Dat het doelpunt van Anderlechts 31e landstitel viel vanop de penaltystip in de slotseconde van een draak van een wedstrijd: qua symboliek kon het tellen. Van haar vier thuisduels in play-off 1 won de ploeg van Ariël Jacobs er maar één. Vier keer werd ze door de eigen aanhang uitgefloten. Een kleine kampioen dan toch maar?

Van haar vier thuisduels in play-off 1 won de ploeg van Ariël Jacobs er

maar één. Vier keer werd ze door de eigen aanhang uitgefloten.

Een kleine kampioen dan toch maar?

Er stond nogal wat op het spel voor Anderlecht bij de start van het huidige seizoen. Niet in het minst een Champions Leaguetiket. Een écht Champions Leaguetiket dit keer, voor het serieuze werk, geen voorrondegeknoei – met een finalist (Chelsea) die in eigen land buiten de CL-plaatsen zou eindigen, werd nog geen rekening gehouden toen. In zijn budgettering gaat Anderlecht uit van één deelname op drie aan de Champions League, maar dat gemiddelde werd al een tijd niet meer gehaald. Vergeleken bij het grote werk stelt de Europa League aan de inkomstenzijde te weinig voor, wat een gat sloeg in de paars-witte financiën. De vele UEFA-miljoenen – vijftien, minstens – waren meer dan welkom na vijf seizoenen zonder de bonussen uit het kampioenenbal.

Temeer ook daar Anderlecht straks een nieuwe outsideviptribune in gebruik neemt. Wie vanaf volgend seizoen het voetbal in het Vanden Stockstadion vanuit een verwarmde fauteuil wil gadeslaan, zal dat kunnen op voorwaarde dat hij er 3500 euro voor neertelt. Geen mis bedrag, maar wel inclusief de Europese wedstrijden. Nu de Champions League bijna een realiteit is – heel Anderlecht duimt op 19 mei voor Bayern München – is de verwachting dat de 456 zachtlederen fauteuils binnen de kortste keren een koper zullen hebben gevonden. Want de Champions League, dat is ook imago.

Revanche verschuldigd

Opgeteld bij het vooruitzicht weer bij de grote jongens te kunnen horen, was er ook de mislukking van het voorgaande seizoen. Daarin was Anderlecht pas derde geworden, achter het RC Genk van zijn verstoten zoon Frankie Vercauteren en Standard. Een kras op de paars-witte ziel, maar belangrijker nog: zijn slechtste resultaat in tien jaar. Anderlecht was zichzelf en de ontgoochelde achterban een revanche verschuldigd. Toen op de openingsspeeldag al meteen werd verloren, van debutant Oud-Heverlee Leuven godbetert, daverde Het Huis op al zijn grondvesten.

Het verlies kwam niet uit de lucht vallen, maar was de voortzetting van een weinig overtuigende voorbereiding. Aan niets viel te merken dat dit een op revanche beluste spelersgroep was. Tijdens de stage in het Portugese Faro was algemeen manager Herman Van Holsbeeck de selectie daarom al achterna gereisd, maar vooral ook om er Ariël Jacobs op te wijzen dat zijn negatieve houding niet werd geapprecieerd. Kort van stof en nukkig in de omgang had de coach zich het onbegrip van zowat iedereen binnen en buiten de club op de hals gehaald. Na Van Holsbeecks tussenkomst sloeg Jacobs een andere toon aan, maar plooide ook op zichzelf terug. Hij zou een heel jaar elk individueel interview weigeren.

Anderlecht liet er geen gras over groeien en legde na de nederlaag bij OHL onmiddellijk contact met Michel Preud’homme. Beide partijen hadden oren naar de wederzijdse interesse, maar Jacobs’ manschappen herpakten zich en de rust keerde weer. Toch zouden de Brusselse beleidsmakers eerst nog duizend doden sterven tijdens de Europese return tegen Bursaspor. Anderlecht was in Turkije gaan winnen met 1-2, leek zijn schaapjes op het droge te hebben, maar sleepte uiteindelijk pas dankzij een moeizame 2-2 in eigen huis de kwalificatie voor de groepsfase van de Europa League uit de brand.

Immense druk

Een belangrijk aandeel in dat tussentijdse succesje was weggelegd voor Milan Jovanovic. De Serviër was na de verkoop van Romelu Lukaku aan Chelsea samen met Dieumerci Mbokani aangetrokken om de morrende aanhang te sussen. Hun late transfers moesten vooral de onrust rond Van Holsbeeck wegnemen toen die bij de supporters onder vuur kwam te liggen. Een dubbele gok, want allebei waren ze na hun vertrek uit België met vlag en wimpel gebuisd in het buitenland. Gokken echter was op dat moment zowat het enige waarmee Anderlecht zich nog uit de doolhof van de angst dacht te kunnen bevrijden.

Met de dubbele transfer stak Van Holsbeeck zijn hoofd persoonlijk in de strop. De aanwervingen van Mbokani en Jovanovic – allebei met een jaarloon du jamais vu in België, zelfs in het Vanden Stockstadion – zouden niet in het initiële budget voorzien zijn geweest. De aandeelhouders van de nieuwe naamloze vennootschap gaven naar verluidt pas hun fiat nadat Van Holsbeeck zich garant stelde voor het behalen van de landstitel met het duo, wat de club zou toelaten om via het daaraan verbonden Champions Leagueticket het overgeïnvesteerde kapitaal terug te verdienen. Het hele seizoen ging de manager gebukt onder de immense druk waarmee hij zichzelf zo had opgezadeld. Diezelfde druk voerde hij ook op zijn coach op.

Vier keer uitgefloten

Anderlecht sloot het reguliere kampioenschap af met zes punten voorsprong op Club Brugge. Vooral in het eigen Vanden Stockstadion was het vaak ongenaakbaar, buitenshuis overtuigde het zelden. Al zijn uitzeges behaalde het met het kleinste verschil, vaak slechts afgedwongen ook in het slot van de partij.

Was de kwaliteit wisselvallig, de mentale weerbaarheid was groot. Groter in ieder geval dan door velen voor mogelijk was gehouden na de hard aangekomen Europese uitschakeling tegen AZ. Jongens als Matías Suárez, Lucas Biglia en Mbokani wilden zo graag internationaal schitteren, maar zagen die droom abrupt uiteenspatten. Dat zij de titel nu op zak steken met een voorsprong van nog altijd zeven punten, zelfs na de halvering na dertig speeldagen, illustreert vooral ook hoe erg de concurrentie het liet afweten. Van zijn vier thuiswedstrijden won paars-wit er immers maar één: tegen AA Gent (1-0), met dank aan matchwinnaar Silvio Proto. Verder speelde het gelijk tegen KV Kortrijk (1-1) en Club Brugge (1-1), en het verloor van RC Genk (1-3). Telkens werd het uitgefloten door de eigen aanhang wegens het onveranderlijk slechte voetbal.

Twee keer in deze play-offs liet Club Brugge na om Anderlecht van de koppositie te stoten. De ploeg van Christoph Daum zakte door het ijs en voelt nu zelfs de hete adem van RC Genk in de nek. Als de uittredende kampioen donderdag in eigen huis Club verslaat, zal het zomaar op de tweede plaats staan, zonder ooit een bedreiging voor Anderlecht te hebben gevormd. Dat dit kan, dankt Genk vooral aan de halvering van de punten na het reguliere kampioenschap. Toen het zich met de hakken over de sloot plaatste voor play-off 1, telde het een achterstand van 21 punten op Anderlecht en 15 op Club.

Veertien spelers

Een kampioen is vaak maar zo groot als de tegenstand die hij overwint. Deze play-off 1 was/is de nacompetitie van de treurnis. Toch waren er lichtpuntjes bij Anderlecht. Briljantjes zelfs. Proto en Cheikhou Kouyaté waren outstanding, Suárez en Mbokani etaleerden grote klasse, en Guillaume Gillet scoorde als in zijn jongensjaren. De rest was middelmaat, stelde teleur (Jovanovic, Tom De Sutter) of bewees zijn houdbaarheidsdatum overschreden dan wel bereikt te hebben (Biglia, Roland Juhász).

Slechts 14 spelers haalden meer dan 20 procent van het totale aantal speelminuten. Van Ariël Jacobs is bekend dat hij vaak vasthoudt aan dezelfde spelers. Het verklaart iets, maar niet alles. Vooral ook illustreert het hoe weinig spelers uit de brede kern er de voorbije maanden in slaagden zich te manifesteren. Fernando Canesin trappelde ter plaatse, zijn landgenoot Kanu stond weer rijkelijk laat op uit de doden, en Lukás Marecek kwam zelfs niet in beeld toen Biglia letterlijk kotsmisselijk op het veld stond tegen AA Gent.

Met Ronald Vargas en Guilhermo Molins houdt Anderlecht alvast twee ’transfers’ achter de hand die terugkeren uit een zware knieblessure. Molins mocht zondag nog zijn opwachting maken in de kampioensmatch, maar op Vargas blijft het wachten. Voor hem geldt hetzelfde als voor Jovanovic en Mbokani: hij was al een risicotransfer na zijn vorige knieoperatie en is dat nu nog meer. Bovendien zit er op zijn positie met Dennis Praet een talent te popelen van ongeduld. De volgende week achttien wordende Praet verlengde onlangs zijn contract in Brussel tegen een loon dat wordt omschreven als het hoogste ooit betaald in Brussel voor een tiener. Sinds die contractverlenging zat hij vaker dan hem lief was in de tribune, soms op de bank, maar in actie komen deed hij niet meer.

Macht verschuift

Zoals na elk seizoen herhaalde Herman Van Holsbeeck zondagavond zijn stilaan vertrouwde mantra: dat het zijn ambitie is “de groep samen te houden”. Net zogoed zal de komende weken het cliché te horen zijn “dat er een einde is gekomen aan een cyclus”. Het wordt interessant om te zien welke weg Anderlecht zal inslaan. Zeker nu het een naamloze vennootschap is geworden en de vroegere protocollaire raad van bestuur plaats heeft geruimd voor aandeelhouders die nauwgezet toekijken op het beleid en aan wie verantwoording moet worden afgelegd. Als er iets achter de schermen voelbaar is geworden dit seizoen, dan wel dat de macht zachtjes aan verschuift. Dat Roger Vanden Stock, de immer goed menende maar toch wat old school voorzitter, er niet in slaagde een controversieel figuur als Luciano D’Onofrio binnen te loodsen, was veelbetekenend. Sinds de omzetting van een vzw naar een nv beslist de familie niet meer alleen. De geruchten zwellen aan dat sommige aandeelhouders steeds meer op het beleid wegen.

DOOR JAN HAUSPIE

Het wordt interessant om te zien welke weg Anderlecht nu zal inslaan.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier