In de zeven uren die hij zichzelf gaf om zijn miserabel seizoen te redden, deed Philippe Gilbert waar alleen de allergrootsten toe in staat zijn: demarreren waar iedereen het verwacht en solo naar de regenboogtrui rijden. Geeft hij zijn trui extra glans in de Ronde van Lombardije?

Woensdag

Terwijl Tom Boonen zijn fonkelnieuwe fiets laat wegen door mecanicien Kurt Roose -“6,990 kilo, da’s heel licht”, glinstert hij – en de andere Belgen op de parking van het Eurotel in Lanaken gezellig staan te keuvelen, staat Philippe Gilbert wat verder alleen in de zon naar de grond te staren. Gefocust, en toch relaxed, ook wanneer een paar fotografen zich onder zijn neus verdringen voor een kiekje. Vandaag staat een laatste zware training op het menu, een tocht van ruim vijf uur, goed voor 170 kilometer. Gilbert speelt gids voor één dag en zal zijn collega’s via Moelingen, het geboortedorp van zijn vrouw Patricia, naar Remouchamps leiden, het stadje waar hijzelf opgroeide. ” Back to the roots, dat doet altijd goed”, lacht Gilbert. Minder opgetogen zijn hij en de andere Belgen met het gestalk van vier fotografen/motoren en evenveel persauto’s. Dat leidt in sommige dorpjes tot lange files met claxonerende vrachtwagens, zeker als Boonen tweemaal zijn zadelpositie laat aanpassen.

Terwijl zij hun training afwerken, vertrekken Thomas De Gendt en kersvers wereldkampioen ploegentijdrijden Kristof Vandewalle – “véél minder stress dan toen, nu kan ik alleen mezelf teleurstellen” – naar Heerlen, voor de start van hun individuele tijdrit. Een plotse stortbui en/of slechte benen verknallen echter kun kansen. Beter vergaat het Taylor Phinney, het supertalent van BMC, die op nauwelijks vijf seconden van de regenboogtrui en winnaar Tony Martin strandt. Hoewel hij net voor de podiumceremonie de Duitser oprecht feliciteert, staat het huilen hem nader dan het lachen, net als bij moeder en ex-olympisch kampioene Connie Carpenter.

Een groot contrast met de kamerbrede glimlach van Martin die een pechseizoen goedmaakt met een tweede individuele wereldtitel en uitbundig wordt toegejuicht door twee landgenoten, Karsten Hess en DanielFritz, ex-klasgenoten van op de sportschool van Erfurt. “Tony is een genereuze, rustige, bescheiden kerel”, zegt Karsten, “en vooral een op en top prof. Geen renner die zo voor zijn vak leeft. Zelfs in de winter let hij strikt op zijn voeding, gaat hij vroeg slapen en staat hij elke dag om zeven uur op. Een man met een plan.”

Zowat nog blijer is Didi Senft, beter bekend als de duivel die u in vele koersen met zijn drietand ziet zwaaien. De Duitser wacht aan de ingang van het mediacenter in zijn eentje op de wereldkampioen. “Ik zou Tony graag feliciteren. Al sinds zijn eerste profjaar zijn we goeie vrienden.” Senft liegt niet, want even later stapt Martin speciaal uit de wagen om zijn geëmotioneerde landgenoot te omhelzen. De duivel die een traan wegpinkt, een vreemd zicht.

In Lanaken krijgen de Belgische schaduwkopmannen Leukemans, Meersman, Roelandts en Van Avermaet na de groepstraining en een massage een microfoon onder de neus geschoven, in goeie banen geleid door Mark Vanlombeek, de 62-jarige gepensioneerde ex-wielercommentator die voor het tweede jaar perschef van de Belgische WK-ploeg is. Opvallend, wanneer de vier renners naar hun pronostiek gevraagd wordt, antwoordt elk van hen Gilbert en niet Boonen. Meersman: “Als hij rijdt zoals in de Vuelta, zal er niets aan te doen zijn.”

Donderdag

Na de persconferentie van de Belgische junioren, beloften en dames, waarin onder meer Gijs Van Hoecke vertelt hoe hij het fuifincident op de Spelen met een knalprestatie wil uitwissen, wordt het parcours opengesteld voor de ploegen, maar dat draait uit op een halve chaos. Honderden wielertoeristen die tussen de profs laveren en foto’s nemen, auto’s die uit de tegenovergestelde richting komen, een ambulance die zo Boonen en co bijna omver maait, een vandaal die een groot stuk van het parcours met verf besmeurt, tot een lange file aan de voet van de Cauberg achter een… begrafenisstoet. WK of niet, ook de doden hebben hun rechten.

Gerrit Heemskerk, eigenaar van hotel De Potkachel, maakt er zich niet druk om. Al een jaar zijn al zijn kamers volgeboekt. “Normaal logeert hier zo’n vijf procent Vlamingen, deze week is dat zeker driekwart. Jullie zijn wielergek zeker?” Dat is de Nederlander zeker niet: “Ik heb het niet voor dat nationalistische WK-gedoe, waarbij elk land, zoals ook op de Olympische Spelen, pocht over zijn behaalde medailles. Ik heb in mijn leven de hele wereld rondgereisd, voor mij zijn alle mensen evenwaardig. Of Gilbert, Gesink of een Maleisiër wint, dat maakt me geen fluit uit.” Nederlanders zonder oranjegevoel, ze bestaan.

Toch zijn ze niet zo talrijk als de wielergekke Belgen, van wie sommigen hun campingcar dagen op voorhand langs het parcours gezet hebben, zoals Dirk Tummeleer, Gerard Decostere en Jan Depoorter, mét echtgenotes, op een weide aan de voet van de Bemelerberg. Al op 15 augustus klopten ze bij de eigenaars aan met de vraag of ze hier tijdens het WK konden kamperen. “Dat bleek geen probleem, ze vroegen zelfs geen geld, al komen ze zondag wel een hapje mee-eten. Het ene plezier is het andere waard”, lacht Dirk.

’s Middags loopt het parcours langzaam leeg. De meeste profs zoeken hun bed op, de junioren moeten verplicht naar een congres, georganiseerd door de Internationale Wielerunie. In een twee uur durend programma wordt de structuur van de UCI uit de doeken gedaan, tonen een koerscommissaris en een wielercommentator ( Jacky Durand) hoe hun dag eruitziet, vertelt een ingenieur hoe een fiets gefabriceerd wordt en waarschuwt een specialist voor gecontamineerde voedingssupplementen. Main acts zijn echter Marianne Vos en Mark Cavendish, die in navolging van Philippe Gilbert vorig jaar in Kopenhagen deze keer hun ervaringen met de jeugd delen. Belangrijkste boodschap van de (voorlopig) regerende wereldkampioen: “Wees nooit tevreden, zet na elk succes nieuwe doelen uit en blijf hard werken.” De Belgische junioren knopen het goed in hun oren.

Een van de hoogtepunten op het culturele WK-programma is de theatervoorstelling ‘De Muur on Tour’, naar het gelijknamige wielertijdschrift. Met onder meer journalisten Mart Smeets en Wilfried de Jong, zanger Rik de Leeuw en ex-renner Peter Winnen, al is het vooral Michel Wuyts die ’s avonds in het Heerlense theater met Johan Museeuw en Dirk Nachtergaele de show steelt. Terwijl Nachtergaele de ex-renner nog eens een massagebeurt geeft, haalt Wuyts met Museeuw herinneringen op aan diens wereldtitel van 1996. Hoewel de West-Vlaming vooraf behoorlijk zenuwachtig was – “1100 toeschouwers, niet niks, hé” – laat hij het Nederlandse publiek geregeld lachen met enkele pittige anekdotes over het WK, onder meer over zijn kooplustige medevluchter Mauro Gianetti en zijn slechte kennis van ‘het Zwitsers’.

Na een verbaal steekspel tussen Smeets en Wuyts die op enkele stellingen reageren (Smeets: “Of Gilbert wint? 87 procent in mij zegt já”, Wuyts: “Maar dan moet hij zich wel intomen”) wordt de avond afgesloten met een beklijvende ovatie voor ex-wereldkampioenen als Jan Janssen, Hennie Kuiper en Joop Zoetemelk. Als geen ander weten Hollanders hoe ze hun sporthelden moeten eren.

Vrijdag

Als duivenmelkers die hopen dat hun prijsbeest elk moment uit de lucht valt, staat het hele Belgische wielerjournaille, aangevuld met enkele buitenlandse collega’s, ’s morgens in het Belgian Vip House op Gilbert en Boonen te wachten. Ondertussen stalt Roel Meertens, een Maastrichtse stadskunstenaar, zijn schilderijen van de Cauberg uit. Veel bekijks van de journalisten krijgen ze niet, maar de Nederlander hoopt dat de twee Belgische sterren zijn doeken straks zullen tekenen zodat zondag toch een paar wielerfans een exemplaar op de kop willen tikken. “Als Gilbert of Boonen wint, dan worden dat unieke stuken”, hoopt Meertens.

De Belgische opperduiven landen zoals gepland om 9.30 uur en mogen voor de elvendertigste keer uitleggen hoe hun ambities en tactiek met elkaar te rijmen zijn. Gilbert: “Wie als eerste bovenkomt op de Cauberg, strijdt om de zege. Crúciaal wordt de wind: zit die in de rug, dan kan ik alleen gaan.”

Voor de twee weer uitvliegen, tekenen ze, terwijl Roel Meertens de vuist balt, nog een viertal schilderijen. Het valt NOS-collega Han Cock op hoe ontspannen Gilbert was. “Zonet vertelde Philippe me dat hij opnieuw de vorm van 2011 heeft. Toen ik zei dat hij toen bijna alles won, volgde een veelbetekenend lachje…”

Na de middag werken de dames junioren de eerste wegrit van dit WK af. Even paniek bij de Belgische meisjes wanneer een regelneef van de UCI net voor de start moeilijk doet over minuscule regenboogvlaggetjes op hun fietsen. “Alleen bij de regerende of gewezen wereldkampioenen zijn zulke logo’s toegelaten.” Dat ze al het hele jaar met die fietsen rijden, blijkt geen argument. In allerijl plakken de meisjes de vlaggetjes af. En dat zullen ze ook volgend jaar mogen doen, want Lotte Kopecky valt in de sprint, en ook Jessy Druyts, die vorig jaar nog zilver won en nu als vijfde eindigt, werd gehinderd. “Al ben ik sowieso te vroeg aangegaan. Te veel stress.”

Winnares is voor het tweede jaar op rij de snelle Britse Lucy Garner, gegangmaakt door wereldkampioene tijdrijden Elinor Barker. Twee producten van de Britse wielerschool, die ook bij de dames het ene toptalent na het andere aflevert. “Garner is the next big thing in het vrouwenwielrennen”, aldus Suzane Lawrence van WomensCycling.net “Ze heeft alles: talent, een uitstekende mentaliteit, een goeie babbel én de looks. Binnen enkele jaren een grote concurrente voor Marianne Vos.”

Zaterdag

Zes uur ’s morgens, en toch schuiven de beloften al aan voor het ontbijt, aangezien hun wegrace drie uur later begint. Ook Gilbert, Boonen en Van Avermaet is geen lange nachtrust gegund, want al om halfzeven klopt de UCI aan voor een dopingcontrole. “Even schrikken, al is ook dat ondertussen routine geworden”, lacht Gilbert, die nadien toch weer zijn bed opzoekt.

Na de start van de beloften geeft UCI-voorzitter Pat McQuaid zijn jaarlijkse persconferentie, die hij begint met te benadrukken hoe goed het gesteld is met het wielrennen. Althans, dat leidt hij af uit de 1,5 miljoen toeschouwers tijdens de olympische wegrit. Helaas voor de Ier hebben de meeste journalisten daar geen boodschap aan. In het volgende uur krijgt hij bijna alleen vragen over doping en de zaak USADA vs. Lance Armstrong. McQuaid beklemtoont dat de UCI niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor een zwarte dopingperiode aangezien “de wielerunie er altijd alles aan gedaan heeft om binnen het systeem doping te bestrijden.”

Een geërgerde David Millar, de ex-dopingzondaar die als analist van de BBC het WK volgt, vraagt McQuaid op de man af of de UCI zo geen verkeerde boodschap uitzendt, maar de Ier blijft bij zijn standpunt. “Een beschamend excuus”, vertelt de Garminrenner ons achteraf. “De zaak-Armstrong is misschien wel het beste wat het wielrennen kan overkomen, maar dan moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen en zich excuseren voor die donkere periode: de renners, de media én de UCI. Helaas helpt McQuaids verwarrende boodschap de geloofwaardigheid van het wielrennen niet vooruit.”

Even later wint Tom Van Asbroeck in de sprint de eerste Belgische medaille (brons) op dit WK. Tot grote vreugde van zijn supporters, een hele bus vol, en vader Bruno. “Vooraf had Tom tegen zijn trainer gezegd dat hij minstens voor top vijf ging. Dan is een bronzen plak toch niet slecht voor een WK-debutant.”

Minder goed vergaat het de 22-jarige Oost-Vlaming in de dopingcontrole. Pas na anderhalf uur en drie pintjes – volgens bondsdokter Jos Vandevenne goed voor ‘de afvoer’ – kan hij plassen. “En ik lust niet eens bier”, lacht Van Asbroeck.

Ondertussen zijn de dames elite aan hun wegrace begonnen. Geen betere plaats om de kroniek van Marianne Vos’ aangekondigde zege te volgen dan in het volgepakte Oranjehouse, op de top van de Cauberg. Wanneer de koningin van het dameswielrennen twee ronden voor het einde aan de boom schudt, gaat het dak er de eerste keer af. “De Cauberg lijkt Alpe d’Huez wel”, roept de enthousiaste speaker. En wanneer Vosje in de laatste ronde solo voorbijkomt, is het net alsof Robin van Persie Nederland in de Kuip naar de wereldtitel geschoten heeft.

Een kilometer verder zet het Nederlandse wielericoon, na vijf opeenvolgende zilveren WK-medailles, de kroon op een subliem seizoen, met onder meer een vijfde wereldtitel veldrijden, Girowinst en een olympische gouden plak. “Dit maakt Mariannes carrière eigenlijk nu al compleet”, snikt vader Henk. “En het mooie is: eigenlijk begint het nu pas, op haar 25e…” Of zoals zijn dochter daarna zelf zegt: “Als ik me op de juiste manier voorbereid en de rust bewaar, dan weet ik dat ik iedereen kan verslaan en elke koers kan winnen.” Een renner, bijgenaamd de Kannibaal, dacht er indertijd ook zo over.

Zondag

Een voor een druppelen de Belgen, met een opvallend frisse Gilbert, rond 7.45 uur de ontbijtzaal binnen – verboden terrein voor journalisten. “De sfeer was goed,” zegt Vanlombeek, “maar vorig jaar maakten de renners toch meer lawaai. In Kopenhagen hadden ze op dat parcours weinig te winnen, nu hebben ze, als we de media moeten geloven, alles te verliezen.”

Dirk Leenaert, al jaren de vaste verzorger van Gilbert, is er niettemin gerust is. “Phil is een pak beter dan in het voorjaar: veel magerder en op zijn benen zit weer de spanning van 2011. Of hij nog wat gezegd heeft? Ja, maar dat vertel ik pas na de finish. Misschien dit: hij was vanmorgen héél tevreden dat de wind gedraaid is naar het oosten. Rúgwind op de Cauberg, ja…”

Een uur na het ontbijt vertrekt de Belgische selectie naar startplaats Maastricht, waar je je even in Brugge op de ochtend van de Ronde van Vlaanderen waant. In een mum van tijd verzamelen zich een paar honderd fans in drie, vier rijen rond de bus van de Belgen. Een groot contrast met de andere landen, waar enkel bij de Britten, de Italianen en de Nederlanders wat enkelingen staan te lonken. Onder wie ook UCI-voorzitter Pat McQuaid die een halfuur voor de start uit het niets de Belgische bus binnen duikt (Vanlombeek: “Aan hem kan ik toch geen accreditatie vragen?”). “Ik doe mijn ronde en wens alle renners succes”, zegt de Ier. “Mijn favoriet? Ongetwijfeld Gilbert.”

10.45 uur. Onder een stormachtig applaus trekt de Waal zich samen met 206 andere renners op gang. Na lang aanschuiven richting Valkenburg zien we nog net op tijd de aankomst van de junioren. Meer dan een zesde plaats voor Kevin Deltombe, na, zoals bij de beloften, weer een sprint, zit er echter niet in. “Boonen zag het graag gebeuren”, zegt zijn verzorger Frederick Pollentier, die samen op de eerste doortocht van de profs wacht. Langs het parcours staan nog vier medewerkers die de instructies van Carlo Bomans, verstuurd via een speciale zendmast op de Cauberg, aan de renners moeten doorgeven. Met kleurencode – een antwoord op de geheimschrift van de Nederlanders en hun elektronische borden. “Rood is stoppen, groen doorrijden, rood en groen met een wit bolletje is op reserve rijden en oranje met een R is voluit rijden”, onthult iemand het staatsgeheim.

Het laatste bord moeten de ‘seingevers’ echter niet bovenhalen. Hoewel de Belgen af en toe een mannetje moeten inzetten op kop van het peloton, verloopt de finale volgens plan: alles op Gilbert op de laatste beklimming van de Cauberg. Of op een sprint met Boonen, maar zover laat de Waal het niet komen. Gejaagd door de rugwind laat Phil iedereen spartelen in de achtergrond en rijdt hij, vier seconden voor een aandringende Edvald Boasson Hagen, solo over de streep. Recht in de armen van een huilende Dirk Leenaert. “Ik ben het! Hier heb ik jaren naar gewerkt”, hapt Gilbert dolgelukkig naar zuurstof.

Het begrip ‘belaagd worden door de pers’ krijgt daarna een nieuwe dimensie. Tientallen fotografen en cameramannen vertrappelen elkaar om een beeld te schieten van de Belg, die pas in de tent weer tot adem kan komen. Omhelzingen volgen: met Pat McQuaid, met bondsvoorzitter Tom Van Damme, met de flamboyante BMC-baas Andy Rihs (” Phil, you make me cry“) en vooral met de bijzonder geëmotioneerde Carlo Bomans, verlost van alle druk en jarenlange kritiek.

Ook bij Leenaert wipt de adamsappel omhoog. “Ik zal het nu maar zeggen zeker? Phil voorspelde gisteren dat hij wereldkampioen zou worden. Met één allesbeslissende demarrage, waarna hij solo zou binnenkomen. ‘Geloof je me niet, misschien?’, lachte hij. Maar na vorig jaar geloof ik alles wat hij zegt.”

Wanneer de wereldkampioen op het podium zijn regenboogtrui krijgt, zoekt zijn dolgelukkige vrouw Patricia – “Ik moest bijna overgeven van de spanning” – ondertussen wanhopig naar een doorgang richting coulissen. We loodsen haar voorbij de weerspannige security tot in de mixed zone, waar ze in de armen van haar Phil valt. Vader Jeannot staat ondertussen met vochtige ogen en in een retroregenboogshirt de RTBf te woord, terwijl honderden Belgen aan de aankomstzone minutenlange luidop ‘Merci Philippe’ scanderen.

Daarna wordt Gilbert meegesleurd in een rodeo die hem wellicht vermoeider gemaakt zal hebben dan de 267 kilometer op Limburgse wegen. Hou even uw adem in: een halfuur durende persconferentie voor de internationale wielerpers – met als bizarste vraag, van een niet-royaltykenner: “België is een verdeeld land, zult u nu tot president uitgeroepen worden?” – een dopingcontrole, tientallen handdrukken en knuffels, een slalomrace tussen honderden auto’s naar het Belgian House, waar een champagnetoast met de hele ploeg en vier live-interviews met Belgische tv-zenders volgt, vooraleer – tussen alweer een grote file – koers gezet wordt richting hotel in Lanaken, waar de wereldkampioen handig binnendoor glipt om de supporters te ontlopen, zodat hij in zijn kamer eindelijk een luchtje kan scheppen, om zich daarna, met regenboogtrui in de hand, toch weer onder de fans te begeven en een hapje met zijn Belgische ploegmaats te eten. Oef…

Opvallend: al die tijd bleef Gilbert de vleesgeworden kalmte. Dezelfde rustige vastheid die hem motiveerde om in een moeilijk seizoen te focussen op dat ene grote doel: de regenboogtrui. Het hoogste goed, al sinds hij prof werd. Getuige daarvan een quote van zijn broer Christian, begin 2011 in Sport/Wielermagazine: “Het WK is Philippes prioriteit en zijn grootste bron van motivatie. Zolang hij geen wereldkampioen is, zal hij zin hebben om te koersen.” Niemand die er echter aan twijfelt dat hij, gejaagd door het regenboogshirt, die geestdrift in 2013 zal verliezen. Hopelijk voor zijn concurrenten zit de wind dan ook eens tegen…

DOOR JONAS CRETEUR

“Crúciaal wordt de wind: zit die op de Cauberg in de rug, dan kan ik alleen gaan.” Philippe Gilbert op vrijdag”Phil voorspelde dat hij wereldkampioen zou worden.” verzorger Dirk Leenaart

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier