De kogel is door de kerk. Charleroi speelt volgend seizoen weer in de hoogste klasse van ons voetbal. Er is ook een minpuntje aan deze promotie, we zitten weer opgescheept met Abbas Bayat, een man die ik absoluut niet kan luchten. Ik hou niet zo van dictators! Toen hij Stéphane Pauwels, een voetbalanalist, in volle tv-uitzending op de RTBF, meerdere malen uitmaakte voor ‘clown’, was dat voor mij de druppel die de emmer deed overlopen. Neen, met die man wil ik niet op vakantie. Hij wordt zelfs uitgespuwd door zijn eigen supporters. Hij zou druk bezig zijn met het verkopen van de club. Mij niet gelaten, als hij maar oprot. Opgeruimd staat netjes.

Ik vind het al een mirakel dat er nog iemand bereid is om met Bayat in zee te gaan. Het is duidelijk: de Zebra’s moeten terug naar hun roots. Het is natuurlijk niet gemakkelijk een club te runnen in een streek die hevig geteisterd wordt door de crisis, maar de supporters zijn bereid offers te brengen als hun club maar enigszins goed draait. Dat bewezen de 13.500 aanwezige toeschouwers tijdens de galamatch tegen FC Antwerp, waar de kampioenstitel uitgebreid werd gevierd.

Ik heb in Charleroi nooit gespeeld voor minder dan 15.000 man. Het was er altijd een folkloristisch gedoe. Heden ten dage is het normaal dat op ieder veld een medemens rondloopt in een of ander dierenpak; in mijn tijd bestond dat niet, maar wel bij de Carolo’s. Een zebra die sigaren in de tribunes wierp, was vrij uniek in die periode. Een wedstrijd op Mambourg was toen geen sinecure. Anderhalf uur voor de match zat het stadion afgeladen vol.

De thuiswedstrijden tegen Anderlecht en Standard waren de hoogtepunten van het seizoen. De ondertussen spijtig genoeg aan een hartstilstand overleden Matty van Toorn, die van Charleroi was overgekomen naar Anderlecht, vertelde mij er de gekste verhalen over. De week voor die twee matchen werd er voorbeeldig getraind en heel sober geleefd, niemand die buiten de lijntjes kleurde. Maar na de wedstrijd, bij winst, werden alle mogelijke cafés aangedaan. Het feest duurde dan bijna een week, wat betekende dat de vier volgende matchen werden verloren, tot wanhoop van de toenmalige trainers. Matty zei daarover: “Ik speelde zes jaar bij de Zebra’s, maar feitelijk maakte ik een feest mee dat zes jaar heeft geduurd! Van het grote Feyenoord komende was ik in een caféploeg terechtgekomen. In het begin dronk ik cola, maar daar werd ik op aangekeken, en ik heb mij dan maar aangepast. In Charleroi heb ik bier leren drinken. Had ik dat niet gedaan, dan had ik waarschijnlijk een korte loopbaan gehad in le pays noir.”

De absolute patron in die periode en lieveling van het publiek was Georget Bertoncello. Hij was 1,67 meter groot en had het postuur van een hoogzwangere vrouw. Hij was een klein dribbelwonder. Hij speelde maar tien minuten per helft, maar besliste gewoonlijk de wedstrijd. Zijn wil was wet bij de Carolo’s. Hij bepaalde wie trainer werd en voor hoe lang en welke spelers er mochten meespelen en wie niet. Dat heeft Van Toorn ook mogen ondervinden. “Toen ik nog bij Feyenoord zat, moest ik met Charleroi een testmatch spelen in Hannuit. Ik was ruim op tijd in de kleedkamer. Twintig minuten voor de aftrap van de match komt daar een klein dik mannetje de vestiaire binnen. Ik dacht dat het een bestuurslid was. Toen hij zich begon uit te kleden schrok ik mij een bult. Gaat die dikke nu echt meespelen? Voor de wedstrijd begon, kreeg ik nog een tip van een van de andere spelers. Hij zei dat ik alle ballen aan Berto moest geven en dat ik hem na de match overvloedig moest trakteren – niet gemakkelijk voor een Hollander. Ik deed wat mij was aangeraden en later heb ik vernomen dat de dikke na de match eiste dat ‘le Hollandais’ onmiddellijk zou worden aangeworven!”

Ik vraag mij af wat het geworden zou zijn tussen Abbas Bayat en Georget Bertoncello mochten hun wegen zich gekruist hebben …

“Een zebra die sigaren in de tribunes wierp, was in mijn tijd vrij uniek.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier