In de aanloop naar de topper op Club Brugge verscheen Lucas Biglia vorige week op een door Anderlecht georganiseerde persconferentie. Er mochten alleen vragen gesteld worden over de komende wedstrijd. Niets over de afwezigheid van Biglia op het trainingskamp in Turkije, over de manier waarop de Argentijn een transfer probeerde te forceren. Op hetzelfde moment liet Anderlecht horen spelers tijdelijk niet vrij te geven voor individuele interviews.

Dat laatste is vreemd. In een seizoen dat uitblinkt door rust en sereniteit maakte Anderlecht de afgelopen maanden ook qua communicatie een uitstekende en zeer volwassen indruk. Nu blijkt de kampioen zich op dit moment te storen aan een te kritische houding van de media. Anderlecht staat daarmee niet alleen. Het lijkt erop dat deze competitieformule voor een grote zenuwachtigheid zorgt.

Telkens weer valt het in dit land op hoe moeilijk clubs het hebben om met kritiek om te gaan. Dat beperkt zich niet alleen tot de sportwereld. In deze crisistijden is er in alle maatschappelijke segmenten sprake van een gebrek aan verdraagzaamheid. Dat leidt tot een steeds grotere verzuring van deze samenleving.

Ook de media doen er goed aan in hun drang naar een snelle scoop zichzelf ter discussie te stellen. Er wordt snel geoordeeld en veroordeeld, de nuancering en relativering is weg, er zijn geen grijze tinten meer, geen tijd om alles te laten bezinken. In de plaats daarvan wordt er volop gepolariseerd, met te veel kretologie en te weinig echte duiding. Op die vaak extreme berichtgeving wordt door clubs extreem gereageerd. Het liefst van al willen ze controle over alles wat in de media verschijnt.

Ooit behoorde het interviewen tot een van de heerlijkste facetten van de journalistiek. Spelers waren gemakkelijk te benaderen, je ging ze thuis opzoeken omdat je tijdens lessen interviewtechniek had geleerd dat het scheppen van een warme en bij voorkeur huiselijke sfeer een basisvoorwaarde is voor een goed gesprek.

Sinds clubs ook perschefs in dienst namen, is dat drastisch veranderd. Interviews vinden plaats in een weinig inspirerende omgeving en af en toe in aanwezigheid van de perschef. Alle interviews worden nadien zorgvuldig nagelezen. Daar is op zich niets mis mee, het is zelfs een vorm van professionalisme. Anders wordt het als je je niet alleen beperkt tot het corrigeren van feitelijke onjuistheden.

Het is maar wat je als club wilt: een eenzijdig positief beeld ophangen en van voetballers geprogrammeerde robots maken met voorgekauwde teksten, of juist die voetballers de gelegenheid geven om zich onverbloemd te uiten. Bij een club als Ajax kiezen ze voor dat laatste. Ze houden van spelers met een uitgesproken mening omdat ze vinden dat die getuigen van een sterke persoonlijkheid en dat bovendien past bij het imago dat de Amsterdamse club zich wil aanmeten. Een visie om over na te denken.

Emotie is en blijft de alles overheersende factor in de voetbalsport. Het is een wereld van lange tenen en een gebrek aan incasseringsvermogen. Voetballers die slechte quoteringen krijgen, weigeren interviews te geven en worden door hun clubs nauwelijks terechtgewezen.

In de omgang met de media zou er een belangrijke rol weggelegd moeten zijn voor de woordvoerders. Soms zijn dat supporters van hun respectieve club die er niet altijd in slagen van die emotionele band los te komen. Belangrijker is dat die perschefs vertrouwd zijn met de manier van werken van de media en van bovenaf de slagkracht krijgen om hun werk te doen. Toen Adrie Koster trainer werd van Club Brugge vond die dat spelers te veel in de pers kwamen. Hij werd hierin meteen bijgetreden. Maar toen Louis van Gaal bij Bayern München aan de slag ging en hij riep dat spelers te beschikbaar waren voor de pers, kreeg hij van de communicatiedirecteur meteen te horen dat dit bij de clubcultuur hoorde en dat hij zich daaraan diende aan te passen.

Het heeft te maken met visie: bij Bayern München bestaat de stelregel dat de spelers in de pers moeten opduiken, ook en vooral in momenten dat het moeilijk gaat. In België overwegen clubs die zich geviseerd voelen snel een boycot om kritische media de mond te snoeren. Terwijl dat een maatregel is waar je niets mee opschiet. ?

DOOR JACQUES SYS

Deze competitieformule lijkt voor een grote zenuwachtigheid te zorgen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier