij moet vooral proberen de wisselvalligheid uit zijn spel te halen. Bij momenten is hij veel te nonchalant. Misschien is het bij Ajax altijd wat te gemakkelijk gegaan voor hem en moest hij er nooit veel extra voor doen. Terwijl Vormer en Immers bijvoorbeeld hard moesten werken om bij Feyenoord te geraken, is het bij hem vanuit zijn natuurtalent allemaal vanzelf gegaan. In momenten dat het minder ging, kende hij problemen om terug te vechten.

‘Nu krijgt hij zijn kans bij Club en zie je dat hij nog van die nonchalante momentjes kent. Dan denk je: hoe kan dat nu, dat iemand met zo’n goeie traptechniek die bal in de tribune sjot? Eigenlijk zou hij negen van de tien ballen – zoals Bossie zegt – op je stropdas moeten leggen. Want die jongen heeft zó veel kwaliteiten. Het komt er voor hem nu op aan om te zorgen dat hij minder flegmatiek wordt. Denswil is een goed voorbeeld voor Van Rhijn. Het gebeurt weleens dat hij iets te enthousiast is, maar eigenlijk maakt hij nog heel weinig foutjes. Dat is alweer het bewijs dat het in Brugge goeie grond is om Nederlandse plantjes tot bloei te laten komen.’

DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE – FOTO’S BELGAIMAGE

‘Nederlanders komen overal in de wereld met één doel: presteren en geld verdienen.’ – DENNIS VAN WIJK

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier