Van wat kun je niet afblijven terwijl je kookt? “Bij het opscheppen constateer ik vaak dat mijn biefstuk al een heel stuk kleiner is dan in het begin. Ik sta geregeld tussen de potten en de pannen, want Laura werkt verscheidene dagen tot ’s avonds laat. Ze is schoonheidsspecialiste.”

Test je soms productjes voor haar?

( lacht) “Ik ben vaak proefkonijn, ja. Af en toe brengt ze een nieuwe crème mee, iets om op de benen te wrijven of tegen een droge huid. Nu gebruik ik een zalfje tegen acne. Ze zou me nooit zover krijgen dat ik een product op mijn lippen smeer, maar mijn nagels lakt ze soms wel. ( lacht) Als ze een nieuw kleurtje heeft, wil ze dat eens bij een ander zien. Dan laat ik haar doen. Om te zeveren, hé, dat kan er direct weer af.”

Welke beauty heeft geen schoonheidsspecialiste nodig?

Eva Longoria. Bruin tintje. Mooi, lang haar.”

Waarop zou je zelfs bij haar afknappen?

“Aan het zwembad durf ik naar de voeten te kijken, niet mijn favoriete lichaamsdeel bij vrouwen. Als die verzorgd zijn, gaat dat nog, maar van grote tenen en lange nagels gruwel ik.”

Volgens een onderzoek raken Britse moeders meer en meer geobsedeerd door netheid en verbieden ze hun kinderen almaar vaker om buiten te spelen. Hoe zat dat bij jullie?

“In Heultje, waar ik opgroeide en nu een appartement heb, woonden tien à twintig jongens van mijn leeftijd vlakbij. Tijdens de zomervakantie stonden wij al vanaf acht uur op straat. Vaak gingen we pas weer naar binnen als het al donker was. We speelden regelmatig oorlogje. Iedereen had een bolletjesgeweer. We maakten twee ploegen. Elk team kreeg een vlag. Je moest die van de tegenstander veroveren zonder geraakt te worden, zoals bij paintball. Meestal verstopte ik me in het hoge gras, daar lag ik op mijn buik. Soms klom ik in een boom, maar dat was niet de beste tactische keuze. Als ze je dan zagen, kon je geen kant meer op.

“Nog populairder dan oorlogje was: straathockey. Dat deden we élke dag, op een doodlopend stuk dat toevallig de vorm van een ijshockeypiste had. We hadden allemaal inlineskates en een stick. Onze goaltjes waren van hout, door onze ouders gebouwd. Niet hyperstevig, maar mét netten. De ondergrond – straatstenen met een voeg tussen – was bobbelig, maar we waren hem gewend. Meestal organiseerden we onderling wedstrijdjes, soms namen we het op tegen een team uit een andere buurt. Wij waren dan het best georganiseerd, iedereen droeg dezelfde outfit: een truitje van TheMighty Ducks, een Amerikaanse ijshockeyploeg. Daar werden films over gemaakt waar we met z’n allen naar keken. Een inspiratiebron. We probeerden hun V-tactiek over te nemen. Daarbij bleven alle spelers van het team in een V-vorm, zoals je soms ook ziet bij een zwerm vogels. Eén ploegmaat stond midden in de V. Hij moest het oranje balletje krijgen, de rest moest afschermen. In theorie kon geen enkele tegenspeler dan bij de puck. ( lacht) De praktijk was soms anders.

“Ik hield er een oprechte interesse voor de sport aan over … Ja, we gingen daar echt in op, meer dan in wat dan ook. We trainden zelfs af en toe: slalommen tussen kegeltjes, afwerken op doel … We waren goed uitgerust, we droegen knie- en elleboogbeschermers en deden onze scheenbeschermers van het voetbal aan. Iedereen had een helm en een harnas. Dat was nodig, zeker op verplaatsing in Hulshout. Daar ging het er meestal stevig aan toe, met veel geduw en getrek. Soms sloeg je zelfs met je stick op een tegenspeler. Ik durfde het leper aan te pakken. Bij de skates die toen in de mode waren, zat er een spleet tussen de wielen en de bot. Als een tegenspeler passeerde, kon je je stick mooi in die gleuf steken en hem zo onderuithalen. ( lacht) Altijd schoon om te zien.”

KRISTOF DE RYCK

In deze rubriek laten we dit seizoen afwisselend een Belgische voetballer uit de Belgische competitie en een Belgische voetballer uit een buitenlandse competitie aan het woord.

Mijn vriendin lakt mijn nagels

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier